Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 januari 30 april 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 119

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 121

44A Cahier-2 Vervolg

blz 120

In de Wieringermeer hebben de menschen aanzegging gekregen dat de polder ontruimd moet worden en onder water zal worden gezet. Wanneer is niet bepaald. In H.Post verscheen artikel met dreigement dat half Nederland bij dreigende invasie onder water zou gezet worden.
Om electr. centrale in Nijmegen loopgraven gemaakt, die nu met de hooge grondwaterstand en vele regens volloopen. Laatst weigerde gedurende een uur het electr. licht. Oorzaak niet gevonden; men veronderstelt generale repetitie v. sabotage.
In Zeeland eenige polders onder water gezet.

22 Februari. Om half 12 's middags Nijmegen gebombardeerd door 16 vlt., daarna luchtgevecht.
In Grb. bemerkten wij zoo goed als niets v.h. bombardement, wonderlijk genoeg. Er vlogen wel veel vlt. over en ergens - heel ver naar 't ons scheen - vielen bommen, doch dat gebeurt zoo dikwijls en heel verbaasd waren wij dan ook toen een paar uur later ze ons kwamen vertellen dat N. getroffen was en hevig brandde. Inderdaad zagen wij een zwarte rookzuil opstijgen achter de heuvel ten N. van ons 1) . Z. was dien dag op bezoek - Arnhem - oorspronkelijk zouden wij samen gegaan zijn - daar werden om 1 een werf - de Rijnstroom - een fabriek, de gasfabriek en Elden getroffen - en vertelde bij haar verlate thuiskomst hoe zij met de trein niet verder dan Lent had kunnen komen en verder heeft moeten loopen, 2 uur. Een vreeselijk gezicht was 't van de overkant v.d. Waal geweest om over de geheele breedte v.d. stad de branden te zien opstijgen. De brandweeren uit de verre omtrek werden te hulp geroepen, ook Utrecht, den Haag, Kleef, enz. Onze dorpsbrandweer heeft zich buitengewoon goed geweerd en werd zeer geprezen. Een groote moeilijkheid bij het blusschen leverde het feit op dat de waterleiding dadelijk{?}
{vel 57}

getroffen was - voor 't station - en 't water dus uit de Waal opgepompt moest worden. Zoo stond de spuit v. Apeldoorn voor Groesbeek op te pompen, Grbeek bluschte in de Hezelstraat. M.i. is het niet overdreven om te zeggen dat 1/3 deel v.d. oude stad verwoest is. Officieel zijn 500 menschen omgekomen; men veronderstelt dat er wel een 1500 levens bij verloren zijn gegaan, want steeds vindt men nog overblijfsels onder de puinhopen.
Zag zelf een vrachtauto met R.Kruis vlag staan bij Centraal bioscoop op Burchtstr. met de lugubere zakken er op, toegedekt met zakkengoed. Door een wonderlijke vergissing was 't signaal veilig gegeven, toen 't grootste gevaar nog moest komen, vandaar dat veel menschen de straat weer op waren gegaan. Volgens de moeten op nog overeind staande huizen hebben niet alleen de scherven overal rond gevlogen, maar is er ook met mitrailleurs geschoten.
De mooie oude gebouwen zijn er vrij goed afgekomen: de St. Stevens kreeg een bom aan een kant en de bovenkant v.d. toren is een rune. 't Oude Waalsche kerkje is een bouwval geworden, evenals 't huis v.d. Snoecken. Betsy stond met de balkondeur in de hand, toen de ontploffing gebeurde en is wonder boven wonder

{Intermezzo: Geheel kapot zijn de Canisius - de Augustijner en de St. Franciscuskerk, de laatste met klooster, ziekenhuis, scholen, enz. De Dominicanenkerk beschadigd. 't Oude huis St.Louis met klooster, scholen, bewaarschool vernietigd. Hierbij kwamen uit 5 of 6 gezinnen telkens 2 kinderen om. O.a. Dieben, v. Kalmpthout.}

niet gekwetst. De beide trappen waren met puin versperd, zij kon slechts uit huis komen door de geheime doorgang die uitkomt in Ds. Pijnackers studeerkamer. Daar lagen alle boeken dooreen. Zij vond mevr. P. bedolven onder de hemel v. haar bed, doch ongedeerd en onverveerd. "Wat maken jullie een drukte" tegen de beide meisjes. Zij weigerde het huis te verlaten, doch is toch Vrijdag naar de Stollenberg gebracht. En nu juist is bericht gekomen van het overlijden van mevr. Snoeck in haar kamp in Mecklenburg, Strelitz. Door uitputting, zooals een die vrijgekomen is, vertelde. In Kleef heeft zij te hard moeten werken en kwam in dit kamp reeds uitgeput aan. Zij was er zeer


[1] Ik herinner mij vanaf het Binnenveld ook een rode gloed en rook gezien te hebben. P.S.

 

Terug naar bladzijde 119

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 121