Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 29 oktober 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 232

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 234

44O - Vervolg dagverhaal

blz 233

"Ja, ja, die Maas is een kwaai water" verzuchtte Vader van Tilborg en ten bewijze haalde hij allerlei ongelukken op die in het verleden voorgevallen waren. Het is opmerkelijk dat men hier in Ravenstein over de Maas spreekt alsof zij een persoonlijkheid
ware. Zonder het te willen bekennen houdt men van de rivier; zal niet iedere Ravensteiner in een vrij ogenblik even de dijk opslenteren om een blik op haar te werpeen? Dat brede, levende water
- 73 -
oefent een geheimzinige aantrekkingskracht uit. Al stroomt de rivier kalm en vredig voort, men weet hoe vol kuren en nukken zij kan zijn. Hare wrede, bandeloze verwoestingen bij de talloze overstromingen, waarvan de laatste nog niet langer dan een kwart eeuw in het verleden ligt, zijn diep in het geheugen gegrift.

Dinsdag 24 October. 1)

De R.A.F.officieren hebben voor vanavond een daverend feest op touw gezet, bioscoopvoorstelling met dansen na; de zich hier bevindende jonge dames, waaronder ook Ineke, zijn allen uitgenodigd.
In het Parochiehuis is het feest voor de soldaten en de bewoners van de Wal. Halverwege de avond verschijnen Jack en Frank bij ons in de keuken en installeren zich aan tafel. "En het feest?" "Niet leuk, te veel lawaai, beter hier." Ze brengen flessen bier mee, dezelfde middag vers uit Brussel aangevoerd, waar onze jongens eer aan bewijzen. En een heerlijk soort feuilleté-taart met jam die zeer in de smaak valt bij het vrouwelijk deel van 't gezelschap. Jack, anders altijd even rustig en stil, vertoont een onbedwingbare lust tot zingen, waarschijnlijk de uitwerking van het bier. Plotseling slaat zijn stemming om, hij wordt ernstig en vertelt hoe een vriend van hem verleden Zondag per vliegtuig naar Engeland zou gaan om zijn vrouw op te zoeken, die zwaar ziek in een hospitaal lag. Het vliegtuig verongelukte met alle inzittenden.
Het moet bar toe zijn gegaan op 't feest in het Parochiehuis. Later tonen onze vrienden ons een geestige tekening door één der hunnen gemaakt: een verwarde kluwen mensen, duwend en vechtend, broodjes vliegen links en rechts door de lucht, broodjes liggen half vertrappeld op de vloer en worden door rondkruipende lieden opgegrabbeld. En zo gebeurde het werkelijk verzekeren Frank en Jack. Het onderschrift van de tekening luidt: "People are starving in Holland."
- 74 -
's Nachts vernemen wij weer voortdurend zwaar schieten van de kant van den Bosch. Er wordt gezegd dat de Geallieerden thans in de straten van de stad vechten.
De volgende dag komt onze oude Groesbeekse Dokter ons opzoeken. Wij hadden hem 't laatst gezien op Vogelsangh op de eersten October, toen hij naar Lies M. was komen kijken en haar vergunning tot vertrek had gegeven. Die morgen had hij voor zich zelf verklaard geen plannen tot heengaan te koesteren en toch was dien avond hun huis gesloten en verlaten.
"Dat zat zo" verklaarde hij, "Mijn vrouw en dochter hadden het niet langer kunnen verduren om in de kelder opgesloten te zitten terwijl er steeds meer granaten in de onmiddellijke nabijheid terecht kwamen en het huis aan de overzijde reeds geheel tot puin was geschoten. Wij zijn toen maar op de vlucht getrokken, naar Nijmegen, en daar zitten we nog."
De Dokter was nog eens naar Groesbeek teruggekeerd. Het dorp en zijn huis zagen er verschrikkelijk uit, maar hij had toch de gelegenheid gehad, zoals hij met voldoening vertelde, om een flinke voorraad medicijnen uit zijn apotheek mede te nemen. Waarop Vader hem dadelijk vroeg om het bepaalde middel dat hij altijd tegen de rheumatische pijnen gebruikte en dat hij thans deerlijk miste.
Wij vertellen hoe de oude Willem de bakker ziek ligt en telkens verzucht: "Ach, als onze eigen Dokter hier maar was, die zou mij wel beter kunnen maken."


          [1] Datum wordt tweemaal vermeld, gezien het gebruikte carbon zou het kunnen zijn dat Tante Nel de tekst van het blad hiervoor gewijzigd heeft. P.S.

 

Terug naar bladzijde 232

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 234