Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 8 - 18 oktober 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 220

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 222

44N - Vervolg dagverhaal

blz 221

wisselen tegen centen die de collecten immers al te rijkelijk inbrachten. Dan soms ineens, bij een gezegde, een opkomende gedachte of herinnering, werden de kaarten neergegooid, de gemoedelijke Brabantse keuken verdween voor een verschiet op de verzengende Noord-Afrikaanse woestijn ..... "Wij werden de woestijnratten genoemd ....." De uitputtende droogte, de eindeloze tochten nu heen dan terug, gedreven door Rommel of Rommel najagende. Van doek en latten samengeflanste tanks en batterijen, de geniale uitvinding van een toneeldecorateur, waarmee zij de Duitsers omtrent hun sterkte misleidden. De afschuwelijke steeds zilter wordende thee die zij te drinken kregen. Want een geleerde had de ontdekking gedaan dat zout de vatbaarheid voor besmettingen verminderde, zoals hen uitgelegd was.
Volgens het verslag over de Kon-Tiki expeditie echter is zout een uitmuntend middel tegen dorst. Immers het lichaam scheidt door de warmte vocht uit en verliest daar tevens zijn zouten bij, wat het gevoel van dorst geeft naar de mening van deze geleerde. Wij weten niet of dit feit in de tijd van de Afrikaanse veldtochten ook reeds bekend was.
Het hinderlijke tekort aan water. Voor al die duizenden mensen moest het benodigde water van verre met tankwagens aangevoerd worden, Het dagelijkse rantsoen bedroeg per hoofd niet meer dan hoogstens een liter.
- 48 -
Een kostbaar litertje dat voor alle reinigingsdoeleinden moest dienen, wassen, scheren, tanden poetsen en kleding wassen. 't Was streng verboden ander water als van de eigen reinigingsinrichting te gebruiken en, gaven zij toe, "onze medische dienst had eigenlijk groot gelijk, al mopperden wij er wel tegen, want toen wij in Egypte kwamen, wat een ongelofelijke smeerboel was 't daar! En al die besmettelijke ziekten! Van ons is er toch maar geen ťťn ziek geworden."
De twee vrienden waren overal geweest en hadden alles meegemaakt, zelfs in het begin van de oorlog de vreselijke terugtocht van Duinkerken. Daarna, na een grondige opleiding, Afrika, SiciliŽ, de veldtocht door heel ItaliŽ, met het belg van Monte Cassino. "De Duitsers hadden het tot een fort gemaakt dat dag en nacht vuur spuwde, honderden zijn er gesneuveld."
De landing in NormandiŽ, de zware gevechten die wekenlang alle opmars belemmerden. Eindelijk het al strijdende optrekken door Frankrijk en de wonderlijke zegetocht door BelgiŽ. Nergens tegenstand, zelfs niet in Brussel dat zij toch vanuit de verte meenden te hebben zien branden. De Duitsers hadden er inderdaad brand gesticht doch enkel in het Palais de Justice en de vlammen en rook van dat hooggelegen punt gaven de indruk alsof de gehele stad in lichte laaie stond. Een uitbundige bevolking juichte hen tot en omhelsde hen. Dat aardige meisjes hen om de hals vlogen, daar hadden zij natuurlijk niets op tegen, maar al die mannen die je omarmden, neen, daar konden zij niet aan wennen. De overdadige ontvangst die eerste dag! Overal werden zij binnen genood en kregen het heerlijkste eten en de fijnste wijnen en likeuren, zoveel zij maar lustten. De tweede dag weer feest, ofschoon de hoeveelheid lekkernijen thans afgepast waren. De derde dag moesten zij voor alles betalen en daarna ..... neen BelgiŽ was een duur land. Maar pretmaken, dat konden de Belgen.
Jack voegde er hier tussen: "Vertel eens over de goede schoolmeester en zijn gezin."
- 49 -
Welk onbeduidend dorpje, onbekend ook voor wie in BelgiŽ gewoond heeft, werd er nu genoemd? Kiekjes kwamen voor den dag, waarop een brave meester, zijn vriendelijke vrouw en een paar aardige dochters. Zij waren allen zo hartelijk voor hen geweest, zij zouden hen nooit vergeten; zomin als die beste mensen in Son bij Eindhoven of die Postbode met zijn vrouw in ItaliŽ.
"Wij waren overal de eerste troepen en daarbij een keurcorps" werd er meet trots aan toegevoegd, "en wij zijn overal het beste ontvangen, hier in Ravenstein nu ook weer. Wat later komt heeft het nooit zo mooi als wij, want ons verwelkomen ze als hunne bevrijders."
De Tolk kon ternauwernood het tempo van de verhalen bijhouden en in de korte tussenpozen de vertalingen plaatsen, waar de kring om de lange tafel gespannen naar luisterde. Vragen werden gesteld - van hoevele dingen hadden wij in de afgeslotenheid onder de bezetting nooit iets vernomen, zelfs niet door de verboden zenders, - waarop weer uitvoerige antwoorden in 't Engels volgden. Voor allen gingen de avonden maar al te vlug voorbij. En om half elf stuurde

 

Terug naar bladzijde 220

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 222