Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 21 - 25 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 166

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 168

44G Dagverhaal Vervolg

blz 167

het oog op het gevaar niet toestaan de kelder te verlaten, doch in dat spektakel daar beneden zou een mens gek worden, je kan er je hersens niet bij elkaar houden." Met welke uitlating ik volkomen instemde. Wat een verschil met onze rustige, bijna genoegelijke kelder!
Volgens de radioberichten zijn de oprukkende Amerikanen bij Arnhem de Rijn overgestoken en hebben verbinding gekregen met de luchtlandingstroepen op de Veluwe.
Als 's nachts het schieten in onze eigen omgeving tijdelijk wat afneemt, dringt het rumoer van de hevige strijd bij Arnhem duidelijk tot
- 58 -
hier door. Het weerlichten der schoten is zelden van de lucht.
Voordat wij ons ter ruste begaven gingen Ineke, Jan Muus [-kens] en ik nogmaals op de bovenste verdieping uitkijken. In het Oosten 1) zagen wij op twee verschillende plaatsen een groot vuur kalm en gestadig branden, als een felle rode gloed waar telkens weer vlammen door heen schoten. De Duivelsberg ligt in die richting, een vijf kilometer van hier; wij veronderstelden dat die bossen in lichter laaie stonden, het vuur was zo hevig. - In werkelijkheid zagen wij de stad Arnhem branden. - Het lugubere schouwspel hield ons lang onder zijn sombere ban.
En toch, toen wij ons eindelijk van het uitzicht losgemaakt hadden, maakten wij even later dolle pret om de dwaze wijze waarop wij in het pikkedonker de zolder overstaken; hand in hand achter elkander, waarbij mijn persoon als gids en voorman diende, zijnde het best bekend met alle hindernissen van kisten en meubels die aanslagen op onze schenen dreigden te plegen.
Men verwacht dat zodra de Geallieerden er in geslaagd zijn het Wald volkomen te omsingelen, de Duitse troepen een poging zullen doen om uit te breken. Waarschijnlijk zullen zij hierbij van gevechtswagens gebruik maken. Indien deze uitval aan onze kant plaats vindt, kunnen wij er wel op rekenen dat hier de hele boel aan stukken gaat; een weinig aangenaam vooruitzicht. De Amerikanen hebben reeds op verscheiden plaatsen anti-tankgeschut in stelling gebracht.

Maandag 25 September.

Vannacht werd ik gewekt door bommen strooiende Duitse vliegtuigen, waarop ik aanstonds Schot onder de arm en schoenen en tas in de andere hand pakte en in de kelder afdaalde. Allen sliepen rustig, op Vader na die wakker was en naar de ontploffingen luisterde. Schot keek nijdig naar de in zoete rust verzonken Joris die er niets van bemerkte; daar hij er niet in slaagde zijn makker uit de mand te verjagen, rolde hij zich
- 59 -
neer op 't voeteneinde van de matras waar moeder Jansen op lag. Daar boven in de nachtelijke duisternis trokken de vijandelijke vliegtuigen brommend hun telkens wederkerende kringen; soms dichtbij en dan weer verderaf dreunden ontploffingen, waar tussendoor het afweergeschut met felle salvo's knetterde.
In de kelder verspreidde het nachtlichtje een vredig schijnsel; de slapers ademden hoorbaar in de veilige beslotenheid. Moeder Jansen werd plotseling wakker. Ditmaal niet met haar gewone laconieke uitroep bij bombardementen: "Och Here mien tied zeg ik!" waarop zij dan aanstonds weer gerust inslaapt; doch met de mededeling:"Oewen 'ond ligt op mienen bed". Ik pakte de overtreder op en aangezien de afweer er in geslaagd scheen te zijn de vijand te verjagen, verdwenen wij maar weer naar boven naar ons eigen slaapvertrek. Gedurende de gehele nacht klonk in de verte zwaar geschutsvuur; dichterbij het scherpe geluid van geweerschoten en het gejaagde gerikketik van mitrailleurs.
Naar gewoonte stonden wij vr zevenen op; de boeren gaan zonder zich aan schieten of bombardementen te storen steevast om zeven uur naar hun boerderij om het vee te verzorgen. In de hoop dat zij alles terug zullen vinden in dezelfde staat waarin zij het de vorige avond achter gelaten hebben.


     [1] Kennelijk een vergissing, zowel de Duivelsberg als Arnhem liggen in het Noorden. P.S.

 

Terug naar bladzijde 166

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 168