Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 Sep - 1 Oktober 1944

Terug naar bladzijde 178

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 180

44I Dagverhaal 

blz 179

{- 81 -}
De appels waarmee wij zijn zakken volstopten waren volgens hem ook verrukkelijk. De man vertelde hoe zijn batterij eerst op onze heuvel had gestaan en thans verplaatst was naar een bos een heel eind weg, daar ergens in 't Noorden - de bossen van van Haeften waarschijnlijk - waar
- 82 -
geen zuiver drinkwater te verkrijgen was. De Amerikaan had een fiets bij zich; wij bewonderden de handig afgedeelde dubbele tas waarin een aantal veldflessen pasten, die thans met water van onze pomp gevuld werden.
Voortaan zou er geregeld water gehaald worden; ook grote Rode Kruiswagens welke vol stonden met vierkante blikken zouden voorraad komen opdoen. De Amerikanen waren blijkbaar niet zo voorzichtig als de Engelsen op dit gebied; de laatsten immers mochten nooit water gebruiken dat niet eerst door een zuiveringsinrichting was gegaan.
Vandaag hebben alweer vele gezinnen de wijk genomen naar familie en bekenden in Malden, Heumen en Wychen; men beweert dat het in die plaatsen rustig is. Hetzelfde werd ook verzekerd van Overasselt, doch lieden die daar heen trokken en op een luchtgevecht vergast werden, keerden overhaast naar Groesbeek terug. Volkomen veiligheid bestaat wel nergens in de gehele omtrek; wij van Vogelsangh verkiezen dan ook kalm in eigen huis te blijven boven de perikelen van een vlucht. De plunderingen waaraan de verlaten woningen onderworpen worden moedigen ook weinig aan eigen zaken in de steek te laten.
De Lubertse boeren hebben iets vernomen over een gevecht aan het einde van de Bredeweg in het Wald, waarbij 300 Duitsers gesneuveld en vele gewond zouden zijn. Ook noemde men de verovering van de Jansberg. Achteraf valt het zeer te betwijfelen of dit laatste waar was. In alle geval is de Jansberg gedurende de gehele winter door de Duitsers bezet gehouden. Het bos was met stellingen volgebouwd en de rand omgeven met prikkeldraadversperringen en mijnenvelden. Bij het grote offensief van Februari 1945 moesten hevige gevechten geleverd worden om dit gebied te veroveren.
's Avonds als allen, ook onze boeren binnen waren bleven wij altijd nog wat bij elkaar zitten napraten over de gebeurtenissen van de afgelopen dag, onderwijl genietende van een kop echte koffie. En een sigaret, wanneer
- 83 -
wij tenminste niet in de kelder zaten, want in de kelder was het verboden te roken. Paultje lag dan al in zijn kooi alias appelenbak; na even gespeeld te hebben met zijn lievelingsbeesten sliep hij als regel spoedig in. Deze avond scheen hij evenwel de slaap niet te kunnen vatten; door de gang lopend hoorde ik beneden een stemmetje roepen. Paultje zat rechtop in zijn bedje, met een diep rampzalige uitdrukking op zijn gezichtje turend naar Beer en Ezelpaardje die aan zijn voeten lagen. Hij keek op en ik hees mij op de rand van zijn kooi en vatte zijn handjes.
"Toe, blijf je bij me, ik kan heus niet slapen. Alles is zo naar, het schieten en het vechten en die kelder. Ik wou dat ik weer boven in mijn eigen lekkere bedje mocht liggen."
"Wij zouden allemaal ook veel liever gewoon boven willen slapen, maar dat kan nu niet, dat snap je immers wel."
"Ik vind de Amerikanen naar, net zo naar als de Moffen. Als de Amerikanen niet gekomen waren, was alles gewoon gebleven."
"Dat moet je niet zeggen, wanneer de Amerikanen ons niet waren komen helpen zouden de Moffen hier voor altijd gebleven zijn en dat zou nog veel naarder voor alle mensen en kinderen zijn geweest want dan waren wij nooit weer vrij geworden."
De grote blauwe ogen keken hulpzoekend naar de twee trouwe vrienden Beer en Ezelpaardje die met hun glimmende schoenenknoopjes-ogen terug staarden en ineens kwam eruit wat de kleine kerel het hart bezwaarde: "Ik ben zo bang dat Moeder, net als Vader, nooit meer terug zal komen."
Hij hield zich dapper, geen traan kwam te voorschijn, maar dit grote verdriet woog opeens te zwaar om alleen te dragen. En wat konden wij zeggen om hem te troosten? Hoe klein was de kans op weerzien van zijn moeder die volgens de laatst ontvangen berichten in het beruchte kamp van

 

Terug naar bladzijde 178

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 180