Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 17 - 18 September 1944 Vervolg

 

 

Terug naar bladzijde 145

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 147

44E Dagverhaal Vervolg

blz 146

die het gehele keldergat afsloot; over de matras spreidden wij een grondzeil ter bescherming tegen de regen.
Terwijl wij dit werk uitvoerden tikten er scherp telkens kogels tegen de muur boven onze hoofden. 't Was geen behagelijk geluid, al veronderstelden wij niet anders dan dat het verdwaalde kogels waren van een
- 15 -
gevecht ergens verderop. Pas later hebben wij begrepen dat er opzettelijk naar ons geschoten werd al was het waarschijnlijk enkel om ons schrik aan te jagen want van de honderd meter afstand waar de schutters verscholen zaten hadden zij ons gemakkelijk kunnen raken.
In 't begin van de namiddag liep Moeder even de tuin in; zij hoorde geronk en zag een sierlijk klein vliegtuig over het dorp cirkelen. Met de ingeving dat dit vast Prins Bernhard zou zijn, zwaaide Moeder geestdriftig met de theedoek die zij toevallig in de hand had. Wij plaagden Moeder met haar veronderstelling die achteraf door de radio bevestigd werd: Prins Bernhard had zich per vliegtuig op de hoogte gesteld van de toestand aan het nieuwe front bij Nijmegen.
Het vuren werd voortdurend heviger en scheen ons te naderen; de vijand drong blijkbaar op. Wij hoorden nu niet meer uitsluitend donderen van kanonnen doch ook het knetteren van geweerschoten en het nijdig ratelen van mitrailleurs.
Wij borgen ons weer in de kelder op. Men zit er in het halfduister tegen de blinde muren te staren, de geluiden dringen onduidelijk en vervormd door en men kan slechts raden wat er voorvalt. Door de onzekerheid is de spanning sterker en moeilijk te verdragen.
Af en toe maken wij van een rustiger ogenblik gebruik om naar boven te gaan en te zien of er geen onraad in huis is. En misschien voornamelijk om uit het badkamervenster te kijken en enig begrip van de toestand te krijgen.
Ten Oosten van het dorp in het vlakke land van de Horst staan boerderijen te branden. Het gevechtsrumoer komt onheilspellend opzetten, rammelend banen Duitse tanks zich een weg tot de oude meubelfabriek bij de spoorbaan en tot op de Molenberg. De oude witte molen op de top, die toen hij buiten gebruik was gesteld ingericht werd tot uitkijktoren, brandt als een schoorsteen binnen zijn meterdikke muren. Hoog rijst de vuurzuil
- 16 -
op, bekroond door ontzaggelijke zwarte rookwolken.
Bedaard en zonder overhaasting trekken de verspreide troepjes soldaten langs de Molenweg; alle in dezelfde richting, terug naar het dorp. De twee mitrailleurposten bij het Slömpke worden inge-trokken. Het begint onrustbarend op een terugtocht te gelijken.
Ook in de kelder waar men enkel op de geluiden afgaat dringt het besef door dat de Paratroops het niet kunnen houden en teruggedreven worden. In angstige spanning wachten wij af wat er verder zal gebeuren.
Om drie uur het brommen van vele vliegtuigen in de verte, zij naderen met machtige zwermen, vurend met hun roffelende boordwapens. Zij worden verwoed beschoten door de Duitsers doch laten zich niet verjagen en vliegen voortdurend in kringen boven ons rond.
Daarna volgen vliegtuigen met gliders op sleeptouw, deze landen overal op velden en weiden tot midden tussen de vijandelijke troepen, jeeps en tanks rijden er uit, vuurspuwend naar alle zijden. Verrast door de onverwachte versterking van de tegenstanders en onmachtig tegen de felle aanval, wijken de Duitsers.
Het onmiddellijk gevaar is afgewend, wij herademen. Doch in het dorp is rouw, er zijn slachtoffers gevallen. Vanmorgen ontplofte een granaat in de nabijheid van de drogisterij en doodde een voorbijganger, toen de zoon van de drogist naar buiten snelde om de getroffene hulp te bieden werd hij door een volgende granaat dodelijk getroffen. In de Dries is een klein kindje het slachtoffer geworden. De kolenboer van de Horst wordt vlak bij zijn huis zonder enige aanleiding door de Duitsers neergeschoten. Op de Horst is nog een tweede drama voorgevallen. In een der schuilkelders was een jongen zinneloos van angst en zo wild geworden dat men hem op een ladder moest vastbinden om hem te kunnen wegbrengen. De Duitsers zagen hem wegdragen en wilden de

 

Terug naar bladzijde 145

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 147