Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 8 - 18 Oktober Vervolg

Terug naar bladzijde 217

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 219

44N - Vervolg dagverhaal

blz 218

Bij het binnentreden tinkelde een kristallen kroontje zo fijntjes als het wijsje uit een oude muziekdoos. Het vertrek werd zwak verlicht door een druipend bruin kaarsje, 't verspreidde de eigenaardige geur van smeltende was. Mijn gastvrouw keek vragend naar mijn gezicht: "Bent U over de kamer tevreden?" Op het volmondig toestemmend antwoord glom het goedmoedige gelaat van voldoening. Terwijl ik uit rugzak en koffertje mijn weinige bezittingen pakte, vouwde zij het bed open en schonk water in de waskom. Die kleine zorgen gaven mij het gevoel alsof ik bij een oude getrouwe van de familie terecht was gekomen, die zo dadelijk herinneringen zou gaan ophalen aan: "Uw beste vader een Uw lieve Moeder" en aan den tijd "toen U zelf nog maar twee turven hoog was ....."
Al spoedig zaten wij bij het flakkerende vlammetje aan weerszijden van de tafel te praten, te praten totdat de kaars bijna in de pijp brandde een de goede vrouw met schrik opmerkte: "Och gorrie! en we moeten nog wel zo zuinig met het licht zijn, 't was een hele gunst dat buurman de Koster mij deze kaarsen heeft afgestaan."
Buurman de Koster, dat was een verklaring voor de kerkelijke geur die zij verspreidden.
Toen ik in 't hoge ledikant klom, stootten mijn voeten tegen een warme kruik. Zonderlinge tegenstrijdigheid van de menselijke natuur: de ogen die bij alle tegenspoed en bij alle aanschouwde ellende droog waren gebleven, schoten vol tranen bij de ontdekking van die onverwachte zorg.
Allerlei Groesbeekse bekenden kwamen dezer dagen bij Vader inlopen om te vernemen wat hij van militair oogpunt over de toestand dacht. Een zelfde vraag werd steevast gesteld: "Denkt Meneer dat wij spoedig
- 42 -
terug zullen keren?" Wie vermocht daarop het antwoord te geven?
Een paar Ravensteinse heren wist eveneens de weg naar ons te vinden om inlichtingen in te winnen over de betrouwbaarheid van bepaalde dorpsgenoten. Namens de Geallieerden werd er ge´nformeerd naar Groesbekers geschikt en bekwaam om als gidsen voor militaire patrouilles te dienen; in 't bizonder naar onverschrokken mannen goed bekend met het Reichswald. Hiervoor meenden wij geen meer deskundige personen te kunnen aanraden als de bekende smokkelaars en stropers.
Na de gehele dag bij de familie doorgebracht te hebben, ging ik vroeg naar mijn nachtkwartier om kennis te maken met de verdere leden van het gezin van Tilborg, en betrad daartoe de keuken. Een echt Brabantse keuken met een schouw die een gehele wand besloeg en onder die schouw, behalve een gemetselde oven, een machtig, blinkend gepoetst fornuis. Op de servieskast troonde Ons lieve Vrouwke temidden van voorraadbussen. De wanden waren bedekt met ruitvormige witte tegels, hoog aan de muur hing een kooi met een roosduifje, zijn vreedzame roekoe had 's morgens mijn oor al getroffen. Midden op tafel stond een petroleumlamp in een weckglas met zand gestoken omdat de voet ontbrak. Vlak bij 't licht geschoven waren de twee dochters degelijke zwarte manskouden aan 't stoppen. De vader trachtte bij het schijnsel een zo juist verschenen krant, de Sirene van Oss, te ontcijferen. Verder zaten om de tafel drie van de zoons: Adriaan de timmerman, Harrie de bakker en Toon arbeider op de graanmaalderij. Schra, de oudste, deed als gewezen soldaat dienst bij de O.D. en kwam later op de avond even binnenlopen om tussen twee wachten in een kop thee te halen. Er was nog een zoon, plechtstatig genoemd Frater Joachim en huiselijk weg 'onzen Franske'. Hij woonde ergens in de buurt in een klooster en zou van tijd tot tijd verschijnen.
De moeder van het gezin had haar plaatsje in een leuningstoel naast het fornuis en schilde aardappels, een houten bak op de schoot en een emmer naast zich. Met onbegrijpelijke snelheid draaide de aardappel
- 43 -
rond tegen het smalle mesje aan, een steeds langer wordend lint schil kronkelde naar beneden, totdat de naakte knol met een zachte plons in de emmer verdween.
Bij al die soldaten die in de laatste oorlogswinter hunne avonden in de gastvrije keuken hebben doorgebracht, zal waarschijnlijk het beeld van de eenvoudige vrouw in het bonte schort het scherpst in de herinnering gegrift zijn gebleven. Scherper dan dat van de paar vriendelijke meisjes

 

Terug naar bladzijde 217

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 219