Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 1 okt - 31 december 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 192

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 194

44J Dagverhaal Vervolg 

blz 193

Commandant had bij aankomst uiting aan zijn verontwaardiging gegeven dat er geen enkele maatregel ter verzorging van gewonden was getroffen; niet alleen ontbrak alle Rode Kruis hulp doch zelfs verbandmiddelen ontbraken volkomen.
Volgens de Commandant zou Groesbeek te middernacht ingenomen worden; de herovering van Nijmegen zou een etmaal later plaats vinden. Evenwel, door een onbegrijpelijke vergissing rukten de tanks - 36 in getal, later voegden er zich nog zes bij - die de weg voor de troepen hadden moeten banen, pas van Kleef op toen de infanterie reeds op het vastgestelde uur voor de stormaanval uitgezonden was. De infanterie bestond uit zeer jonge soldaten, onvolwassen jongens die onder het uitstoten van de wapenkreet: "Heil Hitler!" het moorddadige vijandelijke vuur tegemoet trokken met achter zich de schietende tanks. Hoevelen zullen door eigen vuur gevallen zijn?
- 111 -
Volgens Geallieerde berichten was om vijf uur in de morgen de aanval der Duitsers afgeslagen. Meer dan 5000 granaten werden dien nacht door de vijand op Groesbeek afgevuurd. De Duitsers deden de aanval met 2000 man; hiervan sneuvelden 1800, 180 werden gevangen genomen.

Maandag 2 October.

Vroeg in de ochtend hoorden wij het knetteren van vlammen en uitkijkend zagen wij de grijze morgenschemering gekleurd door een felle rode gloed. Vlakbij stonden een paar woningen in lichter laaie. Het huis van Vader Nillesen! Hoezeer ons gevoel ook afgestompt was in deze weken van voortdurend gevaar en voortschrijdende verwoestingen, dit trof ons als een schrijnende slag in het gelaat. Vier geslachten 1) van ons waren in en uit gegaan in die woning, al die jaren hadden de bewoners van Vogelsangh en die van het timmermanshuis gedeeld in elkanders lief en leed. Zo menig goed uur hadden wij samen doorgebracht en nooit waren wij tevergeefs om hulp of raad komen aankloppen. En nu, het gezin Nillesen weg, de buren weg; niemand om te blussen. De vlammen vraten gretig voort in de droge huizen en het droge hout van werkplaats en schuren.
Boven het knappen en loeien van vlammen het huilen en ontploffen van granaten, de splinters hagelden rondom. Hoe zouden wij daar ooit ongedeerd door heen kunnen komen? Onmogelijk om onze afspraak gestand te doen en buurvrouw Lien en haar zoontje op te halen om gezamenlijk te vluchten; onmogelijk ook om nu kostbare zaken in de tuin te gaan begraven. Wij pakten het zilver in een kist en schoven deze in een donkere uithoek van de aardappelkelder onder de trap; met de zwakke hoop dat de kist niet opgemerkt zal worden. De wijn werd eveneens verborgen, de inhoud van de linnenkast in koffers gepakt, kleren en de bontmantels in een ouderwetse grote waszak; alles werd verstouwd in de kelder opdat het gespaard zou blijven ingeval het huis verbranden zoude of instorten .....
- 112 -
Inderdaad waren dit de beste voorzorgsmaatregelen die tot behoud genomen konden worden indien een van die rampen het huis mocht treffen. Menigeen heeft onder het puin van zijn ingestorte woning vele zaken vrijwel onbeschadigd in de kelder teruggevonden. Bij ons zullen de plunderaars wel in hun vuistje gelachen hebben dat alles zo handig en klaar om mee te nemen gereed stond.
Opdat wij gesterkt door een warm en stevig maal - wellicht het eenige die dag - de vlucht zouden aanvaarden, wilde ik pap gaan koken. Vader en Moeder raadden echter het aanleggen van vuur ten sterkste af wegens het verhoogde gevaar voor het ontstaan van brand dat dit kon opleveren.
Een laatste tocht door het huis, een rondblik in iedere kamer, hier en daar nog een kleinigheid meegenomen. Alles was bedekt met een dikke laag grauw kalkstof, onder elke voetstap kraakten de scherven van gebroken vensterruiten. Op de achterste zolder stond een koffer met wollen kleren van Elly; hiervan wilde ik een paar stukken meenemen, ze zouden te pas kunnen


[1] Hier wordt ik zwaar meegerekend: 1e : Anna Scheltema (die Vogelsangh heeft laten bouwen) en haar zuster Petronella Dozy-Scheltema (de moeder van Zus en Nel); 2e : Zus en Nel; 3e : Elly en Pauline; 4e : Paul. P.S.

 

Terug naar bladzijde 192

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 194