Volhouden en bouwen: gemeentelijke huisvesting in Groesbeek 1883 - 1995

In 1851 werd de Gemeentewet van Thorbecke door het parlement aangenomen. Deze wet stond aan de basis va de professionalisering en geleidelijke groei van het gemeentelijke bestuursapparaat. Als gevolg hiervan deed zich in vele dorpen al snel de behoefte aan adequate huisvesting van het ambtelijk apparaat voelen. In Groesbeek bleek dat echter niet eenvoudig voor elkaar te krijgen. De zwakke financiŽle positie van de gemeente liet geen nieuwbouw toe. Bovendien was het aanbod van bestaande en betaalbare panden niet groot. In afwachting van een buitenkansje vergaderde het gemeentebestuur in het huis van de burgemeester of in een (semi) permanent gehuurd zaaltje waarin ook de 'berging van schrifturen' werd ondergebracht. Een methode die overigens toentertijd bij nogal wat gemeentebesturen van kleinere plaatsten in zwang was

Het was wachten op eigen huisvesting werd tenslotte beloond in 1882, kort nadat burgemeester R.M. Ottenhoff zijn opwachting in de gemeente maakte. 'In aanmerking nemende de dringende behoefte die sedert lang bestaat aan een geschikte lokaliteit voor gemeentehuis', aldus tekst van het raadsbesluit, 'en gelet op de gunstige gelegenheid die zich daartoe voor doet', besloot men tot de aankoop van het huis van de toenmalige gemeentesecretaris H.G. Weijers voor de som van f 6.600,- Dit pand stond aan het 

begin van de Pannenstraat, tegenover de in 1834 gebouwde R.K. Kerk. Na een verbouwing kreeg de gemeente Groesbeek in 1883, op dat moment een plaats met 4.594 inwoners en een gemeentelijk inkomen van f 23.000,- haar eerste gemeentehuis. Het gemeentehuis bood kantoorruimte voor de secretaris en de ontvanger van gemeentelijke belastingen, en diende tevens als uitvalsbasis voor twee veldwachters, een klokkenist, een aflezer, een geneesheer, een lantaarnopsteker en een wegwerker. Bovendien was er een primitief postkantoor ('postkamer') aanwezig en werd een deel van de vertrekken op de begane grond als onderwijzerswoning verhuurd. In de loop van de tijd onderging het pand de nodige verbouwingen en uitbreidingen, waaronder arrestantenlokalen en wachtkamers. 

 

Verhuizing naar het voormalige postkantoor 

Op de kop af 60 jaar werd de gemeente vanuit de locatie aan de Pannenstraat bestuurd. Op den duur echter groeide men hier uit zijn jasje. In de jaren '30 trok het gemeentebestuur aan de bel en ondernam actie om een ingrijpende verbouwing gefinancierd te krijgen, vooralsnog zonder resultaat. Onverwacht zette het provinciebestuur het sein voor de gemeente in 1941 toch op groen, maar de nieuwe burgemeester jhr. R.H.J. van Grootenhuis zag meer heil in de aankoop van het postkantoor op de hoek Dorpsstraat-Kerkstraat. Dit pand deed in de jaren '38 -'40 dienst als tijdelijke kazerne van gemobiliseerde Nederlandse grenstroepen en werd daarna enige jaren door de Duitse bezetters gevorderd. Desondanks kreeg Van Grootenhuis zijn zin en na een ingrijpende facelift waarbij veel van het uiterlijk van het voormalig postkantoor verloren ging, betrokken gemeentebestuur en ambtelijk apparaat in 1943 deze nieuwe locatie. De eerste signalen dat ook dit gebouw niet langer aan de eisen voldeed werden rond 1960 afgegeven. Er was toen voor het eerst ook sprake van nieuwbouwplannen. 

Het voormalige Gemeentehuis aan de Kerkstraat 
Maar voor het zover was onderging het ambtenarenapparaat een ware exodus naar locaties elders in het dorp. De technische afdeling beet het spit af en werd als eerste dienst apart gehuisvest in het Sint Josephhuis aan de Stationsweg. Van daaruit pakten de technische ambtenaren nogmaals de koffers naar de voormalige BLO-school aan de Zevenheuvelenweg. Daar  kregen zij in een voormalige kleuterschool gezelschap van hun collega'svan de afdeling FinanciŽn. Begin jaren '90   ontkwam ook FinanciŽn niet aan een tweede verhuisoperatie en werd samen met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer (ROB) in de schoolgebouwen aan de Hoflaan ondergebracht.
Het gemeentehuis zelf was in de jaren na 1960 waarin het ambtelijk apparaat een snelle groei doormaakte, niet ontkomen aan een aantal interne verbouwingen en uitbreiding. Zo werd in 1975 nog een nieuwe raadszaal aangebouwd en uitbreiding voor enkele afdelingen gerealiseerd, nadat het gemeentebestuur was geschrokken van het prijskaartje dat er aan de bouw van een nieuwe centrale vestiging hing. Desondanks bleef nieuwbouw de gemoederen bezighouden.

 

Naar nieuwbouw

In de jaren '90-'95 kwam de zaak in een stroomversnelling terecht en ditmaal werd definitief tot nieuwbouw besloten. Voor de toekomstige locatie van het nieuwe gemeentehuis viel het oog van het gemeentebestuur op een centrale plaats in het dorp, waar sinds 1863 Hotel - Cafť in de Locomotief was gevestigd. In de periode 1990-1995 werd er geconcentreerd naar de nieuwbouw toegewerkt. Voor het eerst in haar bestaan lijkt het gemeentelijk apparaat nu voor lange tijd letterlijk en figuurlijk onder de(zelfde) pannen te zijn.