Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 17 - 18 September 1944 Vervolg

 

 

Terug naar bladzijde 142

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 144

44E Dagverhaal Vervolg

blz 143

Elly's huis is verlaten en toont alle sporen van een overhaaste vlucht. De geheel gevulde etensblikjes van de soldaten staan onaangeroerd schots en scheef in de gang alsof zij haastig neergesmeten zijn. De inhoud van kisten en kasten ligt over de vloeren uitgestrooid. Zover wij kunnen zien hebben de Duitsers enkel hun radio meegenomen.
Volgens de buren zijn de Moffen het huis uitgevlucht zodra de eerste paratroopers neerdaalden. De Hauptmann sprong in de auto die altijd in het bos tegenover het huis klaar stond. Hij reed in een razende vaart weg, zijn mannen aan hun lot overlatend. Ook zij namen dadelijk de benen.
's Avonds begaven Moeder en Ineke zich naar de Pastorie om te vernemen wat de bewoners ondervonden hadden. Ik ging met het zelfde doel naar het klooster Mariendaal waarvan wij de zusters goed kennen en waar ook enige
- 9 -
vrienden van ons wonen. Verscheiden zusters kwamen in de gangen op mij af om geluk te wensen met de bevrijding. Want hoewel de meeste van hen Duits van geboorte zijn, Nazi-gezind waren zij allerminst. De Zusters vertelden dat de Duitsers die in hun klooster een lazaret gevestigd hadden voor het merendeel de vorige dag vertrokken waren. Slechts de dokter, twee Sanitäter en een zieke bleven achter; deze mensen hadden zich aanstonds aan de Amerikanen overgegeven.
De vier spoormannen die in het logement van de Nsbeër tegenover het stationnetje ingekwartierd waren hadden zich niet zo vlot een de veranderde omstandigheden weten aan te passen; of misschien rekenden zij er op dat hun landgenoten spoedig terug zouden keren.
De Amerikaanse soldaten hadden eerst het Parochiehuis en vervolgens het logement de Locomotief onderzocht; toen zij dit tweede logement naderden werd er uit een zoldervenster op hen geschoten. Vanzelfsprekend drongen zij hierop onmiddellijk naar binnen. De eigenaar had met Dolle Dinsdag de wijk naar Duitsland genomen en de zorg voor het hotel aan zijn vrouw overgelaten. Nu zat de vrouw onverstoorbaar te breien op haar gewone plaats voor het venster waar zij alles kon waarnemen wat er in 't dorp omging. Een der Amerikanen stelde in het Nederlands de vraag of er nog Duitsers in huis waren. "Neen" luidde het korte antwoord en de pennen ratelden zonder onderbreking door.
Bij het doorzoeken van de zolder kwamen de Duitse soldaten die geschoten hadden te voorschijn, verder stuitte men op een afgesloten deur. De vrouw beweerde dat de sleutel sinds lang zoek was ..... Een nutteloze uitvlucht want het was een kleinigheid het slot te verbreken. In het zolderkamertje zaten angstig en bleek de vier bejaarde spoorwegmannen met hun koffertjes naast zich. Zij moesten hun bagage openmaken doch daar er niets onbehoorlijks in zat en zij er zelf onschuldig uitzagen,
- 10 -
mochten zij na slechts kort vastgehouden te zijn naar de Heimat terugkeren.
De granaten hadden in de Dorpsstraat enkele huizen beschadigd: bij de schoenwinkel gaapte een groot gat in de voorgevel, bij een café was een gat in het dak geslagen. De caféhouder, geheel overstuur, wist zich zelf niet te helpen maar riep Jan de smid te hulp, zijn vrouw en kinderen konden toch met een open dak de nacht niet ingaan ..... En Jan de smid, goedig en behulpzaam als immer, ging dadelijk op het dak om 't op de een of andere manier te dichten. Later zei hij: "Je kende toen het gevaar nog zo weinig, misschien zou ik nu niet meer zo gewillig op dat verzoek zijn ingegaan."
Tegen de met wingerd begroeide gevel van het burgemeestershuis was tussen de beide verdiepingen breeduit de vaderlandse vlag gespannen; een gezicht dat het hart goed deed. Aanstonds vroeg ik aan de burgemeester of wij de volgende dag onze vlag ook zouden kunnen uitsteken, waarop volmondig het antwoord luidde: "Ja zeker, doet U het gerust, wij zijn thans immers bevrijd!
Op de terugweg zag ik hoe plunderaars met bijlen en andere werktuigen gewapend af en aan draafden naar de jongensschool waar de Duitsers in gelegen hadden. Zij sleepten er allerlei pakken en zakken uit en verdwenen met hun buit in de richting van de Stekkenberg.

 

Terug naar bladzijde 142

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 144