Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 21 September 1944 Slot

 

Terug naar bladzijde 157

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 159

44F Dagverhaal Slot

blz 158

Lang kon het bezoek niet blijven, gezamenlijk deden wij hen uitgeleide tot op de stoep. Zij hadden slechts enkele passen buiten de deur gezet of een paar kogels tikten scherp tegen het grind bij hun voeten, de kiezels sprongen omhoog. "Snipers!" riepen de Amerikanen en verdwenen met grote snelheid.
- 39 -
Donderdag 21 September 1)

Uit de omtrek stromen voortdurend vluchtelingen naar het dorp toe, waar ieder zich inspant om de arme mensen te helpen, doch er is geen ruimte om allen onder te brengen. Honderdvijftig hebben onderdak gekregen in de zaal van Weijers; de keuken van Mariendaal zorgt voor hun maaltijden waarvoor slager Kuipers het nodige vlees verschaft. Aan vlees geen gebrek, de arme koeien schijnen voor de granaatsplinters een buitengewone aantrekkingskracht te bezitten. De Duitsers hebben 't ons bij iedere Geallieerde luchtaanval voorgepraat, steevast meldden de berichten dat er wederom koeien getroffen waren doch toen wilde niemand het geloven en nu blijkt het toch inderdaad waar te zijn.
In het huis van Elly zou een heel gezin ondergebracht kunnen worden; wij willen het ter beschikking stellen, maar Ineke en ik gaan 't eerst opruimen en in gereedheid brengen voor tijdelijke bewoners. Er heerst een ware chaos: de Duitsers hadden in hun wilde vlucht alles overhoop gesmeten en toch eigenlijk niets meegenomen. Tot zelfs de koffertjes met persoonlijke bezittingen, tot ongetwijfeld dierbare brieven en kiekjes van thuis hadden zij achtergelaten. De uitgebreide verzameling uniformen van de Hauptmann hing nog keurig op de hangers in het bergkamertje, zijn voorraad ondergoed in de kasten op zijn slaapkamer. Op de wastafel stond een reeks potjes pommade, flessen haarwater en verdere schoonheidsmiddelen uitgestald die een kapperswinkel geen oneer zou hebben aangedaan. In die kamer vonden wij verder een grote geheel gevulde medicijnkist, een tweede kist bevattende leren zolen en hakken, een derde met allerlei snoepgoed zoals zuurtjes, koekjes en bonbons, een vierde gevuld met fijne Franse likeuren en een vijfde vol sigaren en sigaretten.
Naast ieder bed stond een telefoontoestel, bij elk hoofdeinde was een leeslampje aangebracht, boeken lagen alom verspreid. Ineke ging tot mijn ergernis in de boeken snuffelen. "Laat die Naziprullen toch liggen, er is nog zoveel te doen en bovendien
- 40 -
hebben wij ze met de huiszoeking al grondig nagezien." Als antwoord hield Ineke een boek in de hoogte met de vraag: "En wat is dit dan?" Met weinig belangstelling nam ik het boek ter hand, maar dat veranderde bij 't lezen van de woorden die op het kaft gedrukt stonden: "Darf nicht in Feindeshanden fallen, muss unbedingt mitgenommen oder vernichtet werden." Ik bladerde het door: Morsetekens, een zendcode ..... En zo iets hadden wij bij de huiszoeking over 't hoofd gezien! Wij waren even grote stommelingen geweest als de Duitsers die het achter gelaten hadden.
Om twaalf uur nam Ineke een tas zwaar van oorlogsbuit mee naar huis: koekjes, chocolade, sigaretten en een flacon triple sec Cointreau; welverdiende versnaperingen. Ik bracht het gevonden boek naar het kwartier der Amerikanen, vertelde dat wij 't met opruimen gevonden hadden en dat 't ons wel van belang toeleek. Onverschillig, met een gezicht van "'t zal ook niet veel zaaks zijn" werd het aangenomen, even ingekeken, maar dan ..... een in de kamer ontploffende bom had geen treffender uitwerking kunnen hebben als de uitroep die volgde: "Kijk eens kerels! wat de dame ons brengt, de geheime code van de Moffen!"


     [1] In de originele tekst wordt deze datum niet vermeld, ik heb uit de tekst opgemaakt dat deze hier zou moeten staan. P.S.

 

Terug naar bladzijde 157

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 159