Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 2 - 4 Oktober 1944 Slot

Terug naar bladzijde 205

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 207

44L - Vervolg dagverhaal

blz 206

vluchtelingen zich af of zij op dat vochtige weiland onder de blote hemel met de kinderen de nacht zouden moeten doorbrengen. 't Antwoord kwam: allen zullen naar het kamp van Helmond vervoerd worden; de bagage blijft voorlopig hier en wordt later wel achterna gebracht. Eenige grote legerwagens reden de weide op en werden onverwijld ingenomen door de Stekkenbergers.
Piet de Smid, zijn wagen volgeladen met kinderen en beddegoed, verklaarde beslist: "Maar mijn boeltje laat ik hier niet achter en naar Helmond, dat nog in de gevechtslinies ligt, krijgen ze mij ook niet." "Wat ga je dan doen?" informeerden die van Vogelsangh op de wagen er naast.
"Volg mij maar, ik ben hier bekend" en achter Piet aan verlieten zij de weide en kwamen al spoedig in het bosch, op de onbegaanbaar stukgereden weg. Al spoedig bleven beide wagens in het mulle zand steken. Doch thans konden Meneer en Mevrouw van de Villa daadwerkelijk helpen door hun kennis van de Engelsche taal. Zij legden de toestand aan soldaten uit, die behulpzaam dadelijk een paar jeeps gingen halen. De voerlieden spanden de paarden uit en de jeeps namen de plaats van de trekdieren in; echter niet zonder moeite en overleg, daar ze niet tussen de lamoenbomen pasten, zodat eenige soldaten de noodzakelijke verbinding moesten vormen. In alle ellende was het toch een allerzotst gezicht geweest de kerels, met één hand aan de berrie en de andere aan de jeep vastgeklemd, als jonge geitjes te zien springen door het mulle
- 20 -
zand en over de dwars op de weg gelegde boomstammen. Ondanks al hun inspanning wilden de goede jongens geen geld aannemen. Verontwaardigd wimpelden zij 't af: "Verbeeldt je, van vluchtelingen!" Appels werden dankbaar aanvaard.
De voerman bracht zijn passagiers naar een klein ontginningsboerderijtje aan 't einde der bossen. Een oud span uit Groesbeek had hier reeds huisvesting gevonden, de boer en boerin stonden hun de eigen bedstede af, waarin zij nu te rusten lagen. Thans kwamen er nog zeventien volwassenen en kinderen onderdak vragen en ook zij werden liefderijk opgenomen. Na hen eerst met hete koffie gelaafd te hebben, -waarbij het meegebrachte brood en spek verorberd werd - spreidde de boer in de stal een laagje stro. Met behulp van eigen dekens maakte ieder zich een nachtleger. Zoo goed en zoo kwaad als 't ging in den donker, want de boer had uit begrijpelijke angst voor brand de lantaarn dadelijk weer mee naar binnen genomen.
In de tochtige stal, op een te dunne laag stro, onvoldoende gedekt, uitgeput door alle rampspoed, kon niemand de slaap vinden. Het paard stampte onrustig, de varkens knorden. Ritselend liepen muizen of ratten rond en de kinderen, van streek geraakt door 't lange verblijf in vochtige kelders, moesten telkens geholpen worden. Het werd een ellendige nacht voor allen. Behalve voor hond Schotje, die volmaakt tevreden met zijn lot was, zolang hij tussen de Baas en de Vrouw in mocht slapen.
Een andere reisgenote, de jonge vrouw G., die gedurende de beschietingen van Groesbeek met haar gezin een schuilplaats gevonden had in de kelder van de bakker en nu met hen samen gevlucht was, bracht de nacht eveneens op alleszins bevredigende wijze door. Zij had aanstonds verklaard onmogelijk in de stal op de vloer te kunnen slapen en zich in de warme keuken geïnstalleerd. Een strategisch zeer gunstige positie, volgens de stelregel dat de eerste slag een daalder waard is. Anneke de bakkersvrouw, 's morgens verkleumd uit de stal komende, verraste haar bij het ongenodigd verorberen van Anneke's

 

Terug naar bladzijde 205

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 207