Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 1 okt - 31 december 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 188

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 190

44J Dagverhaal Vervolg

blz 189

- 103 -
vrouw natuurlijk kwijt?"
Waarop ik verontwaardigd antwoordde: "Dat is helemaal niet het geval, wij vinden het beter als zij blijft, de reis zal haar geen goed doen. Maar de vrouw is erg zenuwachtig en wil met alle geweld weg." "Wel, U moet goed begrijpen dat wij er niet toe verplicht zijn, echter uit medelijden willen wij haar wel naar een ziekenhuis in Nijmegen brengen."
Ik antwoordde dat zij naar Malden en nergens anders heen wilde gaan en verzekerde dat Malden dichter bij Groesbeek lag dan Nijmegen. Niemand kende de naam Malden; twee mannen van de groep militairen die zich om ons gevormd had, gingen een kaart halen. De kaart werd uitgevouwen, een uitroep "Daar, bij 't kanaal? Maar dat is zo gevaarlijk als wat, veel gevaarlijker dan bij U in de kelder!" Heel beleefd maar heel beslist werd geweigerd haar daar naar toe te brengen; op het herhaalde aanbod van Nijmegen wilde ik niet ingaan, wel wetende dat Lies het zou afslaan.
Dit was dus een vergeefse tocht geweest. Nu ik toch in Mariendaal was daalde ik nog even in de kelders af om de zich aldaar bevindende bekenden te begroeten; misschien was het wel voor de laatste keer.
Oude Dina H. vertelde hoe zij bij een van de kelderramen een bom of granaat had zien springen. "De Zusters zeggen dat ik het mij verbeeld heb - natuurlijk om mij gerust te stellen - doch Dina kunnen ze niet voor de gek houden, ik weet het zeker." De sporen van een ontploffing aan de buitenkant van het gebouw toonden dat pientere juffrouw Dientje gelijk had gehad.
Moeder-Overste maakte zich zorgen over de munitiewagens die onder de bomen van het park verscholen stonden. "Als de Duitsers daarop gaan bombarderen - wat ze ongetwijfeld zullen doen, ze worden door hun spionnen van alles op de hoogte gebracht - dan vliegen wij met al onze mensen de lucht in."
- 104 -
Op verzoek van Moeder-Overste belastte ik mij met het overbrengen van haar klacht aan de burgemeester, die ongeacht de Zondag op zijn post was in of liever onder het gemeentehuis, n.l. in de archiefkluis, in gezelschap van de twee trawanten. Een der heren antwoordde dadelijk op de klacht: "Laten wij maar niet te veel tegen de Amerikanen zeggen en vooral niet met klachten komen; zij zien ons hier liever niet dan wel, wij zitten hun eigenlijk in de weg."
Gedurende het verdere onderhoud merkte de burgemeester op dat er wel ge´nformeerd werd naar een plaats waar de mensen veiliger zouden wezen dan in Groesbeek het geval was, doch een dergelijke plaats die bovendien voldoende huisvesting moest bieden had men nog niet kunnen ontdekken. Daar wij op Vogelsangh toch niet van plan waren te vluchten, sloeg ik weinig acht op deze mededeling.
Bijna de gehele middag verstreek voordat de voertuigen verschenen waarmee onze gasten vertrekken zouden. Eindelijk kwamen zij oprijden, twee karren en een vierwielige wagen. Op aanraden van Vader posteerden de boeren hun voertuigen aan de Westzijde van het huis onder de grote noteboom, waar zij tenminste enigzins gedekt stonden tegen het vijandelijk vuur. Drie jongens bleven buiten om op de paarden te passen; de paarden kortten zich de tijd met grazen van het malse gras, de jongens met noten zoeken. De drie boeren kwamen binnen wachten op Theo en Jan, die naar het gemeentehuis waren gegaan om de voor de vlucht benodigde papieren op te halen.
Wij onderwierpen de wagens aan een kritische beschouwing; zij waren torenhoog opgestapeld met allerlei ongelijksoortige zaken, men had blijkbaar gepakt wat voor het grijpen lag en 't boven op elkaar getast. Op onze aanwijzingen werd het beddegoed in dier voege geschikt dat het een gemakkelijke ligplaats zou vormen. Van onder de matrassen kwamen drie Zondagse hoeden te voorschijn, zielig en toch belachelijk plat als pannekoeken .....
- 105 -
Met behulp van een trapleer klommen moeder Jansen en Lies boven op de ene wagen. Wij stopten hen warm toe met de dekens waar wij een warme kruik tussen legden en wensten hen van harte een behouden reis toe. Theo beloofde de volgende dag terug te zullen komen om te horen of

 

Terug naar bladzijde 188

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 190