Terug naar pagina 1

Terug naar de website

Naar pagina 3

De oorlogsbelevenissen van Riet en Leny Klösters tijdens wereldoorlog II in Groesbeek

 

Leny en Riet Klösters over hun belevenissen tijdens W.O.II in Groesbeek.

Uiteindelijk was hij in Westerbork terechtgekomen en op transport gezet naar Dachau. Bij het Binnenveld sprong hij uit de trein. Er waren machinisten die vlak voor de Duitse grens afremden om zo mensen de kans te geven te vluchten. Er zijn er veel uitgesprongen. Een algemeen bevel tot evacuatie werd op 1 oktober afgekondigd maar wij waren toen al weg. In ons huis kon je niet meer koken, er was geen electriciteit meer. We zijn door het bos naar de Hatertseweg gelopen. Daar woonde familie. Moeder vervoerde wat spullen van ons op haar fiets. Bij onze familie zijn we twee maanden geweest. Toen werd de wijk ontruimd voor een Engels elitecorps, de  Coldstreamguards. Ook de staf van Montgomery zat daar. Daarom moesten wij daar weg. We werden met vrachtwagens weggebracht naar een dorp bij Eindhoven, Zeelst. Het zuiden was al bevrijd. Met de familie uit Nijmegen waren we met z’n achten en werden over twee adressen verdeeld. Iedere dag, in de namiddag kwamen ze met grote ketels met eten naar het dorp en de vaders gingen daar dan met een pan eten halen. De mensen uit het dorp waren niet zo blij met die evacuees. Waar wij waren (vader, moeder, Annie en Leny) woonden een broer en zus. Op een gegeven moment werd er een oproep gedaan aan de mannen om te gaan werken. Vader ging op een nabijgelegen vliegveld werk verrichten. Uit de kisten met appels viste de vrouw er demonstratief een, maakte die schoon en gaf dat mijn vader mee. Hij moest er ook wel om lachen. We waren er niet kwaad over. Je had een onderkomen. We zijn daar tot april 45 geweest. Riet zat met familie aan de overkant. Dat gezin daar, ze waren niet onaardig maar ons liever kwijt dan rijk. We gingen eens naar de kerk, we waren een beetje laat, de pastoor stond al klaar om te beginnen. Toen riep hij: “de evacuees zijn alweer te laat!” Echt waar! In april vervoerden ze ons op een grote open vrachtwagen terug naar Nijmegen. Daar gooiden mensen snoep naar ons want ze dachten dat wij uit een concentratiekamp kwamen. We werden midden in het centrum afgezet en kwamen toch weer bij onze familie terecht aan de Hatertseweg . Het huis waar we gewoond hadden was helemaal verwoest. Vanuit Hatert ging vader geregeld naar Groesbeek om te kijken of er een huis te vinden was voor ons. Hij kwam erachter dat er een echtpaar was, oorspronkelijk uit Den Haag, dat aan het Binnenveld woonde en terug naar de stad wilde. Via de eigenaar die ook in de straat woonde, de familie Bögels heeft hij dat toen gehuurd. We hadden helemaal niets, nog geen stoel om op te zitten. Maar boven de rivieren hielden ze een actie en mensen stonden meubels af voor mensen zoals wij die alles kwijt waren. H.A.R.K. heette dat, een hulpactie voor oorlogsgetroffenen Daar hebben wij heel wat van

Terug naar pagina 1

Terug naar de website

Naar pagina 3