Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 8 - 18 oktober 1944 Slot

Terug naar bladzijde 225

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 227

44N - Vervolg dagverhaal

blz 226

niet enkel om meer licht in te laten doch voornamelijk om een uitweg te verschaffen aan de rook van de kachel. De schoorsteen trok slecht en de natte dennetakken, de enige brandstof
- 58 -
die een vluchteling kon bemachtigen, rookten zo scherp en prikkelend dat van benauwdheid de tranen over de wangen stroomden en de hoest niet te bedwingen viel. Zelfs het inzicht en de bemoeienissen van drie handige mannen waren niet in staat de kachel en de schoorsteen tot een beter gedraag te brengen. Volgens de Groesbekers was Ravenstein, behalve met vele minder belangrijke, met twee kardinale kwalen behebt, te weten verstopte schoorstenen en verstopte W.C.'s. Wij onderschreven dat volmondig.
Op mijn vraag waar het zestal sliep, werd het kabinetje getoond. Stro op de vloer, ze konden er net allen naast elkaar liggen. Een klein venstertje zonder glas. Volgens Dina was dat maar goed ook, daardoor kregen zij 's nachts tenminste wat frisse lucht. Toen later evenwel regen en sneeuw naar binnen drongen op de slapenden, hebben ze het raam wel moeten dichtmaken.
Ondanks alle zwarigheden bleef het zestal vol goede moed en opgewekt. Menigmaal wanneer ik de trap naar hun woning opklom, klonk mij het gezang van hun mooie stemmen tegen. Bij dat eerste bezoek waren de vrouwen druk aan 't kousen stoppen en gebruikten daarvoor groenachtige zijden draden. Op mijn verwonderde vraag - stopgoed was nergens te verkrijgen en iedereen zat er om verlegen - vertelden zij dat de zijde afkomstig was uit de koorden der parachutes en boden mij gulhartig een flinke kluwen er van aan. Van de witte parachutekoorden hadden zij sokjes en kousen en tot zelfs prachtige blouses en kleedjes gebreid en gehaakt. Met kwalijk verborgen trots op haar handigheid zeiden de mannen: "Ach ja, als die vrouwen en meisjes maar kunnen handwerken!"

Woensdag 18 October.

Een ellendige kille regendag. Veel last van de doorgelopen schoenen. Alle pogingen om ze bij een der Ravensteinse schoenmakers of lappers te laten verzolen, mislukten. Onze Groesbekers beweren dat je hier in Ravenstein alleen maar iets gedaan kan krijgen
- 59 -
als je de mensen spek of iets dergelijks kan toestoppen en dat zijn nu juist zaken waar een vluchteling gemeenlijk niet over beschikken kan. Ook klompen zijn voor geld noch goede woorden te verkrijgen, ik liep er reeds alle klompenmakers in de naburige dorpen voor af.
Nu het kouder wordt begint het gemis van een winterjas deerlijk voelbaar te worden. Om de in dit vlakke kale land zo snijdende wind te weren, naai ik een tussenvoering van kranten in 't dunne sportjasje. Het nuttige, nooit genoeg te waarderen krantepapier! Als de Engelsen ons hun dagbladen toestoppen, zouden zij dan wel vermoeden dat onze vreugde niet enkel het genoegen geldt om na alle bij voorbaat als leugens uitgekreten Duitse berichten thans Geallieerd nieuws te kunnen lezen. De helaas al te zeldzame kranten dienen ons voor allerlei nuttige doeleinden. Papier, het onmisbare, is zo bitter schaars in arm, bevrijd Nederland.
En niet alleen papier, de vluchtelingen hebben gebrek aan de meest onontbeerlijke zaken; velen zijn zonder iets anders dan wat zij aan 't lijf droegen, hier aangekomen. Als het ondergoed gewassen moest worden - en men kan 't toch niet langer dan een paar weken hoogstens ongereinigd laten - dan kroop menigeen, die in de haast en de angst van de vlucht geen verschoning mee had genomen, in bed tot zijn enige stel gedroogd was. In deze nood stond de grote graanhandel een paar honderd meelbalen af om ondergoed voor de kinderen van te maken. Nieuwe, fijn geweven roomkleurige zakken waren het, waarop slechts één ding aan te merken viel, n.l. de grote zwarte raaf, het handelsmerk, dat ieder exemplaar versierde. De Zusters van het klooster knipten er kleertjes van en alles wat in Ravenstein de naald kon hanteren naaide ze, met zwart garen, want wit was niet voorhanden. 's Avonds in de keuken van de van Tilborg's waren wij er mee bezig toen Frank en Jack binnenkwamen. Ze maakten grapjes over de zwarte raven, vroegen wat wij nu wel uitvoerden

 

Terug naar bladzijde 225

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 227