Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 21 September 1944 Vervolg

 

 

Terug naar bladzijde 149

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 151

44F Dagverhaal Vervolg

blz 150

- 23 -
Op het laatst toen de Duitsers er alles op zetten om Groesbeek te heroveren, gebruikten zij projectielen die de Geallieerden het eerst bij de inval in Normandiė hadden leren kennen. Naar de Angelsaksische gewoonte om overal een grap op te maken betitelden de soldaten deze dingen met de spotnaam "whining winnies" of "moaning Minnies"; het eerste als een toespeling op Churchill's voornaam Winston en het laatste doelende op de Duitse vrouwennaam Minna 1 ). Lieden die deze projectielen zagen ontploffen verklaarden dat zij wel een tamelijk grote scherfspreiding vertoonden doch nauwelijks een deuk in de grond veroorzaakten. Hun afgrijselijk langdurig gehuil - een geluid alsof de verdoemde zielen uit de inferno losgebroken zijn en hun wanhoop luidkeels uitjammerend door het luchtruim waren - moest de vijand in een zodanige paniek brengen dat hij onbekwaam tot enig verweer op de vlucht zou slaan. Het was een strijdmiddel van de z.g. zenuwenoorlog; in wezen gelijk aan het krijgsgehuil waarmede primitieve volken tot de aanval overgaan om hun vijand door schrik te verlammen. De Duitsers hebben meermalen een dergelijk toneel-effect in toepassing gebracht; herinneren wij ons slechts de van huilende sirenes voorziene vliegtuigen die op de tiende mei '40 de verraderlijke aanval op ons land deden.

Dinsdag 19 september.

De nacht verliep rustig, slechts af en toe klonk een geweerschot door de stilte. Gisteren heeft de waterleiding het opgegeven met als gevolg dat vandaag de gehele buurt, alle kinderen van het Kinderhuis inbegrepen, aan onze buitenpomp water komt halen. Als later op de morgen het schieten opnieuw begint, roepen wij de waterhalers telkens in huis om te schuilen. De meesten en vooral de kinderen hebben niet het minste begrip van het gevaar waaraan zij zich blootstellen.
Vanmorgen bij het uitlaten van de honden was Joris opeens spoorloos
- 24 -
verdwenen. Wij maakten ons al bezorgd dat de een of andere Amerikaan de leuke draadhaar terriėr opgepikt zou hebben als souvenir. Die ongerustheid was voorbarig, na geruimen tijd kwam hij op eigen pootjes thuis, blijkbaar zeer voldaan over zijn eenzaam avontuur. Ondertussen was ik overal in de buurt nasporingen gaan doen en had daarbij de Dokter ontmoet die mij meenam om de gisteren in zijn tuin geslagen granaatkuil te tonen. Het was een behoorlijk groot gat en de scherven hadden vrijwel alle ruiten aan de achterzijde van het huis vernield.
Ineke ging naar het dorp om brood en verdere onontbeerlijke dingen te halen en ik ging het jonge moedertje Nillesen een mandje met vruchten brengen om tegelijkertijd de bijstand van haar man en zwager in te roepen voor het hijsen van onze vlag. Reeds gisteren hadden wij de vlag willen uitsteken doch het hevige bombarderen heeft dit verhinderd.
Bart en Kees staan aanstonds klaar om te helpen en Bart vraagt of hij zijn zoontje Pieter mee mag brengen opdat de jongen getuige zal zijn van deze historische gebeurtenis. Ook onze oude trouwe vriend Vader Nillesen komt vanzelfsprekend mee; hebben wij in de afgelopen jaren niet alle lief en leed samen gedeeld?
Het plechtige ogenblik waar wij met groot verlangen zo lang naar uitgezien hebben is dan eindelijk aangebroken. Aan de hoge vlaggemast midden op het grasveld rijst de driekleur omhoog en ontplooit zich in de wind. De beide kleine jongens, die in hun korte leventje zo iets nog niet meegemaakt hebben, juichen van verrukking bij het uitwaaien van de kleurige banen. En wij, ontroerd aanschouwen wij het symbool van het herwonnen Vaderland, van de herwonnen Vrijheid en als uiting van die ontroering heffen wij het Wilhelmus aan. Daarop onthaalt Vader de aanwezigen op een glas vermouth; met de belofte champagne te zullen schenken zodra de Moffen uit het gehele land verjaagd zijn.
- 25 -
Vader heeft zijn belofte niet gestand kunnen doen. Bij de algehele bevrijding waren wijnkelder,


        [1] Tot mijn verbazing las ik de term "moaning minnies" in "The pride and the anguish" van Douglas Reeman, geschreven in 1968, spelend in dec 1941 in Singapore, kennelijk doelend op de Japanners. P.S.

 

Terug naar bladzijde 149

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 151