Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 17 - 18 September 1944 Vervolg

 

 

Terug naar bladzijde 146

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 148

44E Dagverhaal Vervolg

blz 147

arme jongen met een schot afmaken om geen last meer van hem te hebben; de ouders konden dit slechts met moeite verhinderen.
- 17 -
In het aankondigingenkastje van het gemeentehuis wordt een verbod opgehangen om zonder dringende noodzaak op straat te komen. Inderdaad zijn er veel minder mensen te zien en de kinderen worden binnengehouden. Is het de uitwerking van het verbod of van de schrik die de tijding van de verschillende ongevallen verspreid heeft? Men begint blijkbaar het gevaar te beseffen.
De radio waarschuwt tegen het dragen van oranje: de Duitsers mikken op wie de zozeer door hen gehate kleur vertoont. De mannen van de O.D. die ter onderscheiding een brede oranje band om de arm dragen ondervonden het reeds herhaaldelijk. Nu het onmiddellijk gevaar geweken en de spanning verminderd was deed bij ons de honger zich gevoelen.
Onze moestuin was onbereikbaar vanwege het nog altijd, schoon in mindere mate, voortdurende schieten, "unhealthy" zouden de Engelsen het noemen in hun grappig-nuchtere wijze van uitdrukken. In dit geval van nood achtten wij 't verantwoord een der voor wintervoorraad bestemde potten prinsesseboontjes aan te breken, met een door de Duitsers in Elly's huis achtergelaten blik corned beef en vruchten toe vormde dit een heerlijk maal. Om één uur hadden wij gebakken aardappels gegeten om onze broodvoorraad die wij met zorg zagen verminderen te sparen.
Wellicht lijkt het onbegrijpelijk materialistisch om in dergelijke omstandigheden zoveel zorg aan de maaltijden te besteden. Toch meen ik dat wij hiermee verstandig hebben gedaan en dat niet enkel ons lichamelijk welzijn doch niet minder ons geestelijk evenwicht erdoor gesterkt en in stand gehouden is.
Op deze plaats past een eresaluut aan Moeder, die trouw haar post aan het fornuis betrok in de aan vijandelijk vuur blootgestelde keuken. Ter beveiliging sloten wij wel menigmaal de zware luiken doch dit bracht het nadeel mee dat er dan gewerkt moest worden bij het schaarse daglicht dat er vanaf de bijkeuken naar binnen scheen. Lampen konden niet opgestoken
- 18 -
worden daar in ons deel van het dorp de electrische leiding bovengronds was en wegens de kwetsbaarheid de toevoer voortdurend afgesloten bleef. De bewoners van het Zuidelijk deel van Groesbeek waren in de invasiedagen bevoorrecht want niet alleen konden zij al heel spoedig weer over licht beschikken maar bovendien ook de radio beluisteren.
Tegen de avond was het zoveel rustiger geworden dat Moeder en Ineke besloten met de honden naar de Lubert te gaan; volgens afspraak zou ik mij enige tijd later bij hen voegen, wij zouden dan meteen melk van de boer meenemen.
Op de Cranenburgse baan zag 't er nog zeer oorlogsachtig uit. Soldaten op motorsteps en met soldaten volgeladen jeeps waar aan alle kanten de geweren uitstaken reden in volle vaart naar het Oosten toe. Terzijde van de weg lagen neergesmeten feldgraue uniformen, uitrustingsstukken en geweren, onder de bomen van de Kasteelse Hof stond een batterij opgesteld, uit de heg aan de Oostzijde stak de loop van een der kanonnen. Er hing een onmiskenbare dreiging van gevaar en inderdaad brak het schieten al spoedig opnieuw los. Granaten huilden dicht over de weg heen, telkens als er een naderde gooide ik mij plat op de grond. Enigzins ten nadele van mijn kleding, de weg was modderig.
De familie van de Lubert zat in de als schuilkelder ingerichte betonnen grassilo. Op de bodem lag stro gespreid, de ruimte was afgedekt met boomstammen waarop graszoden en aarde. Vele boeren hadden op deze wijze een schuilplaats ingericht die een behoorlijke bescherming bood.
Men vertelde ons dat die middag de granaatscherven talrijk als hagelkorrels neergekomen waren; schoonzoon Jan had er een in zijn schoenzool gekregen op een ogenblik dat hij om zich te dekken op de grond lag.
't Was mij te onbehagelijk op de Lubert; ik drong bij Moeder en Ineke op onmiddellijke terugkeer aan maar 't lukte mij niet hen mee te krijgen, er viel van weerskanten veel te vertellen

 

Terug naar bladzijde 146

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 148