Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 Sep - 1 Oktober 1944

Terug naar bladzijde 181

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 183

44I Dagverhaal Vervolg 

blz 182

hier neergedaald zijn, zijn thans vervangen door anderen. Ook Amerikanen doch van een heel ander soort; dit zijn meest ongure types die onwillekeurig de naam Sing-Sing in de gedachten brengen.
Op de vraag of de soldaten iets nodig hadden kwam het antwoord dat er in onze tuin enige mortieren geplaatst moesten worden; zij hoopten dat wij er niets tegen zouden hebben. Wij haalden Vader er bij en lieten hen samen parlementeren. Vader, met het gezag van de artillerie-officier, keurde de voorgenomen opstelling in de moestuin onvoorwaardelijk af en gaf de raad de batterij op de lager gelegen akker aan de andere zijde van de heg te plaatsen, waar zij beter gedekt zou zijn. Daar was niet veel tegen in te brengen, maar toch hield de Amerikaan voet bij stuk, de mortieren moesten en zouden in de moestuin komen. Wij hadden ons er bij neer te leggen; wij vroegen alleen of alle luiken van het huis dan gesloten moesten blijven. "Niet nodig" was het antwoord, "de ruiten zullen er niet van breken."
Gedurende deze bespreking stonden wij in de schuur en Vader en de Amerikaan juist buiten de deur. Een fluiter naderde, evenwel op zodanige afstand dat het voor ons geen gevaar opleverde; toch viel de zwaar gewapende krijgsman bliksemsnel tegen de grond. Verwonderd zagen wij toe, misschien wel met een glimlach; in alle geval krabbelde de soldaat met spoed weer overeind en na een beschaamde blik in onze richting was hij opeens verdwenen. Vermoedelijk was deze man pas aangekomen en voor de eerste maal in de vuurlinie, waardoor zijn reactie op de ongekende mate van gevaar begrijpelijk werd, al moesten wij er toch om lachen.
Met het plaatsen van een batterij op ons terrein nam de kans dat het huis getroffen zou worden aanzienlijk toe, want natuurlijk zouden de
- 89 -
Duitsers trachten de stukken onschadelijk te maken. En met de batterij op de top van onze heuvel hadden wij reeds de ondervinding opgedaan dat bij een beschieting het merendeel der projectielen niet op maar in de omtrek van het doel neerkomt.
In afwachting van het opstellen der mortieren namen wij onze maatregelen en brachten in de kelder alles wat wij daar voor een langdurig verblijf nodig konden hebben. Jammer genoeg bezaten wij niets om op te koken indien er geen electrische stroom was. Ineke kreeg ineens in de gedachten dat zij nog een spiritusbrander bezat en draafde fluks naar haar Vogelnest om deze te halen. Wij zouden het ding eens even proberen, maar met de kuren van een rechtgeaard kampeertoestel weigerde het hardnekkig te branden. Gelukkig kwam, juist van pas, Jaap van de Dokter de kelder binnen, die met jongensgeduld net zo lang peuterde totdat hij het toestel in orde had.
In de kelder, in het gehoor van angstige Lies Muus, spraken wij niet over de ongunstige verandering die ons te wachten stond, het zou haar slechts nog meer van streek maken. Doch ik ging haar man, die bij Bertus-Ome een praatje maakte, op de hoogte brengen en vragen of hij tijdig naar Lies terug wilde keren. Jan's vriend Hein bood aan mee te komen, welk aanbod ik dankbaar aanvaardde. 't Was een geruststelling op de hulp en bijstand van twee flinke mannen te kunnen rekenen.
Nauwelijks terug in huis werd er herhaaldelijk en ongeduldig op de voordeur geklopt; twee Amerikaanse officieren met een paar mannen in burger die de Oranjeband om de arm droegen stonden er voor. De Amerikanen begonnen in het Duits te spreken, wat mij een geŽrgerd: "Kent U geen Engels?" ontlokte. Achteraf beschouwd verkeerden zij waarschijnlijk in de veronderstelling reeds in Duitsland te zijn. "O, verstaat U Engels? Wij willen in dit huis ons hoofdkwartier vestigen."
Op mijn voorstel ging de ene officier mee naar de kelder om met de
- 90 -
heer des huizes te overleggen. Bij de donkere trap aarzelde de Amerikaan en trad een stap achteruit, zijn hand verdween in een zak; hij vermande zich evenwel onmiddellijk en daalde af in de schemerige ruimte, waar hij meende een gewonde aan te treffen op het zien van de in reisdekens verpakte Vader. Een blik op de verdere aanwezigen: een jonge vrouw, een spelend kind en twee honden die zich rustig hielden, verjoeg klaarblijkelijk het wantrouwen van de officier. Hij legde aan Vader uit dat het legercorps waartoe hij behoorde door Groesbeek zou trekken. Ter dekking moesten hier en daar batterijen geplaatst worden en ook was er onderdak voor de troepen nodig. In

 

Terug naar bladzijde 181

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 183