Terug naar de website

Naar pagina 2

De oorlogsbelevenissen van Riet en Leny Klösters tijdens wereldoorlog II in Groesbeek

 

Leny en Riet Klösters over hun belevenissen tijdens W.O.II in Groesbeek.

 We woonden aan het Binnenveld, vader, moeder en de drie zussen Riet, Leny en Annie. Van de inval en de bezetting hebben wij niet zoveel mee gekregen. Bij de inval kwamen er Nederlandse soldaten vragen of ze zich mochten omkleden bij ons. Hun uniform inruilen voor gewone kleren. Dat mocht maar vader zei dat ze moesten uitkijken want vanuit De Wolfsberg, waar Duitsers zaten, keek je recht op ons huis. In de oorlog werden de mannen uit het dorp opgeroepen het ‘bommenbosje’ ‘s nachts te bewaken. Daar lag allerlei oorlogsspul, munitie. Wij hadden er geen besef van hoe gevaarlijk dat was. Ook zagen we niet heel veel duitsers. Weleens bij de lagere school. Als de school uitging stonden ze daar. Ooit kwam er eentje naar me toe, hield me staande. Hij zei dat hij ook zo’n dochtertje als ik had. Hij was al 2 jaar van huis. Ze stonden gewoon naar de kinderen te kijken want hadden hun eigen kinderen al lang niet meer gezien.

De oorlog begon eigenlijk voor ons pas echt met de bevrijding, met de operatie Market Garden. Op zondagochtend 17 september 1944 zaten we in de kerk in Groesbeek. De pastoor stond op de preekstoel. Het begon zo tekeer te gaan met granaten die insloegen dat hij ons allemaal naar huis stuurden. Wij woonden in het Binnenveld. Duitse soldaten hebben bij ons die middag uit het slaapkamerraam op vliegtuigen staan schieten. In het huis aan het Binnenveld, nummer 28, dat is naast het huis waar we na de oorlog kwamen te wonen zaten toen Duitse officieren. Die gingen op de vlucht en toen ze langs ons huis kwamen riepen ze de soldaten. Die moesten meekomen, naar Duitsland. Een van die eerste dagen sloeg er ‘s nachts op straat voor het slaapkamer van onze ouders een granaat in. Er was een enorm gat in de straat. Eerst gingen we nog weleens overdag in het bos zitten omdat het daar rustiger was. Maar het grootste deel van de tijd schuilden we in de kelder. ‘s Maandags sloeg een granaat bij ons in de keuken in aan de kant van de gootsteen en het fornuis. Onze moeder had even daarvoor daar staan koken. We hadden gegeten in de keuken en waren goed en wel terug in de kelder toen die granaat viel. Een week hebben we in de kelder gezeten want er vielen steeds meer granaten. Bij ons achter liep het spoor en er werd ook al eens een passerende trein van boven beschoten. We aten de weckflessen met groente en fruit die in de kelder stonden leeg. Ook kwam onze neef Henny Klösters af en toe een brood brengen. Hij zat ondergedoken bij zijn grootvader. Hij had meegeholpen aan het front. Vertelde dat hij omgekomen soldaten mee had weggedragen.

Terug naar de website

Naar pagina 2