| 44O - Vervolg dagverhaal |
blz 229 |
Inderdaad, wat nu? Een tafel is wel een der meest onmisbare stukken
huisraad. Er is geen sprake van er een te kunnen kopen in dit stadje
waar in gewone tijden weinig en thans helemaal niets te krijgen is.
Misschien zou de goede Mevrouw B. ons kunnen helpen? Hoe waar is het dat
nood leert bidden en vragen? Mevrouw B. was werkelijk zo vriendelijk een
tafel af te staan en dank zij haar behoefden wij dien avond met onze
boterhammen geen pic-nic op de vloer te spelen.
Heden waren Jack en Frank tegen hun gewoonte in opvallend stil en
afwezig. Moeder van Tilborg veronderstelde dat zij slechte berichten van
thuis hadden ontvangen, doch op mijn vraag hieromtrent luidde het
antwoord: "O neen, thuis is alles wel."
Om hen te verzetten stelden de jongens een spelletje voor, waar zij
graag op ingingen. Onder het spelen maakten zij evenwel de domste fouten
en gooiden ten slotte de kaarten neer: "Sorry, 't lukt vanavond
niet, wij zullen maar vroeg naar bed gaan." Was 't verbeelding of
bleven zij werkelijk na 't "Good night to you all" een
ogenblik dralen om de ganse kring rond te zien alsof zij ieder enkel
gelaat in de gedachtenis wilden prenten.
- 65 -
Zondag 22 October.
Hedenmorgen preekte onze Groesbeekse Dominee in het Ravensteinse
kerkje, op de mooie tekst: "zonder vertrouwen geen bouwen". Na
de dienst kwam hij bij ons. Nu wij den Dominee alleen spreken, vragen
wij naar de gezondheidstoestand van zijn vrouw. Voor iemand die al
meermalen in Davos en elders had moeten kuren leek ons het verblijf in
een stal allerminst geschikt.
"Ja" antwoordde de Dominee op zijn bruuske manier "dat
heb ik ook al gezegd, maar Nanny wil ons niet in de steek laten, hoewel
haar een goede kamer op het kasteel aangeboden is."
Wij informeren of er nog enige tijding van den oudsten zoon Henk, de
Engelandvaarder, is gekomen. "Geen enkel bericht" en nog
strakker trekt het zorgelijke gezicht. Wij beloven spoedig een bezoek in
Leur te zullen brengen.
't Werd een recht goede Zondag. Ik was door Moeder van Tilborg
uitgenodigd om hun middagmaal te delen, dat uitstekend klaargemaakt was.
"U moet maar iedere Zondag bij ons komen eten" vond Moeder van
Tilborg, wier oplettende ogen wel bemerkt hadden hoe de vluchtelingen er
steeds slechter gingen uitzien en haar man zal haar ook wel ingelicht
hebben over de hoedanigheid van het voedsel der gaarkeukens. Om in deze
tijd niets verloren te laten gaan, brachten wij onze portie, wanneer die
volkomen oneetbaar was, naar van Tilborg's varkens. Edoch, deze
kieskeurige beesten lustten het ook lang niet altijd en trokken er
menigmaal hun verwende snuiten voor op. In 't begin was het uitgereikte
eten, hoewel soms vreemd van samenstelling, toch niet slecht geweest.
Thans was de gore brei dikwijls walgingwekkend en de enkele keren dat
wij het verschafte met smaak konden verorberen, zoals b.v. tomatensoep,
zat er zo weinig voer in dat de honger zich na een uur weer aankondigde.
Hoewel wij de vleesbonnen moesten afstaan, heeft nooit een van ons er
een stukje vlees in bespeurd. Soms meenden
- 66 -
wij iets gevonden tee hebben, dan klonk er een juichtoon, maar bij nader
beschouwing bleek het donkere stukje de pit van een aardappel of een
kluitje klei te zijn. Had niet Mevrouw B. ons extra vleesbonnen
toegestopt, wij zouden ongewild vegetariërs zijn geworden. Ook stuurde
mevrouw B. ook wel eens een stevig schoteltje als zij van haar zusters
had vernomen dat de pot van de gaarkeuken bizonder slecht uitgevallen
was. Hierdoor werd het avondeten tot het gezelligste en meest
bevredigende maal, want het brood was goed, schoon krap gerantsoeneerd.
Het bruine brood werd gebakken volgens de Brabantse wijze om roggebrood
te maken, n.l. niet van de hele korrel maar van roggemeel. De smaak was
voortreffelijk en 't was buitengewoon voedzaam, doch zo hard dat het bij
toerbeurten gesneden moest worden. Verder dan drie boterhammen achter
elkaar brachten wij 't geen van allen; dan waren hand en arm krachteloos
van de grote inspanning. Menigeen liep er blaren mee op. In 't
goedlachse Brabant maakte iedereen grapjes over het keiharde brood, tot
zelfs in het dagblad de Sirene toe.
Appels in onbeperkte hoeveelheden zorgden voor maagvulling; in dit land
van boomgaarden kon een ieder vruchten krijgen zoveel men wenste. Nu er
geen mogelijkheid tot vervoer bestond
|