Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 11 juli 26 december 1943 Vervolg

Terug naar bladzijde 111

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 113

43C CAHIER-2 Vervolg

blz 112

Aan den Oostkant v.d. spoorweg motorbooten, jachten, cano's, aan den Westkant niet: de verboden "Kuststrook" loopt tot de spoorweg.
Hier en daar, vooral in 't Noorden, een verbrande boerderij van NsbeŽr. In Leeuwarden was een NsbeŽr op distributiekantoor werkzaam; hij had 2 mannen aangegeven die buiten de stad vrij afgelegen woonden een Joden verborgen hadden. Als wraak werd de NsbeŽr beschoten, de kogel ging dwars door de mond, hij genas hiervan, doch stierf in het ziekenhuis aan een maagbloeding.
In Leeuwarden bij huiszoeking onderduiker verstopt onder de gang; 't luik werd gesloten, linoleum en looper er weer over gelegd. Een uur lang liepen de speurhonden boven zijn hoofd op en neer, doch vonden niets.
Tragisch geval van NsbeŽr, een goede man, idealist. Leeraar, nu benoemd als burgemeester. Zijn grootmoeder vroeg hem: "maar jongen, hoe heb je daar nu bij kunnen blijven?" "Grootmoeder, ik kan er niet meer van af, ze laten me niet los." Zijn afscheidsreis dezen zomer langs alle plekken die heem lief waren; zijn geboortedorp, 't graf van zijn vader. Van 't station van Leeuwarden ligt een der gebouwen in puin door bombardement. Bij het binnenkomen wordt het oog 't eerst getroffen door de reusachtige Frico-fabrieken.
Leeuwarden een mooie stad met groote pleinen en statige regeeringsgebouwen. 't Oude Prinsenhof, hofjes, mooie, deftige oude huizen, de breede gracht de Nieuwstad waar de goede winkels zijn en de groote zaken. Nu 's avonds bedorven door de pantoffelparade van de Duitse soldaten. Een trotsche, zelfgenoegzame stad, echter wat tŤ rustig. De massieve Oldenhove, die afgeknot en eenzaam aan 't einde van het groote plein staat, misschien te droomen van den tijd toen hij als vuurtoren dienst deed en uitkeek over de binnenzee. Hij helt op een griezelige wijze over de kleine huisjes aan de voet. Ik mat 80 c.m. verschil tusschen langste en kortste kant aan de voet.
't Vriendelijke, behulpzame Friesche volk. En trotsch, een stuk gevoel van eigenwaarde. "Hij begreep ons niet, hij was geen Fries." Ik voelde zelf de bloedverwantschap met hen, het dadelijk begrijpen, het gevoel van er thuis te zijn. Sliep in hotel Oranje, prettige sfeer, Friesche tijdschriften, er werd Fr. gesproken. Groote foto v.h. Loo, op mijn kamer afbeelding naar schilderij v.d. Koningin.
In de trein n. Leeuwarden twee vluchtelingen uit Hamburg, man en vrouw, de vrouw zag er nog geheel verwilderd uit.
{vel 52}

"'t Was een booze droom, alles verwoest om ons heen, 300.000 dood, je ziet het steeds voor je."

8 september. 's Morgens eerst stad, tien uur naar Steenwijk, waar per geluk de bus n. Giethoorn te
laat was, kon dus mee. At mijn brood bij Vrouw Broer en haar dochter, bracht de boot in orde en teekende mijn naam met krijt er op, want alle booten moeten nu prijken met de naam v. eigenaar en plaats. De dorpsschilders werkten boot na boot af; een enkel had zelf de letters er op gezet, slordig en ongelijk.
Vůůr 't avondeten bij Mol en daarna naar meester M. om boeken op te halen. Ontvangst met de goede tijding dat ItaliŽ zich overgegeven heeft en de D. zal helpen verjagen. Hij bracht mij thuis en ieder zeide tegen ons, en wij tegen hen: "Hest heurt?" En ieder keek verheugd.
's Middags op Molengat liggende hoorde ik zwaar scheepsgeschut in 't Noorden. Achteraf bleek dit te zijn geweest afkomstig van de landing die de Geallieerden op Terschelling hebben gedaan. T. was het meest versterkte eiland; de versterkingen werden verwoest en vervolgens trokken de aanvallers weer weg. 1)
Omtrent 10 dagen geleden kwam 's nachts een D. patrouille in de Vliegerstraat om huiszoeking naar onderduikers te houden. Bij het eerste huis liet men hen opzettelijk niet dadelijk in, zoodat ze lang op luiken en deuren bonsden en met dit lawaai en schreeuwen de geheele buurt alarmeerden. Nergens werd dan ook iets gevonden. Een jongeman had zich in een kleerenkast


[1] Volgens mij oorlogsgeruchten P.S.

 

Terug naar bladzijde 111

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 113