Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 17 - 18 September 1944 Vervolg

 

 

Terug naar bladzijde 141

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 143

44E Dagverhaal Vervolg

blz 142

wij ronkende vliegtuigen, het bulderen van kanonnen, het scherpe geratel van geweren en mitrailleurs en dreunende ontploffingen.
Omtrent half vier vernemen wij zware voetstappen; is 't op de weg of in onze tuin? Ineke en ik sluipen naar de keuken, kijken behoedzaam over de vensterbank, klaar naar beneden te duiken bij gevaar en zien boven de heg uit langs de weg helmen voorbij gaan, vreemde khaki helmen met netten bespannen waarin takken steken.
Op het schoolplein aan de overzijde van de weg lopen in khaki geklede soldaten heen en weer en de Duitsers die in de school gelegerd waren staan met het gezicht tegen de muur van de schoenfabriek gekeerd, de handen omhoog. Dat kan niet anders betekenen dan de bevrijding!
Met tranen in de ogen omhelzen Ineke en ik elkander en dan vlug naar de kelder met het ontroerende nieuws. Vader en Moeder willen zich met eigen ogen overtuigen van het ongelofelijke en wij snellen in grote opwinding naar buiten. De buren blijken ook reeds uitgelopen en wij wensen elkaar geluk en begroeten juichend de Amerikaanse soldaten die de
- 7 -
Zevenheuvelenweg af komen draven. Zij geven nauwelijks acht op ons; schichtig, bijna angstig speuren zij naar alle zijden, het geweer klaar om te schieten. Ineke vliegt volgens de traditie n der bevrijders om de hals, doch is niet z impulsief of zij let er terdege op een uit te zoeken die niet al te vet glimt.
Zonderling, luguber zien onze bevrijders er uit met hun door camouflagezalf zwart gemaakte gezichten waarin het oogwit schril afsteekt. Hun kleding lijkt meer een werkpak dan een uniform, zakken zijn tot op de meest ongewone plaatsen aangebracht zelfs onderaan de broekspijpen waar het gevest van een dolk uitsteekt. Hun geweren lijken speelgoedgeweertjes of het knutselwerk van een kleine jongen, van sommige wordt de kolf gevormd door een gebogen stalen buis die de omtrek aangeeft, bij andere doet een rechte buis met schouderstutje als zodanig dienst.
Deze Amerikanen zijn blijkbaar neergekomen met de zweefvliegtuigen die op de akkers ten Noorden van Vogelsangh daalden. Ergens in die richting, in 't verlengde van de Zevenheuvelenweg rookt een zware brand, onheilspellend trekken de dikke zwarte wolken over de velden.
De brand voert onze gedachten, die een ogenblik niet anders schenen te kunnen bevatten dan het feit der bevrijding, in een andere richting: naar Elly's huis. Vanaf haar gevangenneming in Juli hadden wij behalve voor haar zoontje Paultje ook zo goed mogelijk gezorgd voor de verlaten woning. Met de hond Schotje ging ik er iedere nacht slapen tot de dag, nu enige weken geleden, dat de Duitsers het huis in beslag namen om er een radio- en telefoonpost te vestigen. Zou er nog om gevochten zijn, was het beschadigd? Moeder en ik haastten ons naar het z.g. Binnenveld waar Elly's huis als een der laatste van het dorp bij de bosrand ligt. Op een afstand van hoogstens een kilometer van Vogelsangh doch het kostte tijd die afstand af te leggen daar de gehele bevolking van Groesbeek op de weg was en een ieder uiting wilde geven van zijn
- 8 -
vreugde over de bevrijding. Velen spraken tegen ons de wens uit: "Dat de jonge Mevrouw ook spoedig uit haar gevangenschap verlost moge worden en gezond en wel terugkeren uit Duitsland."
In het dorp aanschouwen wij de eerste Binnenlandse Strijdkrachten, de mannen die zich in 't geheim voor hun vrijwillige taak geoefend hebben om als de tijd gekomen was mee te helpen de verdrukkers uit het land te verjagen. Flinke kerels in hun blauwe overal die als primitief uniform dient, zij zijn gewapend met een geweer. Hier en daar staan de B.S.ers op post, fier en verheugd kijken zij rond, bewonderend aangestaard door het publiek waaruit een enkele hen aanspreekt. Een paar van hen bewaken de gevangen genomen Nsbers. De lieden die gedurende de afgelopen jaren het dorp geterroriseerd hebben zitten of liggen thans als een armzalig troepje op de berm van de weg tegenover het Slmpke, in afwachting van wat er verder met hen zal gebeuren. De opmerkingen en bespottingen van de omstanders waarin zich opgekropte haat en angst ontladen, beloven niet veel goeds.
Voorlopig zouden zij opgeborgen worden in de barakken van het Munitionslager in het bos van de Wolfsberg.

 

Terug naar bladzijde 141

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 143