Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 5 - 16 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 134

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 136

44D SCHRIFT-1 Vervolg

blz 135

[vel 5]

om er een woord tusschen te voegen, liet ik het onweer over mij heen razen, onderwijl de man recht in de oogen ziende en voor mijzelf de opmerking makende dat hij zich aanstelde als een vrouw die over haar zenuwen heen is.
C. zeide heel soumis{?} na dit voorval:"dus nu moeten we alles weer terugzetten?" "Ik denk er niet aan." Ondertusschen moesten we het bureau wel weer terugbrengen, na vluchtig laden en kastjes uitgezocht te hebben. Verder hingen we wat onverschillige dingen op en op een groote leege plek in de voorkamer het Wilhelmus. De lange uit den Eifel keek nieuwsgierig wat het was. Hij had gezegd tegen mijn helpers: "Hang maar wat op, dan is hij tevreden." En toen mij gecommandeerd werd v. servies v. 4 man te zorgen: "Daß haben wir schon, H.H." C. wist nog een voorraad leege Weckpotten uit de kelder te smokkelen. Tenslotte stuurde ik hem weg en bleef alleen wat orde in de chaos in h. kleine kamertje scheppen, borg de boel zooveel mogelijk in de kasten, dat het bij mogelijke onbescheiden blikken niet zooveel zou lijken. Door mij niet opgemerkt waren de v.S. om het huis geweest en hadden te hooren gekregen dat ik vertrokken was, zoodat toen ik eindelijk thuis kwam, de familie eenigszins gealarmeerd was: huis in beslag genomen en ik weg! Samen zijn we weer teruggegaan, v.S. namen de plantjes mee en Z. en ik ook 't mogelijke in onze tasschen. Thuis een opwekkende Martini en daarna een wild konijn uit den tuin. Dat trof, want het Zondagsche vleeschrantsoen was niet uitgedeeld. {In de marge staat "Für Bücher haben wir kein Interesse" toen ik C. die liet terugbrengen. Bijna dadelijk werd door de kerels een radio aangesloten, die eerst eenige jankende deunen en daarna een sentimenteele D. wijs liet hooren, in deze omstandigheden goed om je geheel uit je vel te doen springen.}.
[achterzijde vel 5]

Maandag 11. Vanmorgen met Paul nog even in The Finish geweest en nog eenige dingen
ongehinderd meegenomen. "Ik vind het niet prettig, Tante, om naar ons huis met die Romo's te gaan." "Ik ook niet, Paul, maar we doen het voor Moeder" en welgemoed ging hij, zijn wagen trekkende, mee.
Vanmiddag was Ria G. hier en hoorden v. haar dat{?} een vriendelijk persoon ons huis als geschikt v.h. herbergen v.D. had genoemd - The Finish was de betere oplossing.
Van 6 tot 7 kwamen honderden vlt. heel hoog over, eerst heen, toen terug. Ze werden zwaar beschoten door afweergeschut. Om half acht nog gauw even met schoenen n. Wijnand over het Galgeveld loopende weer vlt. over en schieten.
Nieuws v. vanavond dat de Geall. Kempisch kanaal over zijn en nu n. Eindhoven optrekken. In de Pietersberg huizen duizenden menschen sinds dagenlang. Aken zwaar gebombardeerd.

Dinsdag 12. Z. vanmorgen eerst naar The Finish om te zien een bewijs v.d. brandstoffen los te
krijgen. Zij vroeg den Hauptmann te spreken, maakte zich bekend, vroeg of de brandstof door hen gebruikt zou worden, waarop het antwoord volgde: "Nu nog niet, maar later wel, als we hier dan nog zijn." "Höffentlich sind Sie dann nicht mehr hier." liet Z. zich ontvallen, en, begrijpende nu niets meer te zullen bereiken,
[vel 6]

ging zij de deur weer uit. Ik, even later komende, ondervond de gevolgen: de minst ongunstige kleine Czech kwam mij zeggen dat we vanmorgen nog wel wat weg konden halen, maar daarna ook niet meer. Zag nog kans naar de zolder te loopen - die vol stond met militaire kisten - en uit een kist v. Elly wol te halen en om de houten kandelaar uit de voorkamer weg te nemen.
Laadde op de wagen v.P. een bus met koffiesurrogaat, een idem met gortmout, een tasch vol kousen, enz., een badlaken, enz. Bovenop een kleedje en P's kapstokje als camouflage. Paul kent het woord camouflage ook al: hij reed in de moestuin een wagen volgeladen met takken weg en zeide: "nu is mijn kar ook gecamoufleerd."

 

Terug naar bladzijde 134

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 136