Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 Sep - 1 Oktober 1944

Terug naar bladzijde 176

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 178

44H Dagverhaal 

blz 177

't Was goed weer en vrij rustig. De granaten afgeschoten door de batterij op de top van onze heuvel floten regelmatig over de tuin, ook de batterijen van Wolfsberg en Schrouwenberg vuurden bij tussenpozen. Het Commandantje kringde in de lucht rond.
Van de Codlin Keswick vielen de groen-gele appels in grote getale af. Jan Muus kon 't niet langer aanzien hoe al die mooie gave vruchten butsten op de grond, hij ging ze plukken en in de schuur brengen. Paultje en ik trokken naar de moestuin om de gedroogde bonen te verzamelen. Er waren veel kwetsen gevallen in de boomgaard, ook die werden vergaard; Moeder maakte een grote voorraad in die zij bestemde voor Elly, opdat haar dochter geen lege provisiekast zou vinden als zij terugkeert uit haar gevangenschap.
- 78 -
Op weg naar de bakker zou ik meteen nog de beloofde kaarten bezorgen waar Mr. Allan gisteren naar was komen vragen. Het dorp leek vrijwel uitgestorven, enkel enige militairen liepen op de weg. Haastig, als een schuw muisje stak mevrouw W. de straat over. Een begroeting, de vraag naar het wederzijds welbevinden, de uitnodiging om even in huis te komen, 't was buiten veel te gevaarlijk om te staan praten. De dames waren erg zenuwachtig maar hun huisgenoot, de oude Heer B., hield het vrouwvolk enigzins in evenwicht door zijn onverstoorbare bedaardheid. Ik vertel dat mijn zuster aan 't inmaken is en de dames slaan de handen in elkaar van verbazing. "Dat is bewonderenswaardig, zo'n kalmte om zo maar met het gewone werk door te gaan! En U en Uw nichtje zien wij telkens zo rustig over de weg lopen alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Wat is dat benijdbaar!"
Onder het gesprek begonnen de Duitsers het dorp opnieuw te bestrooien met hun granaten. Een scherpe knal, een der spiegel-ruiten vliegt aan gruizelementen, hals over kop de kelder in. Nog enige inslagen in de buurt dan zwenkt de beschietende batterij en hiervan gebruik makend spoed ik mij naar de Civil Affairs die in het logement Groesbeek gevestigd zijn. De granaten van daareven hebben een aanzienlijk gat geslagen in een der huizen aan de overkant, over de weg ligt een zware afgescheurde boomtak. Vlug de kaarten en plattegronden van Kleef afgegeven; geheel overbodig waarschuwden de Amerikanen dat het gevaarlijk was en gaven de raad zo snel mogelijk naar huis terug te keren. Een raad die niet opgevolgd kon worden daar wij nog brood moesten halen.
Bij de bakker schielijk opnieuw in de kelder gedoken, de beschieting ging met volle kracht voort. Op onze tochten leerden wij langzamerhand alle Groesbeekse kelders kennen en kwamen op de hoogte van de voor- en nadelen die de verschillende ondergrondse verblijven aanboden. De kelder van de bakker is buitengewoon ruim, hij loopt ook onder het gehele huis door. Doch hij is half bovengronds en daardoor minder veilig.
- 79 -
Bovendien heeft men niet de moeite genomen de vensters af te dekken. Met voorbijzien van het gevaar zegt de bakkersvrouw: "'t Is zoveel lichter en prettiger in het bewonen als de ramen onbedekt zijn." Gelijk bij een moderne woning is de ruimte ingedeeld in een eet-, een zit- en een slaaphoek. Achterin, in de donkerste hoek hangen bedekt door een gordijn alle kleren netjes op een rij. Behalve de bakkersfamilie waren ook de buren hier verzameld en pas had zich een juist uit Nijmegen
aangekomen man bij het gezelschap gevoegd. Hij was vol van al de verschrikkingen die men doorgemaakt had.
Volgens plan van de Führer zou bij de aftocht de ganse stad met al zijn bewoners vernietigd worden; de Hitlerjugend was met dit werk belast. Tot uitvoering van het bevel begon zij met de grote huizen in de buitenwijken te verbranden: Batavierenweg, Barbarossastraat en Berg en Dalseweg. Gordijnen, vloerkleden en lopers werden met benzine overgoten en aangestoken of wel werden er fosforgranaten in de huizen gesmeten. In enkele gevallen dwong men de bewoners om zelf de brand in hun bezit te steken. Bij de hellende straten van de oude stad, de Bloemersstraat en de Platenmakersstraat en anderen, werden bovenaan op de stoepen vaten benzine geleegd waarop de afstromende vloeistof aangestoken werd. De Hitlerjugend joeg de mensen die uit hun huizen wilden vluchten terug in de vlammen. Later bij het opruimen der puinen zouden hun verkoolde geraamten wedergevonden worden.

 

Terug naar bladzijde 176

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 178