Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 juli - 2 augustus 1940 

Terug naar bladzijde 18

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 20

40G - Blok vervolg

blz 19

Woensdag 24 Juli. 's Middags naar Leiden, over Wassenaar. D. schildwachten bij Groot-
Hasebroek, het buiten van den weldadigen heer Wolf. Voorbij Deyleroord duinweide met honderden, wellicht duizenden auto's van allerlei soort: bussen zoowel als groote vrachtwagens en bestelauto's, taxis, groote en kleine eigen wagens.
Leiden zwijgend. Zag daar eerste manifest Ned. Unie aangeplakt. Het stadhuis is thans geheel weer opgebouwd. Vond hier op de Breestraat in wetenschappelijke boekwinkel de volledige uitgave van het Wilhelmus voor de ramen liggen.
Voor Katwijk worden D. soldaten op trawlers in zee gestuurd om te wennen, de Katwijkers kijken zwijgend toe, met de handen in de zakken, naar het inschepen en constateeren zwijgend de toestand van de mannen bij het ontschepen. Bij Noordwijk gaan geregeld kleine visschersschepen in zee om met badgasten een watertochtje te maken, zooals altijd langs de kust gebruikelijk was. Doch soms zet zoo'n scheepje eensklaps koers naar het Westen, om spoedig uit het gezicht te verdwijnen. De kustwacht zendt er eenige vergeefsche schoten achterna.
In Scheveningen is een boot met duizend dienstweigeraars in zee gestoken. De volgende dagen werd het strand afgezet, daar de verdronkenen aanspoelden.
De volgeladen vrachtautos door Driebergen, de 45 treinen die teruggingen.
Sint Antoniushove: "Gott sei dank, dann brauch ich nicht mehr zu fliegen." "Mir ist alles egal."
Roode Kruis, den Haag. De D. officier, die na het afzetten van een been, op de zaal teruggebracht, uit zijn narcose bijkomt en vraagt: "Wo bin ich?" en bij het antwoord: "in Holland" dankbaar zucht: "Ach, dan wird man mir am Leben lassen und werde ich meine Frau und Kinder wiedersehen."
Arnhem 25 en 35, den Bosch.
{vel 17}

den Haag

24 Juli. Woensdagavond op laan van N.O.I. Verhaal v.d.V. over Vrijdagmorgen. In de
omgeving van Iepenburg waren verscheiden wachten uitgezet; de afgeloste wacht in hun omgeving mocht altijd, in de nacht, rusten bij hun buren op de logeerkamer. Vrijdagnacht werden de v.d.Vs. gewekt door een harde bel, hij ziet tot zijn groote verbazing eenige D. soldaten voor de deur, die vragen: "Sie haben Soldaten im Hause?" Het antwoord luidde naar waarheid: "Nein" en toen de D. er geen geloof aan hechtten: "Sehen Sie selbst nach" Hieraan werd geen gevolg gegeven en de D. trokken naar het buurhuis. De dochter, een meisje van achttien jaar, had onraad bemerkt, hare ouders gewaarschuwd om in de schuilkelder in den tuin te gaan, er bij voegende: ik kom ook dadelijk, ga eerst de jongens boven waarschuwen. Dit gedaan hebbende, wilde zij de trap afgaan, toen de D. de voordeur intrapten en naar boven schoten; het meisje viel dood naar beneden. Vervolgens staken de D. met het pontje de Vliet over en schoten de pontbaas neer.
T. vertelt over broeder in Rotterdam, wiens woonhuis met kleermakerszaak geheel verwoest is, evenals de beide andere huizen die hij bezat. Van gezeten burger arm geworden.
De Duitsche intocht langs de laan van N.O.I. op de radiatorknoppen van hun auto's hadden ze Hollandsche helmen vastgemaakt.
Onweer en zulke stortregens dat ik telkens mijn weggaan uit moet stellen; ten slotte is het laat en geheel donker geworden. Het geeft een gedachte hoe of 't van den winter in de stad zal wezen, als deze toestand dan nog voortduurt. Geen straatverlichting, in de trams de naargeestige blauwe schemer van de verduisteringslampjes. Men moet wel goed in de stad bekend zijn, om thans zijn weg te kunnen vinden. Gelukkig, wie gewend is om buiten in nacht en duisternis te loopen en op de tastzin van de voeten te vertrouwen. Ondertusschen zijn de rechthoekige trottoirkanten onaangenaam wanneer men niet voorzien is van een lantaarntje.
De onmisbare diensten die het trouwe electr. lantaarntje bewijst bij het naar bed gaan in onbekende slaapkamers, waar geen licht aangedraaid mag worden, of hoogstens een schemerachtig

 

Terug naar bladzijde 18

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 20