Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 5 - 16 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 136

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 138

44D SCHRIFT-1 Vervolg

blz 137

Maastricht genomen. Groote vreugde daar en overal vlaggen. Echter zeer veel kinderen gestorven in de schuilplaatsen in de Pietersberg, die door de Doktoren ongeschikt v. een langer verblijf dan drie dagen waren verklaard. En hoe lang hebben ze er nu ingezeten, een week of 10 dagen. Verder komt bijna niets door; de Geall. willen de D. geen inlichtingen verschaffen. Men wil over vrede praten met de D. generaals, maar niet met reg.H.
Constateerde zelf dat Landesgericht vertrokken is. Ze hebben v. hun vertrek hun papieren verbrand. Groote betonnen schuilkelder in wording in plantsoen er voor. Postte brief aan Rein. Zou hij hem krijgen?
Langs Zevenheuvelenweg veldtelefoonleiding; hier en daar nog op den grond, op andere plaatsen op twee of drie gekruiste boonenstaken gelegd; of waar een weidehek is, is n paal of staak met wit band vastgemaakt aan de hekkepaal, 't ziet er kinderachtig uit.
[vel 8]

's Avonds na het eten dadelijk even naar fer cheval, die bezig zijn alles gereed te maken voor mogelijk onderduiken. De buren ontfermen zich over kind en kraai. Zijn verklaring over hun moeilijke positie, vooral moeilijk omdat 't Landoorlogreglement niet bijgewerkt is tot op den tegenwoordigen tijd. Verboden om burgers in de vuurlinie aan loopgraven te laten werken, tankvallen, die toen nog niet bestonden, wordt niet over gesproken. M.i. is algemeene strekking: burgers mogen tot geen n werk onder vijandelijk vuur gedwongen worden, behalve tot het weghalen v. gewonden onder vuur.
Het Kinderhuis moet al zijn eetwaar in Nijmegen bijeenhalen en bijeenscharrelen bij de boeren in de buurt. Verder 's avonds bij L. en ons boek over de Vrijwording van Nederland v. Callenbach{?} vervolgd. Om kwart voor tien opgestaan om ruim den tijd te hebben, binnendoor thuis te komen. Op de trap v.L's terras hoorden we al dadelijk twee zacht pratende D. langs de weg komen. Wachten, totdat ze een eind voorbij waren. Dan zachtjes over het gras, tusschen de struiken langs de schuur door, over het prikkeldraad, door het achterpad zes pas naar West, weer over prikkeldraad door de opening v.d. heg en dan tusschen heg en muur, door opslag v. vlier en

[achterzijde vel 8]

acacia hier en daar n.O. Hoor halverwege twee man langs de Zevenh.weg naar boven loopen die zich posteren bij het hek van het achterpaadje. Ik sta stijf. Hoor af en toe 't leerwerk knarschen en iets v. metaal tegen de steenen post tikken, een kuch, een zware ademhaling. Wachten - hoe lang? Eindelijk een voetstap n. beneden, ik wacht gelukkig nog doodstil, want weldra bleek de tweede er nog te staan. Liens terrasdeur wordt gesloten, die is dus binnen. Daar gaat ook de twee[de] post weg en ik vervolgde zoo vlug mogelijk mijn weg. Niet verder echter dan de hoek van de muur vlak bij de weg, daar kwamen de posten terug, met een officier en nog iemand. Lantaarntjes flikkerden af en aan. 't Was een heldere sterrenlucht, donkere maan, doch tamelijk helder. Zacht liet ik mij op een knie zakken om minder zichtbaar te zijn achter de daar niet dikke haag. Gesteund tegen de muur zat ik zoo vrij gemakkelijk echter niet om de geheele nacht zoo door te brengen. En ik begon te vrezen dat dit mijn voorland zou zijn. Hoorde de geheele conferentie tusschen de vier aan, van de wacht die per ongeluk zeven uur op post gestaan had, hoe de doppelposten verdeeld moesten worden: twee bij Fleuren, twee bij Hilwerda{?},
[vel 9]

twee op den grooten weg en twee op onze hoek, die - gelukkig! - verbinding moesten houden. Officier had aangename rustige stem. Hij vertrok tenslotte met zijn onderofficier en de Doppelposten ging[en] samen verbinding houden met die op de groote weg. Ik met bekwame spoed door den tuin n. huis, 't was toen kwart vr elf. Daarna nog wandeling in den tuin met Joris. Met Lien den volgenden dag afgesproken dat ik bij volgend bezoek daar blijf slapen.
Vanmiddag een p. leidsters v.v.Stockums kampeercentr. die hier en bij Lien trachtten zich in te kwartieren.

 

Terug naar bladzijde 136

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 138