Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 29 oktober 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 226

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 228

44O - Vervolg dagverhaal

blz 227

- 60 -
en plaagden ons. Doch de lach verdween van hun gezicht bij het vernemen dat dit ondergoed voor de vluchtelingen was.
"Van meelbalen, dat is toch te erg." "Beter dan helemaal geen ondergoed" is ons antwoord.
Beschaamd bekennen zij niet beseft te hebben hoe groot de nood hier wel was. Zwijgend, in gedachten verdiept, blijven ze een tijd lang zitten roken. Dan, na een blik met elkander gewisseld te hebben, staan zij plotseling op, mompelend dat ze aanstonds terug zullen komen. Blozend als verlegen schooljongens verschijnen zij even later weer in de keuken, de armen vol legergoed, overhemden, een broek, sokken en wat niet al meer! Verontschuldigingen stamelend, 't was oude rommel, niet veel zaaks, ze behoorden 't eigenlijk te verbranden, doch als 't misschien nog ergens voor kon dienen ..... De brave kerels bij het gejuich dat hun koningsgaven begroette. Miss Groesbeek meende van de gelegenheid gebruik te moeten maken om een opmerking te plaatsen die haar reeds geruimen tijd op de tong gebrand had: Over kleding die vernietigd en voedsel dat weggegooid werd. Na al die jaren van schaarste en gebrek wist iedere huisvrouw van de lage landen uit het minste stukje stof nog wel een kinderjasje te toveren. En dan dat eten, als 't nergens anders voor kon dienen zou het toch nog best voer voor de varkens zijn.
Het verzoek vond een gewillig oor. Voortaan zouden alle varkens in de omgeving een leventje als in Luilekkerland hebben. De koks gaven het parool aan hun opvolgers door, het overgeschoten eten werd in grote blikken gestort en soms ook werd er iets afzonderlijk bewaard en overhandigd met de verzekering dat het volkomen zuiver en voor menselijk gebruik geschikt was. Dat was dan 't een of ander buitengewoon lekker hapje.
Doch om op die avond van het Raven-ondergoed terug te komen.
- 61 -
Zeer in onze nopjes over het verkregen resultaat en de toezeggingen, werkten wij in een opgewekte stemming. Vader van Tilborg verhoogde deze stemming nog door een grote schaal vol prachtige trossen purperen druiven binnen te brengen. Was 't als uiting van dankbaarheid over het vooruitzicht van een onbeperkte voorraad kostelijk varkensvoer? Hij zette de schaal midden op tafel: "Hier, tast maar toe, zoveel als ge lust! Ze zijn van de wijnstok die tegen het huis aan groeit, ik heb ze van den namiddag geplukt, 't mocht eens gaan vriezen, de nachten worden al zo koud."
"Zeg, dat is toch al te veel!" verklaarden Jack en Frank met een diepe zucht; zij lieten zich evenwel niet lang bidden en deden zich spoedig rijkelijk tegoed aan de heerlijke vruchten en beweerden dat ze zelfs in ItaliŽ niet lekkerder smaakten. De druiven schenen allerlei herinneringen wakker te roepen. Portretten werden ons getoond van die brave postbode, Guiseppe was zijn naam, en van zijn goede vrouw in Monte-Cosa. "Weet je nog wel wat ze altijd zongen?" Frank met zijn heldere bariton en Jack met zijn bas hieven Italiaanse liedjes aan, waarvan de meisjes al gauw de bekoorlijke wijzen woordeloos meeneurieden. Tot grote bewondering van de weinig linguÔstisch aangelegde Ravensteiners bleek miss Groesbeek ook het Italiaans te kunnen vertalen, schoon hier weinig talenkennis aan te pas kwam, de liedjes hingen van niet veel anders als de woorden mio cuore en mio amore aan elkaar.

Donderdag 19 October.

Lien kwam vanmorgen haar nood bij ons klagen over Henkie die ziek is. Zijn maag en ingewanden zijn geheel van streek geraakt door het slechte voer van de gaarkeuken. De Dokter heeft hem het bruine brood verboden, dat is veel te zwaar voor hem en wittebrood [voorgeschreven], volgens de Dokter zou dat gemakkelijk te krijgen zijn van de Engelsen, maar Lien weet niet hoe zij er aan moet komen. Wij beloofden een poging te doen bij onze vrienden en hadden de voldoening haar een rond, blank broodje te kunnen brengen.
- 62 -
's Avonds tijdens onze wandeling met de honden op den dijk zagen wij behalve het gebruikelijke vuren bij den Bosch en in 't Noorden in de Betuwe, ook weer telkens lichtflitsen in de Groesbeekse richting. Bij ons wordt dus nog voortdurend gevochten.

 

Terug naar bladzijde 226

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 228