Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 25 - 27 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 173

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 175

44H Dagverhaal Vervolg

blz 174

en de bescherming van de mensen; in de hof vlak bij de vertrouwde stal werd het beest getroffen en het lag dood te bloeden zonder dat zij hulp konden bieden. Lijdelijk moest de boer toezien hoe zijn levenswerk voor zijn ogen vernietigd werd. Er bestond geen kans om ook maar iets te redden.
Op een nacht dat de Duitsers weer moesten terugtrekken staken zij de brand in het opgetaste hooi en het koren. De afschuwelijke angst en spanning waarmede zij in de schuilplaats de loop der vlammen volgden. Als de wind het vuur slechts niet al te zeer aanwakkert dan blijft ons misschien nog een deel bespaard ..... Zij baden, met wanhoop in 't hart.
De oogst is droog, de vlammen vreten hun vurige weg al verder en verder; heimelijk knappend en sissend en venijnig fluitend om met een zegevierend loeien over te slaan naar de wagenschuur waar de kostbare landbouwwerktuigen staan: de tractor, de dorsmachine, de zaai- en maaimachines.
- 72 -
Ach, dat tenminste het woonhuis gespaard moge blijven ..... Een heldere schijn licht op achter de ruiten; zoals wanneer bij het thuiskeren in de avondschemering Moeder juist met een handvol droge takjes het fornuis aanstookte ..... Knetteren en kraken, de zoldering stort in, fel laait de gloed op, de vlammen spuiten brullend uit de ramen.
Huis en haard, verleden en toekomst vernietigd. Thans heeft het geen doel meer langer in 't gevaar te blijven.
Een eerste poging om te vluchten wordt door een hevige beschieting verhinderd. Een tweede poging: kruipend op de knien langs de oprit die naar de Wylerweg 1) leidt; de voorste man met een witte doek aan een stok gebonden. De Amerikanen worden opmerkzaam, zien dat er vrouwen bij zijn, staken het vuren en beduiden de vluchtelingen een enigzins gedekt pad achter langs een heg te volgen. Plotseling weigeren de benen van de boer hun dienst, hij kan geen stap meer verzetten. Bij geluk ligt er een kruiwagen, hierop wordt de invalide geladen en voort gaat het langs het hobbelige landwegje vol granaatkuilen onder voortdurend vuur, totdat eindelijk het dorp bereikt wordt.
"En nu zit ik hier met mijn gehele gezin, net zo arm als ik tientallen jaren geleden als kleinknechtje begon." Even verborg hij het hoofd in de handen, even was hij een oude gebogen man; om zich een ogenblik later op te richten met de woorden: "Maar ik laat de moed niet zakken, Onze Lieve Heer zal mij verder ook wel helpen zoals Hij mij altijd geholpen heeft, En ....." kwam er achteraan met de vroegere ondeugende tinteling in de ogen: "n ding is zeker: de Mof raken wij eindelijk kwijt!"
Nauwelijks was de boswachter aan 't einde van zijn verhaal gekomen of er klonken angstige uitroepen vanuit de keuken: "Vader kom toch in de kelder en de Juffrouw ook! Gauw, de granaten vallen vlak bij!"
De vloer van de kelder was geheel bedekt met stro en matrassen, waarop wij dicht bijeen zaten. Er steeg een gemurmel van gebed op dat de gewone
- 73 -
heilzame uitwerking de angstigen tot kalmte te brengen niet miste. Moeder de vrouw, daartoe aangezet door mijn tegenwoordigheid, verdiepte zich al spoedig in 't ophalen van herinneringen uit de oude tijd "toen Uw Tantes nog leefden" en vergat daarbij voor een kort ogenblik alle tegenwoordige moeilijkheden.
Het vuren bedaarde juist tijdig genoeg om met het middagmaal thuis te kunnen zijn; de maaltijd bestond uit hutspot met gebakken appels toe. Onder het eten ging het electrisch licht eensklaps op; wij begroetten het met gejuich, met grote bezorgdheid hadden wij vastgesteld dat onze voorraad kaarsen en waxinepitjes op een onrustbarende wijze aan 't slinken was. Nu werden aanstonds in de verschillende hoeken van ons ondergronds verblijf lees- en schemerlampjes aangebracht opdat iedereen licht naar behoefte zou hebben. De kelder begon werkelijk enigzins het aanzien van een gezellige zitkamer te krijgen; de eigenaardige stoffering van de wanden, de planken


     [1] Wylerbaan ? P.S. 

 

Terug naar bladzijde 173

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 175