Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 25 - 27 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 170

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 172

44H Dagverhaal Vervolg

blz 171

kan ons immers altijd en overal overvallen. Den Mof ten spijt voltooiden wij zonder overhaasting ons toilet en daalden heerlijk verfrist de trap af.
Ratelend en rammelend trok een lange stoet tanks door het dorp, fel beschoten door de Duitsers. Zodra de optocht voorbij was hield het vuren op.
De Dokter heeft juist het heroïsche relaas van de strijd om Arnhem vernomen en haast zich ons er in kennis mee te brengen. Op de dag van de invasie zijn talrijke luchtlandingstroepen in en rondom Arnhem neergedaald en hebben geholpen door onze Binnenlandse Strijdkrachten de Rijnkade en de brug bezet. De Duitsers deden heftige tegenaanvallen en hoewel de Airbornes hardnekkige weerstand boden, slaagden zij er in hun aanvallers uit
- 65 -
de stad en uit Oosterbeek tot over de Rijn terug te drijven. Dagenlang heeft de worsteling geduurd die het leven kostte aan het overgrote deel der Airbornes. Een bloedige mislukking, hoe heldhaftig er ook gestreden is.
De Duitsers hebben Elst eveneens veroverd {heroverd?}. Vannacht hoorden wij het hevig bombarderen in de Veluwe. Daarentegen namen de Amerikanen Beek; volgens de radioberichten zijn de troepen in dat deel van het front een vijftal kilometers vooruit gegaan. Wij berekenen dat zij dan waarschijnlijk over Wyler naar Cranenburg getrokken zijn en verheugen ons over deze belangrijke terreinwinst.
Het was een verkeerde veronderstelling; Wyler en Cranenburg zouden pas veroverd worden met het grote offensief van Februari 1945.
Daar ik enige boodschappen te doen had in het dorp, ging ik meteen eens kijken hoe onze oude vriendin, Mejuffrouw v.d.M., die op Mariendaal woont, het maakte. Zij zat heel rustig alsof er niets aan de hand was op haar kamer te schrijven en zeide toen ik mijn verwondering hierover in woorden bracht: "Waarom zou ik niet gewoon in mijn eigen kamer blijven? Ben ik niet overal in Gods hand? En bovendien, dat donkere onderhuis vol angstige mensen en drukke kinderen maakt mij akelig en ziek. De Zusters willen nu wel dat ik ook beneden kom omdat zij het hier niet veilig vinden maar ik doe het niet."
Inderdaad waren de goede Zusters, die zich verantwoordelijk gevoelden voor hun pensionnaires, ongelukkig over haar weigering. Ik verdedigde haar standpunt: had de oude dame eigenlijk niet volkomen gelijk, was het niet wijzer een betrekkelijk groter risico te nemen dan van streek te geraken door een voortdurende zenuwspanning?
Het uitgestrekte en anders zo stille onderhuis was thans druk bevolkt met een zeer gemengde verzameling mensen, wat een merkwaardige aanblik opleverde.
- 66 -
In de keuken zwaaide een gentleman in uniform met gitzwart krulhaar, café au lait gelaatskleur en trouwhartige bruine ogen zijn pollepel over een aantal onderhorigen in khaki.
"Hij is kapitein" werd mij met eerbied in de stem toegefluisterd door een van de Duitse Zusters; blijkbaar had zij in de geestelijke stand haar aangeboren ontzag voor "das Militär" niet verloren.
De nonnetjes zelf stelden zich tevreden met een zeer bescheiden hoekje van hun eigen keuken. Met volgeladen dienbladen, hun wijde rokken wiegelend, schoven zij omzichtig door de drukte heen. Met verrukking toonden zij de heerlijkheden die de bladen bevatten: "Alles van de Amerikanen gekregen! 't Is ongelofelijk hoe behulpzaam zij zijn en wat zij ons niet allemaal toestoppen voor de vele monden die gevuld moeten worden! Zonder hen zouden wij geen raad weten hoe wij de vluchtelingen ten eten moesten geven en nu hebben wij dank zij hen overvloed! Ach, die liebe Amerikaner." En in de volheid huns harten deelden de Zusters ook aan mij enige goede gaven uit: thee, chocolade, die dankbaar aanvaard werden.
In een van de ruimten der catacomben vonden de vluchtelingen uit de omtrek een onderdak. Vele kinderen waren er bij, grote en kleine; allen voelden zich volkomen op hun gemak in de vreemde omgeving en stoeiden of vochten naar lieve lust.
Een andere ruimte was als kraamvrouwenzaal ingericht. Geen overbodige weelde; niet minder dan een negental kinderen zouden daar in die paar weken het levenslicht aanschouwen.

 

Terug naar bladzijde 170

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 172