Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 Sep - 1 Oktober 1944

Terug naar bladzijde 185

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 187

44I Dagverhaal Vervolg 

blz 186

huis: meubels waren ingetrapt en overhoop gesmeten, boeken uit de kasten gegooid. Bij nader onderzoek bleken twee zorgvuldig weggeborgen flessen rhum gevonden en opgedronken; op zoek naar meer drank was de voorraad in wijnflessen ingemaakte bessensap in hun handen gevallen. In hun teleurstelling over dat slappe goedje hadden zij het over alles, meubels, tapijten, kleren en bedden uitgegoten.
Lien en ik zouden samen brood in het dorp gaan halen, maar naar gewoonte was het brood dat om elf uur uit de oven heette te komen om die tijd nog helemaal niet klaar. "Nog efkes wachten, kom over een uurke nog eens terug," werd dan meestal heel gemoedelijk gezegd. Alsof er geen vuiltje aan de lucht was - in casu geen granaat - en een wandelingetje door het dorp een aangename verpozing zou zijn. Onze weg naar de bakker voerde ons langs twee zeer blootgestelde punten,
- 97 -
die volkomen open lagen voor het vijandelijk vuur. Op een bepaalde plaats zijn de huizen van de Dorpsstraat onderbroken door een weide die zich ver naar het Oosten uitstrekt en waarover men uitzicht heeft tot aan het Duitse stadje Kranenburg toe. Temidden van het grasland op een kilometer afstand ongeveer lag een grote oude boerderij waarin de Duitsers zich genesteld hadden. Van dit punt mikten zij op alles wat op de straat voorbij kwam. Ineke had dit op een der eerste dagen na de invasie reeds ondervonden toen zij een ogenblik met dokter K. stond te praten op de bewuste plek en de kogels hen eensklaps om de oren vlogen.
Later zouden de soldaten op deze plaats een scherm van takken en brem aanbrengen waardoor het gezicht belemmerd werd en men ongemerkt kon passeren.
Het tweede gevaarlijke punt was de spoorwegovergang die eveneens geheel open naar het Oosten lag. Tot vermaak van het troepje Oranjemannen dat steevast buiten de zijdeur van het gemeentehuis stond te praten en af te wachten waar hun diensten nodig zouden zijn, staken de meeste mensen in een draf de sporen over; spottende opmerkingen werden hen niet bespaard. Deze morgen evenwel was er geen Oranjeman te bekennen; gisteren is er n.l. een granaat ontploft naast het gemeentehuis en temidden van de groep Oranjemannen. 't Liep wonderwel af, met enkel een negental lichtgewonden.
In afwachting van het gereedkomen van het brood had ik mijn mand achter gelaten bij de bakker-kruidenier die beloofde de rest van de bestelling er alvast in te pakken. Aan winkelwaar bestond tot nu toe geen gebrek in het dorp, al kwam er geen nieuwe voorraad aan. Doch de winkels hadden aanvulling van hun voorraad gekregen doordat men de inhoud van een grote aan een NSBeŽr toebehorende kruidenierszaak over de anderen verdeeld had. Een wijze maatregel aangezien de plunderaars anders zeker met alles zouden zijn gaan strijken.
Bij bepaalde elementen kwam een atavistische aanleg met volle kracht
- 98 -
naar boven nu de omstandigheden gunstig waren; zij plunderden de verlaten huizen en beroofden de gesneuvelden. Zo als hunne voorouders waarschijnlijk eveneens gedaan hebben in de Napoleontische en Spaanse tijd en daarvoor in de Gelderse oorlogen. De bewoners van dit bekoorlijke heuvelland kennen vanouds de verschrikkingen van de krijg, maar ook de voordelen die hij brengt voor degeen wiens geweten hem niet verhindert deze aan te grijpen.
Even bij moeder D. in de kelder gedoken om de oude vrouw met haar verjaardag geluk te wensen - die zij voorzeker nooit in dergelijke omstandigheden heeft doorgebracht - en een mandje met vruchten te brengen. De om Grootmoeder heen staande kinderen keken er hunkerend naar maar waren te bescheiden om iets te vragen; hun deel zullen zij toch wel gekregen hebben. Moeder B. zat onverstoorbaar aardappels te schillen: "Och ja, eten moeten we toch, al maken de Moffen nog zo'n misbaar." Wijselijk aanvaardde zij de onplezierige omstandigheden gelaten en met de grootste kalmte.
Teruggekeerd naar de bakkerij, waar het brood nog steeds niet gereed was. Zonder er verder op te wachten gingen wij met de mand vol boodschappen naar de slager, die ons uitnodigde eerst naar de radioberichten te luisteren. Vervolgens kregen wij een royaal stuk vlees van de een of andere door de granaten getroffen koe. Brood wilden wij op de terugweg bij een bakker halen waar wij toch langs kwamen; 't lukte evenwel niet, het huis was gesloten en de familie gevlucht. Het dorp

 

Terug naar bladzijde 185

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 187