Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 11 - 16 juli 1940 vervolg

Terug naar bladzijde 9

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 11

40F - Blok Vervolg

blz 10

vel 3

Grebbeberg bijeengezocht. Enkele balen, en twee bergen in flarden getrokken en bebloede kleeren; de eene wit goed en de andere de groene pakken. Geen wollen uniformen, daar de Duitschers deze terstond in beslag genomen hebben voor eigen gebruik.
Heimerstein lag schijnbaar ongedeerd. De weg er langs even vervolgende, bleek hoe onzichtbaar vanuit de velden de prikkeldraadversperringen en de loopgraven van de berg waren. Naar boven gegaan tusschen de loopgraven door. De meesten bedekt met gaas waarop mos en takken. Sommige waren zelfs nog niet geheel af gekomen: niet voorzien van de houten bekleeding. In een enkele stond het luik van de voorraadruimte open; opengemaakte, maar niet aangebroken blikken waren in de steek gelaten. Overal lag de grond bezaaid met sigarettendoosjes, waartussen leege blikken, leerwerk, brieven en boeken, toiletgerei, patroonhulzen, enz. en hier en daar nog een gebroken wapen. Te midden hiervan een ronde opgeworpen hoogte.
De zon scheen in plekken door de blaren en een eenzame vink liet onophoudelijk zijn eentonig liedje hooren.
Bijna bovenaan kleine ingravingen, waarbij o.a. stukgesneden D. rubberlaars. Hier kwam een Hollandsch soldaat naar mij toe, zeggende dat dit eigenlijk verboden terrein was. "Doch U bent zeker op weg naar de begraafplaats, dan breng ik u er wel even en als de veldwachters iets vragen, zegt U maar dat U verdwaald was." Bovenop de berg een ruimte omheind met dennenstammen en daar de rijen Hollandsche en Duitsche graven. De Duitsche gelijkvormig beplant met kleine begonia's en blauwe bloemen en de kleine naamhouten aan de hoofdeinden, de Hollandsche met allerlei bloemen, maar veel in de kleuren van onze vlag, een enkele met, in plaats van het houten oranje kruis met naam, een steenen kerkhofkruis of grafkrans in doos, te breed voor de smalle rustplaats die ieder toebedeeld is. Aan 't begin en einde van de rijen graven van officieren, zes of zeven, o.a. majoor Jacometti 8ste R.I.
Ongeveer 460 Hollanders en 300 Duitschers waren hier gebracht. Men werkte nog aan de graven, bij een D. rij werd een lange groeve gemaakt. Hierbij stond als een schaduw een stille D. officier toezicht te houden. Hinderlijk, ergerlijk was de breede D. officier die zich met zijn vrouw met overwinnaars air in het midden van de begraafplaats posteerde en de ronddwalende menschen monsterde, de handen in de zijde.
Op de Holl. graven waren hier en daar helmen, geweren en sabels.
Op de eene rij D. graven stond een plakaat in lauwerkrans met het volgende opschrift:

vel 4

"Fr Fhrer, Volk und Vaterland fielen in Siegreichen Durchbruchkampf der Grebbelinie ....."
Bij de uitgang een bus waarvan de inhoud dient om de graven van de onbekende soldaten met bloemen te versieren.
Langs de groote weg de berg afgedaald en even gezeten vr de rest van het hotel, dat beneden nog tamelijk bruikbaar is, doch zijn dak mist. De spanten staan nog; men was bezig, daarboven af te breken en luiken en deuren langs een ladder naar beneden te brengen. De vlaggestok met de vlag er om heen gewikkeld, stond dwars over de zolder. Het stuk van het hotel aan den overkant van de weg bestaat enkel nog uit halve muren.
Per bus tot den Oostkant van Rhenen, waar allen uit moesten stappen, omdat het groote viaduct over de spoorweg vernield, en alleen de oude trambrug te gebruiken is. De spoorbrug ligt gesprongen in de Rijn.
Voor mij uit ging een oudere juffrouw in 't zwart, ik had haar op de begraafplaats al opgemerkt terwijl zij zoekende rond liep met bloemen in de hand. Zij werd aangeroepen vanuit een winkel: "Wel, juffrouw, bent U zoo in de week aan 't wandelen?" "Ja, ik ben eens effe naar mijn zoon wezen kijken."
Met een meewarige blik zeide de slagersvrouw: "Och ja, mensch, je hebt er niet veel aan, maar je wilt dan toch wel eens zien, waar hij ligt."

Terug naar bladzijde 9

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 11