Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 11 juli 26 december 1943 Vervolg

Terug naar bladzijde 112

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 114

43C CAHIER-2 Vervolg

blz 113

verborgen, men sloeg met een stok onder de hangende kleeren, raakte zijn enkels, doch hij hield zich stil. Een ander was in de hanebalken van de schuur gekropen, na vooraf het el. lampje los geschroefd te hebben. In de schuur komende zeide de boer tegen de D.: "Ja, die lamp is hier allang stuk en je kunt geen nieuwe krijgen; licht jullie maar bij met je lantarens." Maar de knijpkatjes bereikten met hun licht de hanebalken niet, ondanks een hevig gezwoeg en gezucht.
"En nu moeten we naar de Wetering" verklaarden de D. toen het vruchtelooze onderzoek afgeloopen was. De boeren zeiden dat dit oord niet per motorfiets te bereiken was, alleen over water. De D. informeerden naar de duur van de tocht en kregen te hooren dat het wel een twee uur was, heel over 't meer, maar, werd er met een verdachte gewilligheid bijgevoegd: we kunnen U er best brengen. De D. trachtten met een blik de rij houten gezichten tegenover hen, waarin alleen de oogen met een onheilspellende flikkering oplichtten, te doorgronden. Dumme Holländer,. Maar toch ..... En eensklaps zagen ze voor dien nacht af van de tocht naar de Wetering. Ze zouden nog wel terugkomen; hetgeen tot nu toe echter niet geschied is.

10 September. Inval op gemeentehuis van Vollenhoven voor distributiebonnen, gelukt. Er is ook
eenigen tijd geleden een inval gedaan op gemeentehuis van de Wijk, men zeide door echte zwart-handelaren die twee goede agenten neerschoten. Twijfel echter of dit geen Nsb inval was met het doel om de klad in deze invallen te brengen en medewerking tegen te gaan.
Zag de plaatsen waar nu geslapen wordt door de onderduikers: hooibulten aan den kant van het water, waar 't hooi tot het vormen van een legerstede uit was gehaald, "en hooi is zo koud om in te slapen" zooals men zeide. Ergens een schuilhutje van aarde gebouwd, of van riet. Anderen slapen in een punter of bootje tusschen het rietland. Na de huiszoekingen willen velen niet meer 's nachts in de boerderijen blijven, om hun gastheeren niet in gevaar te brengen. De scheepskapitein in zijn woonschuit heeft het beter, evenals de sleepbootbemanningen. Er was er nu een bijgekomen met naam en alles er nog op en 9 ton.
De D. zijn gaan jagen, eerst in de Otterskooi, na protest kwamen ze 's avonds op het weiland er naast en schoten de thuiskomende eenden neer. Natuurmonumenten ... gekomen, men hoopt dat het nu uit is. Het oude kooirecht ordonneert dat er tot op duizend meter van de kooi niet geschoten mag worden. Ik kon de Otterskooi ..., wachtte tevergeefs op den kooiker Klaver.

{vel 53}

In 't kraggeland achter Nederland moet de nieuwe minister Burger opgestegen zijn om naar Engeland te gaan.
Bij de Wetering schoten de D. op de duiven. Zag een ijsvogeltje bij de Thyssengracht.

Zaterdag 11. Naar R. voor inlichtingen omtrent achter de Wetering; hij hielp mij met alle
bereidwilligheid voort en gaf alle inlichtingen, ook voor V. beloofde hulp en gaf die. Mooi schilderijtje van Mr.M. boven zijn schrijfbureau en vers. In Gorredijk hadden ze een onderwijzer ingepikt en n. V. gebracht, in Mei. Deze ongelukkige man had verlamde beenen en kon slechts loopen met behulp van beugels die aan zijn schouders waren vastgemaakt. Hij was nog bijna vergeten met de vrijlating van de Overijsselaren, daar hij toen in 't ziekenhuis lag, doch de anderen hebben net zoolang gezocht tot ze hem vonden.

Zondag 12. 's Morgens n.d. kerk in N. met visscher Smit, een oude vos. "Hoe is het kerkvolk bij
jullie?" De baarze van 4 pond, die hij voor een rijksdaalder verkocht had. De man die bij hem was gekomen met 2 zoo goed als nieuwe fiets-banden en deze tegen vier pond spek wilde ruilen. "Nou, ik kon ze bèst gebruken, maar ik zei tegen hem: dat spek, dat gaat de vrouwe aan, daar moet je met haar over spreken." En toen volgde er strak op: "Maar ze wou niet." "Wilde je vrouw geen spek afstaan?" "Nee, ze wou niet." "En had je dan niet tegen paling kunnen ruilen?" "Jawel, maar ik had juist geen paling."

 

Terug naar bladzijde 112

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 114