Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 25 - 27 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 172

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 174

44H Dagverhaal Vervolg

blz 173

was het huis herschapen en de twee frisse dochters van boswachter V. die even later een kijkje in hun toekomstige woning kwamen nemen, waren in de wolken.
"Wat een bof dat wij in dit fijne huis mogen wonen! De grote broers trekken er met ons in, wat zullen wij 't genoegelijk hebben met ons vieren! En als de Mevrouw uit de gevangenis weerkeert, zullen wij zorgen dat zij alles keurig in orde terug vindt!"
Met een gerust hart liet ik de zorg voor het huis aan de flinke meisjes over en ging naar de woning waar de boswachter met zijn gezin bij zijn zwager de postbode een liefderijk hoewel, gezien de talrijkheid der beide families, enigzins bekrompen onderdak had gevonden.
De oude boswachter kon zich bijna niet bewegen; de arme man was door het dagenlange verblijf in de vochtige ondergrondse schuilplaats volkomen verstijfd. Als inleiding tot het verhaal van hun jongste wedervaren begon de boswachter zijn levensloop te vertellen. Hoe hij begonnen was als kleinknechtje op de boerderij van het landgoed de Heuvel, later groot knecht geworden en daarna bij zijn huwelijk de plaats van de boswachter had gekregen. Het kleine huis temidden van het bos werd zijn woning, hier groeiden zijn kinderen op en toen na het overlijden van de laatste eigenares de grond verkaveld en het bos gekapt werd, kocht hij een deel
- 70 -
er van, ontgon met behulp van zijn thans opgegroeide zonen perceel na perceel, bouwde tenslotte een flinke boerderij om de kroon op het werk te zetten en kon in de laatste, voor de boeren zo voordelige jaren zijn gehele hypotheek aflossen.
Op raad van de oudste zoon die in '40 aan de Grebbe gevochten had, werd er een goede schuilkelder aangelegd in het dennenbosje aan de rand van het erf, "Want Vader", had de zoon gezegd, "Men weet nooit wat er hier nog gebeuren kan."
Met de invasie-Zondag waren zij hem dankbaar voor de goede raad. Na eerst de Zondagse kleren, waarmee zij naar de vroegmis gegaan waren, uit- en de oude werkplunje aangetrokken te hebben - 't zou zonde en jammer zijn met het kostelijke goed in zo'n aardhol te kruipen - doken zij in hun ondergronds verblijf. Voor enkele uren naar zij meenden; 't kwam anders uit.
De Pruus ging zich ingraven en verschansen in het naburige buiten en het omringende park. De Geallieerden deden voortdurend pogingen om hun vijand te verdrijven, onafgebroken woedde er een hevige strijd om de Heuvel en om hun boerderij.

Pas maanden later, bij het voorjaarsoffensief hebben de Geallieerden met behulp van vlammenwerpers de Heuvel weten te veroveren. Toen wij de Heuvel terugzagen was de plaats waar het huis eens stond nauwelijks meer te vinden: slechts puin en ingegraven stellingen rondom en zwartverschroeide bomen die hun kale takken als in wanhoop opgeheven armen tegen de hemel uitstrekten.

De boswachter en zijn gezin aanschouwden vanuit de schuilkelder de strijd om hun boerderij. Eerst nestelden de Amerikanen zich in het huis om na verloop van tijd door de Duitsers verdreven te worden. De hofhond verzette zich met wild geblaf tegen de vreemde indringers en trachtte hen te verjagen, wild springend aan 't eind van zijn strakgespannen
- 71 -
ketting. Een schop met een zware soldatenlaars, een beet in het onder bereik van de hond gekomen been, een schot en trouwe Sultan lag stil uitgestrekt in het gras.
De gemeste varkens - de vleesvoorraad voor de winter - werden geslacht en opgegeten, later trof ook de andere varkens hetzelfde lot. Op de schaarse ogenblikken dat het vijandelijk vuur zweeg werden de kippen nagejaagd en gevangen en gebraden; de heerlijke vleesgeur trok naar de schuilplaats waar de eigenaar met zijn gezin honger leden. Dan naderden de Amerikanen weer, de Duitsers trokken terug. Voordat een nieuw gevecht begon zag een van de zoons even kans om iets van eetwaar uit huis te halen. Kort daarop raakte een granaat het dak, pannen kletterden naar beneden, een volgende granaat trof de stal.
De koeien waren met de paarden in de wei, doch wat kwam er van hen terecht zonder enige verzorging? Een der koeien zocht in haar onrust en angst de weg terug naar de veiligheid van de stal

 

Terug naar bladzijde 172

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 174