Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 11 juli 26 december 1943 Vervolg

Terug naar bladzijde 110

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 112

43C CAHIER-2 Vervolg

blz 111

blijdschap hierover deel ik van heeler harte. Deze eensgezindheid en kracht zullen de grondslag zijn waarop het gebouw van onze toekomstige vrijheid zal rusten.
Overtuigd dat alleen hij, die de strijd in Nederland uit eigen aanschouwing kent en die volkomen op de hoogte is van de tegenwoordige toestand, kan beoordeelen welke maatregelen genomen moeten worden in Nederland, zoo hebben Wij meester Burgers - die zoo juist naar Engeland overgekomen is - benoemd als minister zonder portefeuille. Zijn voorlichting op ieder terrein is van bijzondere waarde. Wij voelen de ure der bevrijding naderen; wanneer, kunnen wij niet voorspellen. Het is met haar als met de belofte v.d. nieuwe lente: lang vůůrdat zij er is voelen wij haar komst, die wij met onbeschrijflijk verlangen tegemoet zien.
Ik wil U thans nog enkele mededeelingen doen omtrent de maatregelen die voorbereid zijn; zoover zulks mogelijk is, daar de vijand ook luistert. Een groot aantal Landgenooten is opgeleid v.d. uitvoering v.d. reeds beraamde maatregelen; zij zullen onder leiding v. een militair belast worden met de uitoefening v.h. militair gezag. Dit mil. gezag zal op het uur der bevrijding aanwezig zijn en het zal later over gaan in een gesaneerd burgerlijk gezag. Deze landgenooten zullen in de ware zin des woords Uw eerste bevrijders zijn. Zij komen als vrienden en helpers tot U. Allen, die van goede wille zijn, kunnen dan aan het werk gaan v. een herboren vaderland. Deze regeling zal dan met in begrip van Uw deelname onmiddellijk in werking treden. Er zal onmiddellijk worden overgegaan tot de verwijdering v. alle ongewenschte elementen, die dadelijk afgezonderd moeten worden, opdat op een snelle en rechtvaardige berechting gerekend kan worden v.d. misdadigers. Zeer spoedig na de instelling v.h. mil. gezag zal het groote oogenblik aantreden dat ik in Uw midden zal terugkomen.
{In de marge: Wij thuis moeten met alle hens aan dek aanpakken.}
Zoowel uit Nederl. als uit IndiŽ moet de vijand verjaagd; wij zullen ons moeten toebereiden tot de groote worsteling i.h. Oosten. Thans zoude ik een woord willen spreken tot onze Landgenooten die in alle deelen der wereld de strijd ... Wij kennen hun bereidheid tot de nieuwe geestelijke doelstelling en de wil om een te zijn in h. leven en streven in Nederland. De eensgezindheid en kracht die het hoofd moeten bieden a.d. machten der Duisternis die Ned. en IndiŽ in hun greep hebben, doch die tevens de scheppende kracht bezitten om de toekomst vorm te geven. Om in Ned. de bevrijding te bevestigen en in IndiŽ de bevrijding te bedingen{?}. Allen die dit begrijpen, zullen wij noodig hebben, hetzij in Ned., hetzij in IndiŽ. Die nieuwe instelling is volstrekt noodzakelijk om het komende werk te volbrengen. En tot U allen thuis zeg ik het woord v. een Uwer schrijvers: moedig en onverzettelijk bij onze tegenstand, ... en bedachtzaam ons handelen, onoverwinnelijk ons geloof! Nederland en IndiŽ zullen herrijzen!
{vervolg vel 50}

7 September. Half elf p. bus vertrokken, doorgereisd n. Leeuwarden, daar om vijf uur aangekomen.
Vrijwel geheele stad doorgeloopen naar St. Anthony gasthuis, en door mevr. v.d. Zee vriendelijk ontvangen, Zuster de Vries was juist de stad uit. Mevr.v.d.Z. liet mij haar geheele woning zien: beneden zitkamer met diepe kitchenettekast, bedstee, achter derde deur een echte scheepstrap naar boven; alles maakte een kajuit-achtige indruk:
{vel 51}

keurig en beknopt, met overal nog kastjes en berging. Boven een lage, heldere slaapkamer, ook met bedstee; een zolder er achter en een vliering met allersteilste trap er boven.
De menschen - niet alleen vrouwen, ook echtparen - moeten / 5.000 inkoopsom storten. De gezamenlijke salon met een paar mooie oude dingen, kastjes, kraantjeskan, tabakscomfoor, tegelschilderij v. H.Anthonius, naar oude prent in makkum gemaakt; 't geheel echter zeer ongezellig, geen bloem en geen plant. 't Is trouwens merkwaardig zoo weinig bloemen als er in de weidestreek v. Friesland te zien zijn. De boerderijen staan als eilandjes in de graszee: wat boomen er om heen, maar geen bloemen. De stulphuizen; in 't Zuidelijk deel het lange type, dat is een ander land, veel hout tusschen de landen, slechte weiden met riet en biezen. Tjonger die door een moerasstreek loopt.

 

Terug naar bladzijde 110

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 112