Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 29 oktober 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 228

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 230

44O - Vervolg dagverhaal

blz 229

Inderdaad, wat nu? Een tafel is wel een der meest onmisbare stukken huisraad. Er is geen sprake van er een te kunnen kopen in dit stadje waar in gewone tijden weinig en thans helemaal niets te krijgen is. Misschien zou de goede Mevrouw B. ons kunnen helpen? Hoe waar is het dat nood leert bidden en vragen? Mevrouw B. was werkelijk zo vriendelijk een tafel af te staan en dank zij haar behoefden wij dien avond met onze boterhammen geen pic-nic op de vloer te spelen.
Heden waren Jack en Frank tegen hun gewoonte in opvallend stil en afwezig. Moeder van Tilborg veronderstelde dat zij slechte berichten van thuis hadden ontvangen, doch op mijn vraag hieromtrent luidde het antwoord: "O neen, thuis is alles wel."
Om hen te verzetten stelden de jongens een spelletje voor, waar zij graag op ingingen. Onder het spelen maakten zij evenwel de domste fouten en gooiden ten slotte de kaarten neer: "Sorry, 't lukt vanavond niet, wij zullen maar vroeg naar bed gaan." Was 't verbeelding of bleven zij werkelijk na 't "Good night to you all" een ogenblik dralen om de ganse kring rond te zien alsof zij ieder enkel gelaat in de gedachtenis wilden prenten.
- 65 -
Zondag 22 October.

Hedenmorgen preekte onze Groesbeekse Dominee in het Ravensteinse kerkje, op de mooie tekst: "zonder vertrouwen geen bouwen". Na de dienst kwam hij bij ons. Nu wij den Dominee alleen spreken, vragen wij naar de gezondheidstoestand van zijn vrouw. Voor iemand die al meermalen in Davos en elders had moeten kuren leek ons het verblijf in een stal allerminst geschikt.
"Ja" antwoordde de Dominee op zijn bruuske manier "dat heb ik ook al gezegd, maar Nanny wil ons niet in de steek laten, hoewel haar een goede kamer op het kasteel aangeboden is."
Wij informeren of er nog enige tijding van den oudsten zoon Henk, de Engelandvaarder, is gekomen. "Geen enkel bericht" en nog strakker trekt het zorgelijke gezicht. Wij beloven spoedig een bezoek in Leur te zullen brengen.
't Werd een recht goede Zondag. Ik was door Moeder van Tilborg uitgenodigd om hun middagmaal te delen, dat uitstekend klaargemaakt was. "U moet maar iedere Zondag bij ons komen eten" vond Moeder van Tilborg, wier oplettende ogen wel bemerkt hadden hoe de vluchtelingen er steeds slechter gingen uitzien en haar man zal haar ook wel ingelicht hebben over de hoedanigheid van het voedsel der gaarkeukens. Om in deze tijd niets verloren te laten gaan, brachten wij onze portie, wanneer die volkomen oneetbaar was, naar van Tilborg's varkens. Edoch, deze kieskeurige beesten lustten het ook lang niet altijd en trokken er menigmaal hun verwende snuiten voor op. In 't begin was het uitgereikte eten, hoewel soms vreemd van samenstelling, toch niet slecht geweest. Thans was de gore brei dikwijls walgingwekkend en de enkele keren dat wij het verschafte met smaak konden verorberen, zoals b.v. tomatensoep, zat er zo weinig voer in dat de honger zich na een uur weer aankondigde. Hoewel wij de vleesbonnen moesten afstaan, heeft nooit een van ons er een stukje vlees in bespeurd. Soms meenden
- 66 -
wij iets gevonden tee hebben, dan klonk er een juichtoon, maar bij nader beschouwing bleek het donkere stukje de pit van een aardappel of een kluitje klei te zijn. Had niet Mevrouw B. ons extra vleesbonnen toegestopt, wij zouden ongewild vegetariŽrs zijn geworden. Ook stuurde mevrouw B. ook wel eens een stevig schoteltje als zij van haar zusters had vernomen dat de pot van de gaarkeuken bizonder slecht uitgevallen was. Hierdoor werd het avondeten tot het gezelligste en meest bevredigende maal, want het brood was goed, schoon krap gerantsoeneerd. Het bruine brood werd gebakken volgens de Brabantse wijze om roggebrood te maken, n.l. niet van de hele korrel maar van roggemeel. De smaak was voortreffelijk en 't was buitengewoon voedzaam, doch zo hard dat het bij toerbeurten gesneden moest worden. Verder dan drie boterhammen achter elkaar brachten wij 't geen van allen; dan waren hand en arm krachteloos van de grote inspanning. Menigeen liep er blaren mee op. In 't goedlachse Brabant maakte iedereen grapjes over het keiharde brood, tot zelfs in het dagblad de Sirene toe.
Appels in onbeperkte hoeveelheden zorgden voor maagvulling; in dit land van boomgaarden kon een ieder vruchten krijgen zoveel men wenste. Nu er geen mogelijkheid tot vervoer bestond

 

Terug naar bladzijde 228

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 230