Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 11 - 16 juli 1940 vervolg

Terug naar bladzijde 11

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 13

40F - Blok Vervolg

blz 12

juist bevond, en dat ligt aan de tegenovergestelde zijde van het park, kwam het antwoord dat de Beschließerin mij niet kende en ik dus ..... niet toegelaten kon worden. "Zegt U ons de boodschap maar."
"Toch zou ik gaarne Frau H. persoonlijk spreken. Ik heb een boodschap van haar zuster, die een ernstige operatie moet ondergaan, en wensch deze boodschap zelf over te brengen."
Ten slotte werd ik in het wachtlokaal van de Ned. wacht gebracht, waar ik mij een stoel liet geven, wel begrijpende dat de bedoeling was, mijn geduld uit te putten. Wat juist bleek te zijn, want ik heb er meer dan een uur gewacht, eerst in gezelschap van éen, later van twee veldwachters. Na verloop van tijd begon degeen die mij aangehouden had, zijn verontschuldigingen te maken, doch de orders waren zoo streng: niemand die onbekend was, mocht toegelaten worden "en dan hebben we nog eene hele lijst van personen die heelemaal niet binnen mogen komen."
Ik antwoordde, dat ik volkomen begreep, dat hij zich aan zijn orders moest houden.
Eindelijk en ten leste kwam een jonge dame mij afhalen en bracht mij bij Frau.H.: een vriendelijke jonge verschijning met grijs haar, die zeer verheugd was, toen zij bemerkte dat ik uit naam van haar zuster kwam. Een jongmensch die getuige van de begroeting was, zeide verontwaardigd: "Hat man die Dame aber lange warten lassen." Ook Frau H. putte zich uit in verontschuldigingen en bracht mij onderwijl naar een logeerkamer, dat ik mij wat op kon frissen. Gezellig pratende zaten wij eenige tijd samen, waarop zij voorstelde dat we in 't dorp zouden
{vel 7}
gaan lunchen: "want hier in de eetzaal zitten wij niet onder elkaar en dat is niet zoo prettig." Dus gingen wij naar Cecil en kregen daar een uitstekend verzorgde maaltijd. Met een buigende hotel-eigenaar.
Heen en ook terug gingen wij een achterpoortje door en door 't op dat tijdstip gesloten rosarium. De bank van den keizer op een afgezette verhooging, als een soort troon. Bij alle rozenperken op emaille-plaatjes de naam van degenen die het gegeven hadden, zooals deze ook in 't Pinetum{?} staan bij iedere geschonken boom of struik. Frau H. liet mij het geheele park zien: de tennisbaan met de groote klimrozen tegen het hekwerk, het speciale rosarium ter nagedachtenis "von unsere richtige Kaiserin"; de moestuin, het houthakkerseiland, de prachtige oude beuken en eiken in 't oude park en de nieuwe aanleg van het pinetum. Hierin een tuinhuis - geschenk van de gemeente Doorn - dat eenigzins overhoop lag: zandvoeten, de kussens door elkaar gesmeten, enz. tot verontwaardiging van de huishoudster. "Ach, dat hebben die tuinlui natuurlijk omver gehaald." Thuisgekomen werd er dadelijk een dienstmeisje op afgestuurd om de boel op te ruimen. "Ja" zeide het meisje: "Daar heeft de Keizer vanmorgen gezeten ...."
Groote teleurstelling van mijn gastvrouw: had ik dat maar geweten, dan zou ik U er even langs gebracht hebben, dan had U hem gezien. En ik begreep al niet, dat hij vanmorgen niet bezig was om de uitgebloeide rhododendrons op het voorplein uit te plukken, zooals andere dagen, dat zeide ik u nog. Wie Schade, wie Schade!"
Enfin, naar Rome geweest en de paus niet gezien. In plaats daarvan echter vele portretten bekeken. Tijdens onze wandeling werd het zeer drukkend en terugkomende in de Oranjerie, toen ik mij gereed wilde maken voor mijn vertrek, brak een hevige onweersbui los, of liever drie buien achter elkaar. De Oranjerie is beneden geheel ingericht voor den kroonprins en zijn familie. Volle, eenigzins overladen kamers, veel schilderijen, portretten, mooie oude meubels en erg vergulde Engelsche ledikanten. De gangen stijlvol aangekleed met een paar oude meubels en aardige prenten, beneden van oude uniformen, boven van oud-Berlijn en Potsdam. Frau H.'s eigen kamer keek op 't voorplein uit met al zijn bloemperken en schuin op 't hoofdgebouw, 't eigenlijke kasteel. Onderwijl dat het buiten stortregende en onweerde, zaten wij gezellig foto's te bekijken. van de keizerlijke familie, het huwelijk van prins Louis Ferdinand met prinses Kyra, van ons prinselijk paar en de kleine prinsesjes en van de eigen familie van Frau H. 't Eenige kind van haar broer, eerst een vrolijke jongen; zijn eerste schoolgang met de "Tüte"; op 't strand of in de sneeuw met zijn slee en 't laatste portret dat zij gekregen had: als vlieger, een strak, somber gezicht. "Damals war er in Dänemark, ob er nog lebt, weiß ich nicht. So ein lieber, guter Jungen. Ach, Krieg ist schwer."
De schaduw van den oorlog. Frau H. vertelde van de

Terug naar bladzijde 11

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 13