Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 Sep - 1 Oktober 1944 Slot

Terug naar bladzijde 186

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 188

44I Dagverhaal Slot 

blz 187

wordt leeg. "De ratten verlaten het zinkende schip", weer flitst dit onheilspellende gezegde door de gedachten.
Deze dag was het tamelijk rustig geweest; tot laat op de namiddag het schieten opnieuw losbarstte, waarop wij haastig de kelder opzochten. De bereiding van het middagmaal was tegenwoordig geen genoegen meer voor de huisvrouw. Wij hadden ons gebruikelijke zaterdagse menu: erwtensoep en drie-in-de-pan toe. Moeder verklaarde beslist dat zij nooit meer
- 99 -
die koekjes ging maken voordat het hier helemaal rustig was en voegde er mistroostig aan toe: "als wij dat nog ooit zullen mogen beleven. Nu beginnen de Duitsers steevast met schieten als ik begin te bakken en 't is niet leuk voor het fornuis te staan met n oog op de pan en 't andere naar het venster gericht om op te letten of er soms een granaat aan komt."
Tien minuten voor achten ging het electrisch licht ineens op, waarbij de bescheiden schijn van de kaarsjes als niets verbleekte. Dadelijk zetten wij de radio aan om het nieuws te horen. Er was niet veel bijzonders; maar 't is toch een genoegen dat wij in onze afgesloten toestand oneindig waarderen. Door de radio staan wij wederom in verbinding met de gehele buitenwereld, al is die verbinding dan ook eenzijdig en niet wederkerig.
Later op de avond barstte een hevig bombardement van weerskanten los. Onder het gebulder begaven wij ons ter ruste; het gros der familie in de kelder, Theo in de eetkamer en ik in de zitkamer. Wij tween waren nu de enigen die boven de grond sliepen. Om een uur in de nacht werd ik wakker en stelde vast dat het schieten nog heviger dan tevoren was geworden. Theo hoorde ik in de andere kamer op en neer lopen, ten slotte ging hij naar de kelder. Even later kwam hij waarschuwen: "Juffrouw Nelly, ze vinden 't beter als U ook beneden komt; Meneer zegt 't wordt hier te gevaarlijk."
In de kelder was iedereen wakker en luisterde naar het helse spektakel in de lucht. Iedereen, behalve Paultje, de kleine jongen sliep zo gerust als een kind maar slapen kan.
Boven ons gierden en donderden de granaten en bommen, telkens dreunde de grond van de ontploffingen en dan ging er een trilling door de muren van het huis. Alsof het beefde van vrees.
In die nacht werd het kindje van Lies geboren, maanden te vroeg. - Het kindje dat met zoveel hoop en verwachting tegemoet was gezien. - Ineke stond het moedertje bij; alles verliep zo rustig dat Paultje geen
- 100 -
ogenblik wakker werd. Voor alle zekerheid diende de vader de nooddoop toe aan het kleine wezentje dat nooit zou leven om tot mens op te groeien.
In deze nacht viel een granaat vlak voor het met zandzakken en planken afgedekte kelderraam van het huis van Bart de timmerman. De gehele bescherming werd weggeslagen, de zijmuur vernield en Hein van Bertus-Ome die het dichtst bij het venster lag, zwaar gewond. Een Amerikaanse ambulance vervoerde Hein naar het ziekenhuis in Nijmegen; maanden zou hij daar verpleegd worden. Het is alleen aan de kunde van de Amerikaanse militaire doktoren - die met dergelijke zware oorlogsverwondingen vertrouwd zijn - te danken dat hij er het leven afgebracht heeft.
Na dit ongeval besloten allen die nog in het huis waren om te vertrekken. Nu de kelder geen voldoende beveiliging bleek te bieden achtte men het gevaar te groot. Men pakte alles bijeen wat er meegenomen kon worden; het jonge moedertje N. werd met haar kleintje op een handkar geladen waarop met matrassen en dekens een soort bed was gemaakt. Zo reden haar man en haar schoonvader Annie weg onder het vijandelijk vuur. Naar rustiger oorden zoals zij meenden; onwetend van de lijdensweg die voor hen lag.

Zondag 1 October.

De zware beschieting ging zonder onderbreking voort. Aan het ontbijt las Moeder gezang 232: "Neem Heer mijn beide handen en leidt Uw kind, tot ik aan d'eeuwige stranden de ruste vind ....."

 

Terug naar bladzijde 186

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 188