Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 18 - 29 oktober 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 233

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 235

44O - Vervolg dagverhaal

blz 234

De Dokter wil niet laten blijken hoe dit kinderlijk vertrouwen hem treft en bromt misprijzend: "Och, dat is enkel zo'n idee, die oude klantjes zijn zo gewoon aan hun eigen medicus en denken daarom dat niemand anders het kan. Breng me dan maar naar hem toe."
De in het Posthuis gelegerde Groesbekers ontvangen de vertrouwde wčlgedane gestalte met gejuich en oude Willem knapt al dadelijk merkbaar op, alleen al van vreugde over de ongedachte vervulling van zijn hartewens.
- 75 -

Zaterdag 28 October.

's-Hertogenbosch is eindelijk door de Geallieerden genomen. 3000 burgers zouden bij de gevechten omgekomen zijn en men beweert dat er in de stad meer huizen in puin liggen dan in Nijmegen. Als het inderdaad waar is, dan moet het zoveel kleinere den Bosch wel volkomen verwoest zijn. De Sint Jan is, o wonder!, weinig beschadigd. De brug van Hedel bevindt zich thans eveneens in Geallieerde handen. Twee dagen geleden hield het geweldige bombarderen in die richting op. Vanmorgen hoorden wij voortdurend zwaar schieten in het Noord-Westen, vermoedelijk bij Tiel.
't Is een mooie, koude herfstmorgen. Begeleid door Schotje halen Paul en ik Henkie op en samen lopen wij naar Dieden 1). Het bij regenweer zo troosteloos droefgeestige landschap is nu van een tere pracht. De tinten fijn als parelmoer, grijs-groen de weilanden en boomgaarden, waartegen zich de gouden lovertjes van het laatste peppelenblad aftekenen. Zilvergrijs de rivier en blauwgrijs de hemel. Een lichte nevel vervaagt alles gelijk een droombeeld. Rondom steken kerktorens hunne spitsjes op, een paar molens wieken ijverig rond. Dieden's donkere molen rijst hoog boven den dijk op, daar verlaten wij den dijk om naar de boerderij van ons kerkeraadslid Romein te gaan; reeds menigmaal heeft hij ons tot een bezoek aangemoedigd. 't Is een grote boerderij, zeker al een paar eeuwen oud en in de loop der tijden uiterlijk noch innerlijk veel veranderd. Wij komen over een deel zoals onze Romantische schilders ze plachten af te beelden: laag, donker, met twee rijen koeien die nieuwsgierig naar ons snuiven. Zo dicht opeen staan ze tussen hunne 2) in de ouderwetse stal dat wij ons afvragen hoe een melker er nog plaats kan vinden.
Hartelijk worden wij ontvangen in een vertrekje tussen stal en woonhuis gelegen. Een paar kromme, nauwelijks wat vierkant gehakte balken, waar de knoestige eikenstammen nog duidelijk in te herkennen zijn, schragen de
- 76 -
lage zoldering, een klein venstertje geeft licht.
"Schuif maar bij" nodigt de boerin "'t is hier wel niet ergruim, maar we hebben toch altijd nog plaats genoeg voor een gast en ook voor drie! We zitten hier voor de warmte, de kamers van het huis zijn zo groot."
Ook de mannen treden binnen. De stadse gewezen onderduiker is wat met zijn figuur verlegen en beschaamd omdat wij hem juist met den zoon des huizes de nuttige arbeid van mest kruien hebben zien verrichten. Ieder krijgt een kop gloeiende melk voorgezet. Volle, onvermengde melk, vers van de koe, hoe heerlijk, hoe anders smaakt dit dan de vloeistof die de Ravensteinse melkboer ons toemeet met het geestige, schoon door het vele gebruik wat afgezaagde antwoord op onze dagelijkse klachten over de hoedanigheid van zijn product: "Ja ja, melk van de blauwe koe!"
De beide kleine jongens genieten en warmen hun verkleumde handjes tegen de koppen. Schotje voelt zich minder behagelijk, hij is nog niet over die schrik op de deel heen, waar alle koebeesten naar hem bliezen en aan blazen heeft hij een hartgrondige hekel. En buitendien vermoedt hij katten in hinderlaag.


   [1] Ca 4 km stroomafwaarts van Ravenstein aan de Maas. P.S.

     [2] Hier staat een V, maar nergens staat wat er tussengevoegd zou moeten worden, "zusters" misschien? P.S.

 

Terug naar bladzijde 233

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 235