Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 Sep - 1 Oktober 1944

Terug naar bladzijde 180

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 182

44I Dagverhaal Vervolg 

blz 181

- 86 -
Arnhem; slechts een 2000-tal heeft over de Rijn in de Betuwe kunnen terugtrekken, de overgrote meerderheid is gesneuveld bij de zware strijd. Volgens de berichten is Arnhem geheel in puin geschoten. Wij vragen ons af wat er van de bewoners geworden zou zijn en hierbij gaan onze gedachten in de eerste plaats uit naar eigen familie. Zou men intijds naar de Veluwe hebben kunnen vluchten? Heeft men daar onderdak en verzorging gevonden en hulp in de nood?
's Middags waren er nog een paar boodschappen in het dorp te doen. Ten eerste naar de Dokter en dan verder door zijn tuin als kortste weg naar het distributiekantoor waar nieuwe bonkaarten gehaald moesten worden. - Die wij nooit nodig zouden hebben, maar op dat ogenblik leken zij onmisbaar. - Nauwelijks waren wij het distributiekantoor binnengetreden of er knalde een granaat, het rommelende gedruis van vallende stenen, het gebouw was geraakt, de kantoormeisjes begonnen te gillen. De Heer M., die als invaller hier hielp, merkte zeer nuchter op: "daar heb je weer zo'n blazer" en voegt er voor zijn drie helpsters aan toe: "Ga maar zo vlug mogelijk naar huis." Een raad die in een dergelijk geval gewoonlijk gegeven werd en m.i. ten onrechte want 't was dan juist niet geraden om over de straat te gaan.
Jan Muus en ik kwamen tegelijkertijd en wel op het beste ogenblik n.l. net voor het middagmaal thuis; het bestond uit stamppot van kool met spek en chocoladevla na. Jan had op aandringen van zijn vrouw een tocht naar de Maldense vrienden gemaakt om te vragen of zij daar in huis mochten komen. In Malden was weinig van de oorlog te bemerken geweest, enkel eindeloze militaire transportcolonnes herinnerden er aan. Het leek Lies wel buitengewoon aanlokkelijk toe om naar een plaats te gaan waar helemaal geen gevaar voor granaten bestond.
Laatste aantekening van 28 September: Op het ogenblik dat ik dit neerschrijf, om elf uur 's avonds, een hevig luchtgevecht boven ons.
- 87 -
Vrijdag 29 September.

Naar gewoonte om kwart voor zevenen op en de boeren om zeven uur naar de Lubert. Wij ontbeten in de eetkamer, 't was rustig. Moeder las gezang 180 voor: "Beveel gerust Uw wegen, al wat U 't harte deert, de trouwe hoede en zegen van Hem, die 't Ól regeert ....."
Na het ontbijt moestuinwaarts. Uit de boomgaard vlogen eksters op bij onze ongewenste verschijning. De merels voelen zich als vogels die een recht op de tuin hebben en lieten zich bijgevolg niet van de wijs brengen. Zij draafden op de bovenkant van de moestuinmuur heen en weer en snoepten onderwijl van de zoete druiven. Om nog wat voor ons mensen te sparen, plukten wij een grote mand vol met de bewaasde groengele vruchten. Ook de felrode tomaten werden in veiligheid gebracht voor pikkende snavels. Wij stapelden de vruchten hoog op de keukenvensterbank. Opnieuw naar de moestuin om groente te halen. Eentonig klonk telkens een schot van onze batterij, gevolgd door 't fluiten van het projectiel, vier malen achter elkander, dan een korte rust gevolgd door weer vier schoten.
't Was zo vreedzaam tussen de welonderhouden groenterijen, in de warme nazomerzon was het een genoegen boontjes te plukken en de mand geraakte eigenlijk te spoedig naar onze zin gevuld. In werkelijkheid echter maar juist op tijd want uit de verte naderde een onheilspellend huilen dat recht naar hier koers zette. In een oogwenk lag ik tussen de bonenstaken tegen de vochtige aarde aangedrukt. De granaat barstte op enkele meters afstand doch gelukkig aan de andere zijde van de heg, scherven en aarde spatten rondom doch enkel de kluiten troffen mij. Boven mijn hoofd sloegen de scherven de bonenstaken doormidden. Eigenaardig zo als in een dergelijk ogenblik van gespannen afwachten een gekleurd steentje, een plantje, een kever die tracht tegen een stengel op te klauteren het oog trekt dat getrouw alle bijzonderheden er vaan naar de hersens overbrengt, als ware een dergelijk gebeuren op dat tijdstip de meest belangrijke zaak ter wereld.
- 88 -
Met de mand vol boontjes naar huis terugkerende zag ik enige soldaten in de tuin rondspeuren alsof zij iets zochten. Zij staken hun hoofden in elke heestergroep, keken achter de tuinmuur en onderzochten zelfs de rollen rietmatten die er tegenaan stonden. De eerste troepen die

 

Terug naar bladzijde 180

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 182