Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 Sep - 1 Oktober 1944

Terug naar bladzijde 182

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 184

44I Dagverhaal Vervolg 

blz 183

beleefde bewoordingen vroeg hij of wij er niets op tegen zouden hebben indien in ons huis het hoofdkwartier gevestigd werd. Waarheidsgetrouw antwoordde Vader dat hij het niet bepaald prettig vond, doch als officier begreep zich aan de noodzaak te moeten onderwerpen.
De Amerikaan vroeg de benedenverdieping te zien. De beide ineenlopende kamers met de lange etenstafel werden uitnemend geschikt geoordeeld; de derde kamer waar de vluchtelingen sliepen hadden zij niet nodig. Kon er van de keuken gebruik gemaakt worden? Uitstekend. Over een uur zouden zij terugkomen om zich in te richten.
Het gezelschap was zo juist vertrokken toen Ineke met haar mand brood uit het dorp terugkeerde. Verwonderd vroeg zij wat die grote lege vrachtwagen betekende die de oprit af kwam rijden. De wagen had een van de stenen posten van het inrijhek omvergesmeten. Bekwaamheid in het onderste boven rijden van hekken en omheiningen is blijkbaar een der onmisbare kundigheden voor een auto-bestuurder in oorlogstijd; overal waar troepen langs getrokken waren tekende hun weg zich af door vernielde afscheidingen.
't Was wonderlijk dat zij met een lege truck aankwamen als zij ergens hun hoofdkwartier wilden vestigen. Wonderlijk en onverklaarbaar, tenzij .....
De ganse verdere dag leefden wij in afwachting van de komst van batterij
- 91 -
en hoofdkwartier doch noch de een noch het ander verscheen. Wij waren er niet rouwig om.
Om twaalf uur de op dat tijdstip gebruikelijke regen van granaten, waarbij het electrisch licht uitging. Een granaat sprong in de buurt van de tamme kastanje, een andere in het grote rhodondendronperk, een derde naast de vlaggestok op het grasveld, een vierde rechts tussen de struiken. Een scherf vloog door voordeur en tochtdeur en bleef steken in de zoldering van de gang, een andere scherf sloeg een gat in het venster van de zitkamer en kwam terecht in de houten omlijsting boven de tussendeuren.
Wij hadden een koude lunch: spek op eigengebakken roggebrood. Daarna gingen wij allen rusten; overwegende dat er nu nog mogelijkheid bestond een dutje te doen en vannacht zou er misschien niets van slapen komen.
Even voor drie uur in de namiddag zette het gedonder van het Duitse geschut opnieuw in; zonder enige onderbreking huilden de granaten over het dorp en voortdurend dreunden ontploffingen. Onze batterijen beantwoordden het vuur met ijver zodat het geweld niet van de lucht was.
Het jonge vrouwtje dat in verwachting verkeerde - "blijde" kon men het in deze omstandigheden nauwelijks noemen - werd steeds angstiger ondanks alle pogingen van haar man en haar moeder om haar tot bedaren te brengen. Niet zonder reden vreesden wij de nadelige gevolgen van die opwinding en 't leek ons geraden voor het invallen van de nacht de raad van de Dokter in te winnen. Maar wie zou zich met die boodschap belasten? Jan Muus kon zijn vrouw niet verlaten; als hij uit haar oog was geraakte zij geheel en al van streek. Ineke - kordaat als altijd - bood aan te gaan zodra het schieten enigzins geluwd zou zijn. Doch met de overtuigende overweging dat het minst onmisbare lid van de gemeenschap de aangewezen persoon was voor dit karweitje, nam ik 't op mij. En zat de gehele verdere middag mijn kans af te wachten; met waarschijnlijk het zelfde onbehagelijke gevoel als waarmede een soldaat het sein tot de aanval verbeidt.
- 92 -
Hoewel het verkeren in gevaar een zekere bekoring kan bevatten, - een bekoring verwant aan sport, n.l. de beproeving van onze krachten - het urenlang tegen gevaar aanzien is ronduit beroerd. Onder het onafgebroken bombarderen maakten Ineke en ik een eenvoudig maal gereed: prinsesseboontjes en aardappelen met alweer het niet genoeg te waarderen spek.
Na de maaltijd staakte het vuren. 't Was thans volkomen rustig en zonder het minste risico kon ik de korte afstand naar het huis van de Dokter afleggen. Ik had dus volkomen nodeloos in de rats gezeten.
Buiten had de oorlog nieuwe sporen achtergelaten. De tweede post van het inrijhek lag nu eveneens tegen de grond en wel met de deur van het hek er nog aan verbonden dwars over de Zevenheuvelenweg. In onze heg gaapte een gat van enige meters breed, de achterstaande thuya's

 

Terug naar bladzijde 182

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 184