Dagboek van dienstplichtig soldaat Martien Zilessen uit Groesbeek tijdens zijn verblijf in Nederlands - IndiŽ in  de periode 1947 -1950

Op deze foto ziet u Martin Zilessen derde van rechts

 

Woensdag 26 Februari 1947:

ís Morgens half zeven, we varen nog door het Suezkanaal, er zijn ook al kamelen te zien. Kwart over acht, wij liggen stil voor de haven van Suezen kunnen de stad goed zien. Ze is zeer groot. 9 uur wij varen weer verder en zijn nu in den Golf van Suez. ít Is vandaag zeer heet. Kwart voor vijf, wij passeren den berg Sinaii. We kunnen hem duidelijk zien met zijn spitsen top. Nu gaan we tevens de Rode Zee op, waar Mozes door is getrokken. Aan beide kanten zie je niets dan hoge kale bergen en rotsen, maar toch is het en prachtig gezicht.

 

Donderdag 27 Februari 1947:

12 uur tot nog toe een en al water. De hele dag geen land gezien, wel wat bruinvis, die met hele koppels rondzwommen.

 

Vrijdag 28 Februari 1947:

Des ís morgens om 6 uur. De hele dag niets gezien dan water.

 

Zaterdag 1 Maart 1947:

ís Morgens om 6 uur niets te zien dan water. Om 10 uur het eiland Gjero Attai gezien. Om e11 uur zien we de eilandengroep De Twaalf Apostelen. ít Is hier zeer heet. Half vijf halen we een schip in, het is de Engelsche boot Chamfot. 5 uur we varen langs een groep eilandjes. Hierdoor komen we in de Straat van Bab El Mandeb. Daardoor komen we in den Golf van Aden.

 

Zondag 2 Maart 1947:

Wij zijn in den Golf van Aden. Heel in de verte kun je nog land zien. ít Is Kaap Guardafui. Kwart voor zes, er is weer land te zien. ít Is het eiland Scorossa Parrafui dit was het laatste land van Afrika dat wij zien, en Scorossa is het allerlaatste, want als wij nu weer land zien, is het Indie (= India).

 

Dinsdag 4 Maart 1947:

Wij zitten in den Indischen Oceaan. Vandaag hebben we vliegende vissen gezien. Ze zijn ongeveer zo groot als een haring, en vliegen een 200 meter over het water. Bekend gemaakt, dat wij niet naar Padang (= midden Sumatra) gaan, bestemming onbekend. Verder niets te zien als water.

 

Woensdag 5 Maart 1947:

Niets te zien dan water en vliegende vissen.

 

Donderdag 6 Maart 1947:
Niets te zien dan water en bruinvis.

 

Vrijdag 7 Maart 1947:
Niets te zien dan water. Ook haaien gezien, zeer groot.

 

Zaterdag 8 Maart 1947:
Niets dan water.

Terug naar pagina 2

Terug naar het begin

Naar pagina 4