Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 juli - 2 augustus 1940 

Terug naar bladzijde 15

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 17

40G - Blok vervolg

blz 16

mogelijk mijn meening hierover te verbergen, men mag dan zeggen, dat het onvoorzichtig is. Doch als men tegenover elkander in 't vuur geweest is en inderdaad op heen geschoten heeft, is 't niet meer mogelijk om gewoon naast elkander voort te leven, alsof er niets gebeurd ware." Het onbewogen gezicht, waarin alleen de oogen door een tinteling het gevoelen van den spreker verraden. Liet de brief van v.V. uit zijn krijgsgevangenschap lezen. Het gedwongen niets doen valt zeer zwaar.
Kwam, na geluncht te hebben bij Formosa - 't gewone publiek en nog steeds een groot percentage Joden - verzekering, enz. afgedaan te hebben, omstreeks theetijd bij Saar en vond daar dadelijk het oude contact. Toch was S. aanvankelijk wel beinvloed door de paniekstemming onder de Joden, die zij dan ook van zoo nabij meemaakte. De angst voor vervolging deed hen alles vernietigen, wat de D. toorn op kon wekken. Duizenden verboden boeken en geschriften zijn in de kachels der centrale verwarmingen verdwenen; zelfs werden in kelders brandstapels gestookt, wat voor de buren natuurlijk niet onopgemerkt bleef, want de scherpe rook trok door kieren en reten naar boven. Den eersten dag van den oorlog meer dan honderd meldingen bij de G.G.D. "en dan kwam je binnen en daar lag weer een heel gezin dat zelfmoord had gepleegd."
De zinnelooze angst die hen in den dood dreef. Begrijpelijk voor hen die als Zuidelijke impulsieve menschen aan alle opwellingen toegeven en te meer begrijpelijk voor hen die reeds eenmaal de vervolgingen ondervonden hebben. Doch wat te zeggen van al die niet-Joodsche intellectueelen, die de gemakkelijkste weg kozen, om uit het leven te gaan en hun scherpe verstand niet ten dienste van hun medemenschen stellen om hun medemenschen te helpen, door deze tijden heen te komen. Juist zij, die aangewezen waren om door hun groote gaven leiding te geven. Deserteurs van het Leven. Wonderlijk falen van een
{vel 13}

groot deel van het leidende intellect, dat voos ineenzinkt als het kracht moet toonen; de kracht en het inzicht dat minder ontwikkelden in hooge mate blijken te bezitten. Zij behouden hun nuchtere Hollandsche oordeel en worden niet, van louter veelzijdigheid onzijdig en afzijdig.
De venter van Volk en Vaderland, die huis aan huis vergeefs belde.
Op den dag dat de Duitschers Amsterdam zouden binnentrekken, terwijl de geheele bevolking in een angstige spanning verkeerde en de zware rookwolken van de brandende petroleumtanks somber over de stad hingen, ontdekten allerlei bewoners van Zuid dat er met krijt een teeken op hun huis was gemaakt. Hoewel onbekend meet de beteekenis hiervan, haastten dienstmeisjes en huisvrouwen zich, om het met borstels en sop af te wisschen. Misschien was het enkel een op dat oogenblik wel zeer ongepaste grap.
Hoezeer de zenuwen in 't bizonder van de in Zuid zoo talrijk wonende Joden gespannen zijn, was 's nachts duidelijk te bemerken als er vliegers over kwamen, wat door de nabijheid van Schiphol telkens gebeurde. De vanwege het warme weer openstaande ramen aan de binnenzijde van het huizenblok lieten ons het leed van onze buren meebeleven alsof wij in hetzelfde huis waren: de verontruste gesprekken, de snikken en de gevolgen die de angst op de magen hadden. Anders gestemde buren gaven lichtseinen ..... Waarvoor er bij ons aangebeld werd door de luchtbescherming, hoewel wij er onschuldig aan waren.

Haarlem

20 Juli. Zag twee verbrande treinen staan op het emplacement, zorgvuldig weggezet achter
een andere trein, die ze voor 't gezicht moest verbergen. Aan den Noordkant een blijkbaar door een bom getroffen loodsje. Langs eene zijde van Kenaupark de Kommandantur; J. woont in een goede nabuurschap. Had juist dien morgen gezien het vertrek van de eerste trein vol vacantiekinderen naar Oostenrijk; was uit nieuwsgierigheid op het perron gegaan om te weten wat voor kinderen meegenomen werden, daar er bij de ouders van de gewenschte kinderen geen animo voor bestond. Begrijpelijk, daar deze kinderen reeds lang f in 't Oosten van ons land ondergebracht waren, f te zwak van gezondheid, zooals doktersattesten uitwezen ..... Duitsche en N.S.B.ouders

 

Terug naar bladzijde 15

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 17