Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 2 - 4 Oktober 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 197

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 199

44L - Vervolg dagverhaal

blz 198

mannen, vervuld van wat hen wacht in de vuurlinie, blikken toch met deernis naar de jammerlijke, eindeloze optocht van vluchtelingen.
Tot nu toe hadden onze honden braaf meegelopen, zonder zich door iets van de wijs te laten brengen op deze vreemde wandeling. Bovenaan de helling geeft 't oude Schotje echter blijk aan 't einde van zijn krachten te zijn gekomen; de Baas ontfermt zich over zijn hond en zet hem op zijn knieŽn. Zoo rijdt Schotje verder mee, vanaf die verheven zitplaats tevreden rondkijkend.
Nog steeds omringd door bos dalen wij de hoogte af. Een opening tusschen de bomen geeft een blik op het land van de Maas dat blauwig in de verte opdoemt. Daar ergens zullen wij een toevluchtsoord moeten vinden.
De afstand van de strijd wordt merkbaar groter, het donderen van 't geschut klinkt thans gedempt en niet meer zo dreigend. Aan 't einde van de bossen de diepe ingraving van de spoorbaan, de brug is beschadigd maar toch nog bruikbaar. Soldaten helpen er onze voertuigen over heen. Een man haalt ons naar binnen in een klein cafť-tje: "Hier, kom maar, we hebben koffie, lekker heet." en binnen zegt de vrouw: "Arme stakkerts, wat hebt ge te verduren gehad met dat verschrikkelijke schieten. Onze lieve Heer behoede ons voor zo'n elend."
Verderop achter het hekje van een keurig tuintje een oude man, een paar manden naast zich, waaruit hij zwijgend aan ieder die langs gaat een appel toereikt. Zijn goedige ogen worden vochtig als hij Paultje een hele handvol voorhoudt: "Hier, mien jungske, ge lust er wel meer dan ene."
Bij de kruising van de grote verkeersweg naar Maastricht regelen
- 4 -
soldaten met rode muts 1) de verschillende stromen. Af en toe wordt de eindeloze reeks heen- en teruggaande wagens opgehouden en een partij vluchtelingen doorgelaten naar de tot een bruine brei stukgereden landweg aan de overkant. Vaders wagentje stoot en slaat om in een door de modder verborgen kuil en Vader valt op iets scherps met de hand, die terstond hevig bloed. Weer een gunstig toeval: het overkwam hem vlak voor een Eerste-Hulppost, waar de wond terstond gereinigd en verbonden kon worden.
Verder, de kanaaldijk op. Voor de hefbrug moet onze stoet opnieuw wachten, militair vervoer gaat voor. Steeds meer vluchtelingen voegen zich bij de honderden die reeds opeen gepakt staan op de hoge dijk. Eensklaps barst het welbekende verwoede blaffen van afweergeschut los: Duitsche vliegtuigen in de lucht, uit de verte nadert hun dreunen. Het speurend oog zoekt mogelijke dekking en vindt niet anders dan enkele schuilgaten in de dijkhelling, amper voldoende om de kinderen in veiligheid te brengen. - Het gevaar was geen inbeelding, later op de dag werden zoowel op deze plek als bij de brug van de Teersdijk vluchtelingen beschoten door Duitsche vliegtuigen. - Ons bleef dit bespaard, het dreigende vliegtuig werd verjaagd en de kop van de stoet der uitgewezenen mocht over de brug trekken. Reeds wilde de Redcap 1) alweer het stopsein geven, een officier merkt evenwel op: "Lend a hand to the old gentleman and his family" en zo kwamen wij, als voorlopig laatsten, door de soldaten geholpen over het beschadigde bruggedek aan de overzijde.
Wij trekken het dorp Heumen binnen. Heumen ligt zoveel verder van de vuurlinie verwijderd, de inwoners hebben geen onmiddellijk gevaar ondervonden en hier beschouwt men de vluchtelingenoptocht als een kijkspel, een welkome afleiding in het stille dorpsbestaan.

{Vermoedelijk mist hier een bladzijde 4a, de tekst loopt niet door}
- 5 -
't Gelijkt zo eindeloos lang geleden dat wij dit gedicht gelezen hebben. Door zijn levendige schildering vervult het ons van deernis met die beklagenswaardige van huis en haard verjaagden. Nimmer rees de gedachte op als zou ons persoonlijk ooit iets dergelijks kunnen overkomen. En thans waren wij in dezelfde omstandigheden en zeulden moeizaam als eenig overgebleven bezit het allernoodzakelijkste met ons mede. Met de begrippen eigen bed, eigen tafel, eigen dak hadden wij


      [1] Engelse Militaire Politie, wij noemen die muts een baret, hoewel de MP naar ik weet altijd een rode pet droeg. P.S.

Terug naar bladzijde 197

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 199