Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 21 - 25 September 1944 Slot

Terug naar bladzijde 169

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 171

44G/H Dagverhaal Slot

blz 170

De boeren van de Lubert kwamen deze avond behalve met de gebruikelijke melk ook nog met een groot stuk eigengebakken wittebrood aandragen. Zij hadden het onrustig gehad op de Lubert. Het gehele gezin van Th., de buren van het verbrande huis, huisde overdag bij hen op de deel, 's nachts sliepen zij in de kelders van de Kasteelse Hof. Vrouw Th. geraakte meer en meer overstuur en haar onrust deelde zich mee aan haar kinderen. De meisjes deden niets anders dan jammeren, onophoudelijk zaten zij te rillen en te beven. Bij de jongens uitte de angst zich op een andere maar niet minder hinderlijke wijze: zij maakten om de haverklap ruzie met elkaar en gingen herhaaldelijk vechten. Ook buitenshuis was het verre van rustig geweest; er werd veel geschoten en aangezien de Amerikanen met de uiterste voorzichtigheid te werk gingen en zich voortdurend gedekt hielden lag de veronderstelling voor de hand dat de Duitsers dicht in
- 63 -
de buurt waren.
Er zijn Poolse troepen in het dorp gekomen; zij maken een veel minder gunstige indruk dan de keurige bescheiden Amerikaanse Airbornes. De Polen gaan van huis tot huis bedelen om allerlei dingen maar voornamelijk om schnaps en jenever. Zij verschenen ook bij ons; Moeder die hen opendeed antwoordde dat wij na jarenlange Duitse bezetting dergelijke zaken niet meer voorradig hadden, zo als zij wel zouden begrijpen. Zij trokken af en liepen bij het hek tegen mij aan waarop zij hun vraag herhaalden. Ook ditmaal zonder succes, ik gaf hen een standje voor hun ongeoorloofd bedelen, wat zwijgend ge´ncasseerd werd, en zij dropen af om hun geluk elders te beproeven. Wat hun zeker wel gelukt zal zijn; vele lieden gaven drank uit vrees dat zij bij weigering zouden gaan plunderen. Terwijl het juist een averechtse uitwer-king heeft want als zij dronken zijn staan zij voor niets en eigenen zich zonder vragen alles wat van hun gading is toe.
Gisteravond heeft de zadelmaker K. een merkwaardige ondervinding gehad. Een granaat vloog rakelings langs de achtergevel van het huis en schoor daarbij alle takken van een vruchtboom glad af, bovendien werd door de luchtdruk de etensbak van de kippen uit het hok tot midden in de tuin geslingerd. Met een bekommerd hart was K. het kippenhok binnengestapt, niets anders verwachtend dan dat al zijn kostbare hoenders dood op de vloer zouden liggen. Tot zijn grote verbazing zaten zij echter nog rustig op stok te slapen. Wonderlijk is soms de uitwerking van de projectielen.

Dinsdag 26 September.

Gedurende de gehele nacht werd er in het Noord-Westen zwaar geschoten; zonder ophouden bulderden de kanonnen, telkens flikkerde de vuurschijn op en neer. Later verplaatste het geweld zich naar Noord-Oost en naderde. Wonnen de Duitsers terrein?
Naar gewoonte even voor zevenen op om deuren en luiken te openen voordat de boeren naar hun boerderij teruggaan. Vrij koel weer met regen.
- 64 -
't Was stil, even stil als op een druilige najaarsmorgen in het verre, onwezenlijk verre verleden.
Van het voorrecht dat de waterleiding water gaf maakte ik gebruik om in plaats van de dagelijkse koude afwassing een douche te nemen. Om te beseffen welk een heerlijkheid zulk een douche voor ons is moet men bedenken dat wij Groesbekers dag noch nacht uit de kleren kwamen. Wij sliepen geheel gekleed - menigeen ontdeed zich zelfs niet van zijn schoenen - om zonder enig tijdverlies gereed voor alle gebeurtenissen te zijn. De meest onontbeerlijke zaken als geld, horloge, persoonsbewijs en distributiebonnen, vulpen en lucifers droegen wij altijd bij ons in onze zakken opdat wij bij een overhaaste vlucht niets van dit alles zouden achterlaten. Wij hadden genoeg verhalen vernomen over mensen die in de verwarring de meest nutteloze zaken meepakten en wat zij nodig hadden lieten liggen.
De Moffen trachtten ons het genot van een rustig bad te vergallen; op het meest ongelegen ogenblik gierden hun granaten over de hoog gelegen badkamer heen, prompt gevolgd door een in de gang schallend commando: "Naar de kelder!" Voortdurend gevaar maakt fatalistisch, het noodlot

 

Terug naar bladzijde 169

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 171