Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 21 September 1944 Vervolg

 

Terug naar bladzijde 156

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 158

44F Dagverhaal Vervolg

blz 157

Annie, het jonge moedertje, troffen wij in de kelder aan, waar zij op een bed lag dat het grootste gedeelte van de kleine ruimte vulde, het kleintje van drie dagen oud naast zich. Gisteren was Annie door het hevig bombarderen zo angstig en onrustig geworden dat men haar niet langer in de slaapkamer durfde laten, hoewel de vensters met planken geblindeerd waren en trouwe moeder Nillesen haar geen ogenblik alleen liet. Om de kraamvrouw liggende te kunnen overbrengen hadden Kees en zijn vader haar op een plank gelegd en zorgvuldig vastgebonden. Doch het lukte niet haar op deze wijze in de kelder te brengen, de plank bleef steken in de bocht van de smalle trap. Ten slotte is Annie wel gesteund maar toch zelf
- 37 -
lopend de keldertrap afgedaald. Ogenschijnlijk heeft zij geen nadeel van deze riskante onderneming ondervonden.
Volgens de berichten is de stad Nijmegen thans in Geallieerde handen, met uitzondering van het Valkhof, de oude citadel die de Duitsers opnieuw als zodanig ingericht hebben en waar zij nog stevig in genesteld zitten. Er lopen geruchten dat de Duitsers voor hun aftocht uit de stad overal branden gesticht hebben. Ook in Beek is hevig gevochten en veel verwoest evenals in Berg en Dal waar het hotel Nederland drie malen in andere handen overging.
De grote Engelse legermacht, die zo snel door Belgie kon trekken omdat de Duitsers vrijwel nergens tegenstand boden, nadert thans Nijmegen. Het 2de Leger nam zijn weg langs Grave en bereikte gisteravond de Sint-Annabrug in de buitenwijken van Nijmegen. Daar is het Britse leger naar het Oosten afgeslagen en heeft in het klooster de Nebo zijn hoofdkwartier gevestigd. Op slechts een uur afstand van Groesbeek! Met ongeduld zien wij hun komst tegemoet. De Airbornes die reeds verscheiden dagen gevochten hebben zijn uitgeput en niet in staat zich langer te handhaven zonder steun en aflossing.
Door deze hoopgevende tijding werd Ineke's verjaardag toch nog tot een feestdag. Er verscheen zelfs nog verjaarsbezoek, 's middags kwam buurvrouw Lien gelukwensen en 's avonds de Dominee. Het middagmaal gebruikten wij in de eetkamer en volgens de traditie op feestdagen prijkte het prachtige oude Chinese servies in zijn volle glorie van rood en goud op de dis. Moeder had voor een bescheiden feestmaal gezorgd met een eigengebakken havermouttaart tot waardig slot.
Net was de Dominee vertrokken of er verscheen opnieuw bezoek, ditmaal twee Amerikanen. De een vroeg in keurig Nederlands of Mevrouw van den Bent hier woonde en maakte zich bekend als de neef Bolle die indertijd naar de Verenigde Staten vertrokken was. Nu was hij teruggekeerd om zijn oude vaderland van de verdrukkers te helpen bevrijden; hij deed dienst
- 38 -
als tolk, de kennis van de Engelse taal is weinig verbreid in deze streken.
Neef Bolle mocht blijkbaar niet ongechaperonneerd op bezoek gaan, hij werd tenminste door een soldaat begeleid. Een zeer eenvoudig man uit de staat Saskatchewan, die zich weinig op zijn gemak voelde in een Nederlands huis. 't Was duidelijk dat in zijn hoofd de raadgevingen van de instructieboekjes rondspookten: "There must be no relaxation of security-mindedness and suspicious alertness. Life in ex-German Europe will demand your vigilance, alertness and self-confidence."
Saskatchewan bracht deze raadgevingen op de meest strikte wijze in toepassing. Hoewel Bolle zijn geweer bij de kapstok in de gang neergezet had, nam hij het zijne mee naar binnen en hield het steeds teder in de armen geklemd; zeker om op alle verrassingen voorbereid te zijn. Bolle bood ons sigaretten en chocolade aan; hoe onzegbaar heerlijk smaakten deze goede gaven na de jaren van ontbering; het was de smaak van de Vrijheid!
Onze gasten wilden niets anders dan een paar appels aannemen. Saskatchewams klokhuizen zouden bijna op het smyrna kleed terecht gekomen zijn, had niet Bolle dit vergrijp tegen de Hollandse netheid voorkomen, door met een vlugge beweging een asbak neer te zetten.
Terwille van Saskatchewan spraken wij Engels, wat Neef vlotter afging dan zijn moedertaal. Of haperde hij opzettelijk met het Nederlands om ons Engels te doen spreken, opdat zijn kameraad niet het gevoel zou hebben verkocht en verraden te worden waar hij zelf bij zat?

 

Terug naar bladzijde 156

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 158