Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 juli - 2 augustus 1940 

Terug naar bladzijde 16

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 18

40G - Blok vervolg

blz 17

maakten nu dankbaar gebruik van de gelegenheid om hun kinderen van de D. gastvrijheid te laten genieten.
Hier voor de Kommandantur waren ook juist de gevangen genomen Indische verlofgangers bijeengebracht en werden na een hartverscheurend afscheid van hun familie weggevoerd. Zij, die nog afscheid m˛chten nemen. 't Verhaal van den man, die verzocht om tien minuten uitstel opdat hij zijn vrouw, die uit Amsterdam thuis zou komen, nog even kon zien. Geweigerd als onnodig en bevel om al 't geld dat er in huis was, mee te nemen; de vrouw moest het maar zonder stellen.

{vel 14}

Haarlem

Enkele nachten te voren was er een bom gevallen in de weilanden aan den overkant van het Spaarne. Weldadige koelbloedigheid van onze oudste generatie, die zich ergerde aan de klachten van zoovelen in de schuilkelder. Door haar hulpbehoevendheid moeilijk transport naar beneden en daarom afspraak om haar den volgenden keer rustig in bed te laten. "Ik ben niet bang voor den dood en wacht hem liever hier af dan daar beneden bij al die jammerende menschen." En 't risico is toch niet veel grooter.
Het zwakke lichaam en de nog altijd krachtige geest, die vurig meeleeft, zooals we het van menige jongere zouden wenschen. Hier geen twijfel of slapheid. Ook geen slapheid in het huishouden v.d.Br., maar onmiddellijk contact, hoewel vˇˇr dien persoonlijk onbekend.
De kantonrechter die vastgezet werd, omdat hij van het Nederlandsche recht uitging.
De oűkleer-Jood op de Haarlemsche markt - Buziau. Meerkollen in de stad, 200.
Verhaal van G.v.d.Br. over rede van R. op den Dreef 's avonds in Juni, waarbij hij omringd was door een honderdtal getrouwen, die trachtten te luisteren, wat hen zeer moeilijk werd gemaakt door het duizendtal menschen dat er luid met hun fietsenbellen rinkelend omheen stond.
Boycot in Heemstede, op de manier zooals in de Drentsche dorpen. Geen bakker, geen slager, geen melkboer of groenteboer die komt hooren of bezorgen. En dat in de dikwijls afgelegen landhuis-buurten.

Zondag 21 Juli. Een rustige dag, thuis met praten en schrijven doorgebracht. 's Middags
tusschen de regenbuien langs het Stadion, Amstelveenscheweg, Olympiakade. Schiphol in de verte, niet te benaderen.
's Avonds bij het door de Duitsche politie bezette Lyceum. Het zielig gedienstige en angstige Joodsche echtpaar. Bij Jan en zijn vrouw thee gedronken, een vriendelijke ontvangst, maar kon niet verder dan de oppervlakte komen. Meen dat zij niet diep gaat en hij zeer gereserveerd is. Vermoed dat hij de flinke geest van zijn moeder mist, die mee kan leven met den tegenwoordigen tijd. Weinig illusies omtrent de z.g. goede stand. Waarvan hij deel uitmaakt.
"Weet niet meer, wat zelfstandig denken is. Heeft het verleerd, daar ze alles kant en klaar voorgezet krijgen: bij het ontbijt de opinie v.h. ochtendblad, dan kantoor of zaak, radio, 's avonds krant of bioscoop, geen tijd om te denken."

Maandag 22 Juli. den Haag. 's Morgens vrij laat - er was nog zoveel te bespreken - van mijn
hartelijke gastvrouw afscheid genomen en naar den Haag. Op de boomen van het Haagsche Bosch stond met versche witte verf geschreven:

{regel blanco}

Mej.v.E. vertelt hoe ze op dien Vrijdagmorgen gewekt werden door het schieten. Brandend kwamen drie vliegmachines rakelings over hun huis, vlogen recht aan op den overkant, waar ze juist over scheerden, om ten slotte neer te komen in de Adelheidstraat en het de Colignyplein, waar

 

Terug naar bladzijde 16

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 18