Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 29 oktober 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 231

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 233

44O - Vervolg dagverhaal

blz 232

- 71 -
Engelse begrip "keep smiling" is hun blijkbaar minder bekend. "Misplaatst" is 't enige woord dat wij voor hen vinden en dan komt de gedachte op dat de beide dames wellicht geen gelegenheid hebben gehad om uit hun ongetwijfeld uitgebreide garderobe een meer voor een landelijk verblijf geschikt stel kleren uit te zoeken en mee te nemen op hun vlucht.
Het vermoeden dat de dames uit Nijmegen gevlucht zijn wordt bevestigd door Nanny, de Groesbeekse Predikantsvrouw, die ons bezoek geldt. Zij zijn, indien men 't zo noemen kan, huisgenoten want de Nijmegenaren hebben als eerstaangekomenen huisvesting gevonden in de boerderij zelf, terwijl het predikantsgezin, drie volwassenen en twee kinderen, benevens een kerkeraadslid met zijn vrouw de wasschuur als dagverblijf toegewezen hebben gekregen, waar wij thans ontvangen worden. 't Is een ongezellig hok, doch Nanny neemt 't nogal sportief op en zegt lachend: " la guerre comme la guerre, met recht" en vervolgens: "Willen jullie onze slaapplaats eens zien?"
Wij volgen haar naar de stal waarvan een hoek, vermoedelijk de paardestal, is afgeschoten en met dik stro belegd waarop een rij kussens en netjes opgevouwen dekens. "Daar slapen wij nu allemaal, als sardientjes naast elkander gevleid en aan de andere zijde van het schot slapen de soldaten op de deel."
Met de laatste pont keren wij terug naar de Brabantse oever, weinig vermoedende dat dit inderdaad voor langen tijd de laatste keer zou wezen dat wij Gelderse grond betreden hadden. De volgende dag was het veer uit de vaart genomen en moest het verkeer tussen Brabant en Gelderland de Graafse brug gebruiken.
's Avonds verschijnen onze vrienden Frank en Jack weer, die wij de vorige dag gemist hebben. Zij zijn opgewonden en vol van de boven alle verwachtingen geslaagde expeditie der afgelopen nacht.
Het was bekend dat er in Arnhem nog een paar honderd paratroopers achter gebleven waren, die door de inwoners verborgen werden
- 72 -
gehouden. In de afgelpen nacht trok een troep vrijwilligers met rubber boten naar de Betuwe om een poging te doen hen in veiligheid te brengen. Dagenlang hadden wij de dappere kerels in die bootjes zien rondvaren op de Maas en niet anders verondersteld dan dat het enkel een vermaak was van soldaten die met hun vrije tijd eigenlijk geen raad weten.
In 't donkerste van de nacht wisten de mannen ongemerkt de Rijn over te steken, twee machinegeweerposten ieder met tien man te overmeesteren en in de stad te komen. Van de achtergebleven 200 man vonden zij er 169 terug; onherkenbaar door indrukwekkende baarden. De vreugde over de bevrijding was zo groot dat enkelen hun verlossers om de hals vielen; iets waar een Angelsax niet licht toe komt. Enige zwaar gewonden, waartoe de commandant behoorde, lagen op baren en moesten in die houding vervoerd worden, wat het transport niet vergemakkelijkte. Onder de bevrijden bevonden zich tien Nederlandse verzetsstrijders. Allen zonder uitzondering bereikten veilig de overkant van de Rijn; terwijl men op een verlies van drie vierde der mannen gerekend had 1).

Dinsdag 24 October.

Vandaag is een Engels vliegtuig onklaar geraakt boven de Maas; de bestuurder sprong er met zijn parachute uit en viel in de rivier. Ondanks zijn zware kleding trachtte hij zwemmende de oever te bereiken doch toen hij deze op en drie meter genaderd was begaven zijn krachten hem en voor men hulp kon bieden had de sterke stroom de man meegesleurd.


     [1] De ondergrondse heeft deze groep op 22 oktober 1944 verzameld en naar de Rijn gebracht, west van Arnhem, nabij Wageningen, en vandaar over de Rijn naar Randwijk. De bedoelde commandant was Bgen Lathbury. P.S.

 

Terug naar bladzijde 231

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 233