|
’s Avonds kwam den Sergeant ons zoeken,
want we moesten zo vlug als ’t kon ons aankleden en naar de
boot, want in een kampong hier tien kilometer vandaan, zouden
150 “kloppers” zitten. Die zouden we dan weg moeten jagen of
afmaken. Toen wij op den boot stonden te wachten op de Sergeant
en den Majoor hoorden we een schot. ’t Was den sten (=Engelse
stengun) van den Majoor die van zijn schouder gleed en op
de grond viel en afging. Een zekere van Gemert, die erbij stond
kreeg de kogel door zijn arm en door zijn zij, maar ’t is
gelukkig goed afgelopen. Ze hebben hem met de boot naar Iepel
gebracht, en vandaar naar het hospitaal. Ze zeggen dat de kogel
geen been (=bot) heeft geraakt. We moesten toen van de
boot af, en zijn niet naar de “kloppers” gegaan, maar overal
in de kampong in stelling gaan liggen tot ’s morgens 4 uur.
Toen hebben we koffie gedronken en daarna met de boot over de
rivier gezet, en vandaar op weg gegaan. We moesten over
verschillende kleine riviertjes, waar dan een boom over lag.
Maar door het wassen van het water, lagen die bijna allemaal
onder water en moesten we er maar over zien te komen, maar dat
viel nogal mee. Na een paar uurtjes te hebben gelopen, kwamen we
bij een kampong dicht bij die waar de “kloppers” zouden
zitten. Daar zijn we in linie doorgetrokken, maar er was niets
te zien. We zijn toen verder gegaan naar de andere kampong. Toen
we daar aankwamen, hebben we ons heel stil opgesteld in linie,
want we dachten zeker dat we vuur zouden krijgen. We zijn er
toen weer in linie doorgetrokken maar er viel geen schot. En er
waren ook geen “kloppers” te zien. We hebben toen nog een
dik uur in die kampong gerust. In die tijd kwam er een boot aan
uit Moeara Teladang om ons op te halen. |