Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 21 September 1944

 

 

Terug naar bladzijde 148

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 150

44F Dagverhaal 

blz 149

- 21 -
jullie hier ook allemaal slapen? Dat hebben we nog nooit gedaan, wat leuk zeg!"
Moeder had haar lange tuinstoel in de kelder gehaald; overdag zou hij haar voor zitplaats en 's nachts voor rustbed dienen. Ineke en ik spreidden onze matrassen in de wijn- en appelkelder waar ook Paultje lag. De hondemanden kregen een plaats onder het venster met een emmer water er tussen in; zo nodig kon deze zowel dienen om een begin van brand te blussen als om een hondengevecht tot een snel einde te brengen.
Vader beschikte over een vertrekje voor zich afzonderlijk, te weten het kleine aardappelkeldertje onder de trap dat met een boog in de grote kelder uitkomt. In een supergemakkelijke stoel, zorgvuldig met dekens en voetenzak beschermd tegen voor rheumatiek schadelijke invloeden zat Vader in zijn nis; een Chinees afgodsbeeld gelijk. Naar gewoonte hulde hij zich meestal in een diepzinnig zwijgen doch wij bemerkten wel hoe hij met gespannen aandacht luisterde naar de geruchten van de strijd.
In de volgende dagen zou menigeen de keldertrap afdalen om zijn licht op te steken bij meneer, die als oud-officier der Artillerie beter op de hoogte was van schieten en vechten dan een gewoon burger. Atlas en oorlogskaartjes worden te voorschijn gehaald en met behulp van deze en van de schaarse radioberichten en weinig betrouwbare geruchten trachtte men begrip van de stand van zaken te krijgen.
Wij ondervonden hoe moeilijk om niet te zeggen vrijwel onmogelijk het is een beeld van de gebeurtenissen te vormen wanneer deze zich om ons heen voltrekken. De geschiedenis waarbij wij daadwerkelijk betrokken zijn kunnen wij niet overzien.
Als waar soldaat was Vader een optimist. In de roes van de eerste bevrijdingsdagen viel het niet moeilijk de moed er in te houden doch Vader liet de moed niet zakken toen alras bleek dat onze bevrijding niet in een
- 22 -
vloek en een zucht voltooid zou wezen; ook na een week toen de Geallieerden terrein verloren in plaats van vooruit te trekken; ook na veertien dagen toen zij terug gedreven werden en niemand zich meer kon verhelen dat de toestand een steeds benarder aanzien kreeg.
Vaders artilleristische kennis kwam nu goed van pas; hij leerde ons de grondbeginselen der ballistiek, hij beval ons rustig waarnemen aan waardoor wij ons rekenschap konden geven van de mate van 't gevaar waaraan wij bloot stonden en zodoende zouden weten wanneer wij dekking moesten zoeken. Door zijn wijze lessen kenden wij al spoedig het onderscheid tussen het gerucht van de Geallieerde granaten als zij met donderend geweld over onze hoofden heen de vijand bestookten en de valsche hoge fluittoon waarmede de Duitse granaten hun nadering aankondigden. Dat laatste geluid was voor ons een sein om aanstonds dekking te zoeken; de mortiergranaten echter vielen zonder waarschuwing verraderlijk zonder geluid hoog uit de lucht neer.
Vader prentte ons in dat een batterij een bepaald aantal schoten lost gelijk aan het aantal stukken waaruit zij bestaat en als regel daarna van richting verandert. Voor degene die zich onder haar vuur bevindt is dit het gunstige ogenblik om zich uit de voeten te maken.
De Duitsers gebruikten het meest de z.g. 25-ponders 1), granaten van 88 m.m. die geen geweldige uitwerking hadden. Bij ontploffing in de aarde ontstond een kuil van ongeveer een meter middellijn, in een muur een gat van een halve meter tot een meter breed. De messcherpe scherven van deze granaten die naar alle zijden spatten bij de ontploffing vormden het grootste gevaar.
De Duitsers hadden op de Russen mortieren van grote afmeting veroverd en deze zelf in gebruik genomen. Hier en daar hebben wij blindgangers van deze Russische mortieren gevonden en gemeten; de doorsnee bedroeg


     [1] De term 25 ponder is algemeen gebruikt voor de Engelse kanon-houwitser met een kaliber van, naar ik meen, 88,4 mm. Het Duitse 88 mm geschut werd altijd met "88" aangeduid, het kanon is ontwikkeld t.b.v. de luchtdoelartillerie (Flugabwehrkanone, Flak) maar ook gebruikt als tankkanon. De standaard Duitse houwitser had meen ik een kaliber van 105 mm. P.S.

 

Terug naar bladzijde 148

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 150