Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 juli - 2 augustus 1940 

Terug naar bladzijde 19

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 21

40G - Blok vervolg

blz 20

blauw lampje brandt. De verduisteringsmaatregelen zijn hoogstens in de huiskamer genomen, en dan nog dikwijls zoo weinig doeltreffend, dat er een zwarte doek over de lamp gehangen moet worden om het licht te dempen. "We wachten met de boel in orde te laten maken, want van 't najaar is het misschien niet meer noodig."
En wij konden dadelijk in Mei al volledig verduisteren bij een behoorlijke verlichting in huis, ook dank zei onze ouderwetsche luiken, jaloezieŰn en dikke gordijnen. En de zware boomen, die het huis omringen.
{vel 18}

Schoonhoven

Donderdag 25 Juli. 's Morgens naar Gouda en vandaar met een voorwereldlijk treintje, dat beter
de naam tram verdiende, door het mooie Hollandsche weide- en water landschap, naar 't oude, verloren stadje Schoonhoven. Het landelijke logement, dat er buiten ligt, met uitzicht over de eindelooze weiden. Verrassing bij mijn geheel onverwachte komst. Samen koffie gedronken en daarna met Elly door Schoonhoven: de poort die n.d. rivier voert, het stadhuis aan de gracht, de groote kerk, de zilverwinkels, de oude gracht waaraan de kazerne, waar nu alles uit gehaald werd en naar beneden getakeld, want met het leger afgedankt hebben wij geen kazernes meer noodig. De groote opslagplaats van de genie tegen de vroegere omwalling aan, waar stapels afgebroken barakken, enz. liggen, bewaakt door D. soldaten in vermaakte Nederlandsche uniformen. Jan gedrukt door het ontmoedigende afbraakwerk, Elly flinker dan mijn verwachting en Paultje zonnig en lief.
Op de 3500 inwoners van Schoonhoven waren 350 N.S.B.
De schoten die er gelost zijn, werden gewisseld tegen deze binnenlandsche vijand; de Duitschers kwamen pas, toen de wapenstilstand gesloten was.
In de oorlogsdagen waren Elly en Paultje in betrekkelijke veiligheid op een boerderij in de omgeving van het stadje.
Verklaring 1) gelezen. Samen een dorpsche maaltijd in een hoekje van de gelagkamer, bij het raam, verorberd. Door het drietal naar 't station gebracht, kleine Paultje druk redeneerende aan de hand van lange Jan, een zeer ongelijk span. Groote belangstelling van Vader en Zoon voor de locomotief, groote belangstelling van Elly voor het bezoek bij tante B. - het eerste kleinkind was juist geboren, enkele dagen na het vertrek van den generaal, zou hij 't kind nog ooit zien - zoodat de laatste trein bijna vertrokken was zonder mij; rijdende tilde Jan er mij nog in. Een voordeel nu, dat het geen electrische trein was. Van het onveranderende vredige Hollandsche groene landschap naar de gedrukte stad met overal de vreemde uniformen. Nog vˇˇr de schemering, om half tien terug in den Haag en een ge´mproviseerde maaltijd gekregen, die beter smaakte dan het Schoonhovensche diner.
J. had de brief reeds gekregen.
Nog lang gepraat, een emotievolle nacht. 3x.

Rotterdam Vrijdag 26 Juli. Den volgenden morgen laat wakker en daardoor pas om elf uur uit den
Haag naar Rotterdam vertrokken. Goudsbloemen bloeien nog talrij-ker dan anders, doch in 't bizonder in de volkstuintjes bij Rotterdam. De trein was vol, daardoor was 't niet mogelijk bij aankomst in R. te zien, waar de verwoestingen begonnen, men vertelde mij, dat ze zich ook achter het Delftsche Poort station uitstrekten. 't Gewone uitstappen aan het zijperron en dan ineens een verwoest station, een verwoeste stationsweg, waarachter zich enkel verwoestingen uitstrekten. Een stroompje menschen, die, zooals de Z. het zeer terecht uitdrukte, nadat hij ook R. gezien had,


[1] De erewoordverklaring ? P.S.

Terug naar bladzijde 19

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 21