Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 11 - 16 juli 1940 vervolg

Terug naar bladzijde 10

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 12

40F - Blok Vervolg

blz 11

Met dezelfde rustige stem antwoordde de moeder enkel: "Hij is vandaag jarig" - alsof haar jongen nog leefde - en vervolgde haar weg.
De hoofdstraat van Rhenen was afgezet op het punt waar de verwoesting begint; door echter de weg buitenom te volgen tot een zijstraatje dat er naar toe geleidt, kwam ik er toch in. Het geheele hart van Rhenen is weg; verbrand en in puin. Zeer veel roestige fietsen lagen overal tusschen de bouwvallen en werkvolk was druk bezig met puin ruimen. Langs de trambaan ten Westen van het stadje lag een breede en ongeveer honderd meter lange wal van uitgezochte, nog bruikbare ongebroken baksteen. De nare lucht van puin en brand. Op enkele plekken steeg nog rook op. Wonderlijk genoeg is de kerk bijna ongedeerd, alleen is het dak verbrand, doch dit heeft geen verdere schade aangericht doordat er onder een betonnen laag aangebracht was. Ook waren enkele ruiten of liever ramen vernield. De prachtige toren rees trotsch naar boven. Vreemd deden de herstellingswerken aan, naast de algeheele verwoesting aan den eene zijde van het gebouw, terwijl aan den anderen kant de oude huisjes aan de bochtige keienstraatjes liggen te dommelen, alsof ze nooit door verschrikkingen wakker geschud waren.
vel 5

Vernam in Rhenen op welke manier de ontruiming in deze streek had plaats gevonden: op open schuiten, die de rivier afgevaren waren. Achter zich het bombardement en vr zich de branden van Rotterdam. Verhaal over 't oude moedertje dat niets van alle gevaar begreep en steeds jammerde tegen haar kinderen: "Jullie zijn altijd zoo goed voor mij geweest en waarom doe je me dit nu aan?" Nu zijn de vluchtelingen weer terug gekomen en de van hun huizen beroofden slapen in stallen, schuren en zelfs kippenhokken.
Ten Westen van Rhenen nog hier en daar huizen verwoest, tot Elst. Verder het oude, weelderige landschap van prachtige boomen, buitens, bosschen en landhuisjes. Vrede en voorspoed. Bloemen. In Driebergen het hartelijke weerzien in 't rustige, bekende huis.

13 Juli s Morgens om half tien per tram naar Amersfoort. Tusschen station Driebergen en
Zeist aan de linkerhand twee villa's verwoest. Deze zijn door de Holl. soldaten bewoond geweest en bij het verlaten in brand gestoken, opdat de zich er in bevindende voorraden niet in D. handen zouden vallen. Hermitage en Slotlaan vol Feldgrau, zooals ook de geheele omgeving van Soesterberg. Hier stonden verborgen onder de boomen lange reeksen vrachtauto's.
Na eenig zoeken het gezellige huis van Willy gevonden en van daar uit de v.d.B. 1) opgebeld. "Ik ga vandaag in krijgsgevangenschap in Duitschland."
{vel 6}

Maandag 15 Juli. Om half tien per tram uit Driebergen naar Doorn. Zag, bij huize Doorn
gekomen, dat het wachtlokaal vol D. soldaten was, ook liep er een D. schildwacht in de poort op en neer. Beproefde met succes met een air van zekerheid hier voorbij te loopen; meende op dezelfde manier de verderop in de poort staande Nederlandsche veldwachter te kunnen passeeren, wat aanvankelijk slaagde, och na enkele passen hoorde ik achter mij: "Mevrouw, U bent hier zeker bekend?"
Dit moest ik ontkennen, tegelijkertijd de persoon noemende, die mijn bezoek gold. "Ja. 't spijt me, dan mag ik U niet toelaten; we hebben geen bericht van uw bezoek ontvangen."
"'t Was mij niet bekend, dat ik hier van te voren bericht van had moeten geven, want dan had ik het wel gedaan. Ik zou ondertusschen gaarne Frau H. spreken."
Tot verlichting van den veldwachter kwam er op dat oogenblik een D. heer aan, wien ik mijn verzoek moest overleggen. Na eenig heen- en weer gepraat gaf ik den Duitscher mijn kaartje, waarop ik "Groesbeek" geschreven had, opdat zij zou begrijpen, van wie ik kwam. Daar Frau Hirsch het kaartje echter niet in handen kreeg, maar opgebeld werd in het wachthuis, waar zij zich


[1] Kennelijk Generaal-Majoor A.R. van den Bent, een neef van J.C.v.d.Bent, de zwager van Mevr.P.Frowein-Dozy. P.S.

Terug naar bladzijde 10

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 12